Het was een complexe en moeilijke discussie, met heel wat nevenaspecten. Iedereen wil het platteland gebruiken voor eigen doelstellingen: wonen, recreatie, handels- en industriële activiteiten. Jammer genoeg brengen deze nieuwe inwijkelingen en activiteiten op het platteland dikwijls beperkingen met zich mee voor de activiteiten en de ontwikkeling van de land- en tuinbouwbedrijven. Denk maar aan actiegroepen van allerlei pluimage die de kop opsteken wanneer landbouwbedrijven initiatieven nemen en zich willen uitbouwen, of aan klachten van omwonenden als boeren hun normale activiteiten uitoefenen.
Het is duidelijk dat we nu al in een erg versnipperd en verrommeld platteland leven en dat deze evolutie niet verder aangemoedigd moet worden. Maar we mogen ook geen wereldvreemd standpunt innemen. Er is vandaag een duidelijk kader. De eerste prioriteit is een goede toepassing daarvan en een duidelijk handhavingsbeleid, zodat er geen sluipende invasie van allerhande zonevreemde activiteiten optreedt. Voor de toekomst zullen we elk voorstel beoordelen op zijn mogelijke impact op de landbouw – nu en in de toekomst. Rechtszekerheid voor onze boeren en tuinders moet daarbij vooropstaan.
Piet Vanthemsche, voorzitter