Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 15 mei 2018 20:05 

Aanpak phytophthora met cisgene resistente rassen zorgt voor duurzamere aardappelteelt


Door de teelt van cisgene of conventioneel veredelde resistente rassen te combineren met monitoring van virulentiegenen in de phytophthora-populatie en een 'niet spuiten tenzij' strategie ter bescherming van de resistentiegenen van de aardappels, kan het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen phytophthora met 80% tot 90% verminderen.

Onderzoekers van Wageningen University & Research en de Ierse onderzoekorganisatie Teagasc hebben deze resultaten gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift European Journal of Agronomy.

Wereldwijd verliezen aardappeltelers opbrengst door de gevreesde aardappelziekte. Die ziekte wordt veroorzaakt door Phytophthora infestans een schimmelachtig micro-organisme dat complete aardappelvelden in korte tijd kan vernietigen. Aardappeltelers zijn daardoor nu nog genoodzaakt om hun gewas bijna wekelijks tegen phytophthora te beschermen met fungiciden.

Een team onderzoekers uit Nederland en Ierland onderzocht de mogelijkheden van een IPM2.0 aanpak waarin resistente rassen worden geteeld omgeven door extra preventieve maatregelen in een geïntegreerde gewasbeschermingsstrategie. Boeren maken hiermee optimaal gebruik van de natuurlijke mogelijkheden voor het onderdrukken van phytophthora en hoeven deze ziekte veel minder vaak chemisch te bestrijden. Met deze aanpak zijn ze verzekerd van een normaal opbrengstniveau, blijven beschikbare resistentiegenen zo goed mogelijk werkzaam, worden de productiekosten verlaagd en wordt de milieubelasting van de teelt sterk verlaagd.

De IPM2.0 aanpak bestaat uit 3 extra componenten bovenop de huidige Phytophthora aanpak: het gebruiken van resistente rassen, het lokaal monitoren van de genetische aanpassingen binnen het pathogeen en het hanteren van een 'niet spuiten tenzij' principe. Een teler spuit dan alleen als uit monitoring blijkt dat het resistente ras door genetische aanpassing binnen phytophthora toch gevaar loopt aangetast te worden. Door in zo'n noodgeval te spuiten wordt het gewas alsnog voldoende beschermd en wordt het voor phytophthora heel moeilijk zich genetisch zodanig aan te passen dat het door het resistentie-gen heen breekt.

Het team keek onder andere naar verschillen in milieubelasting tussen teelten van het vatbare aardappel ras Desiree en teelten van 2 verschillende resistente aardappel types: het via gangbare veredeling verkregen resistente aardappelras Sarpo Mira en een resistente versie van het ras Desiree die via cisgenese een resistentie-gen uit een wilde aardappelsoort ontvangen had. Met cisgenese kunnen bestaande aardappelrassen binnen enkele jaren verrijkt worden met resistentiegenen, sneller en gerichter dan via gangbare veredeling. De vatbare en de 2 resistente aardappeltypes werden geteeld met een gangbare Phytophthora-beheersing, waarbij het gewas wekelijks bespoten werd, en de IPM2.0 methode waarbij 'niet spuiten tenzij' werd gehanteerd. Het onderzoek werd gedurende meerdere jaren uitgevoerd in Nederland en in Ierland.

Voor het vatbare ras Desirée zorgde de IPM2.0-aanpak ervoor dat gemiddeld 15% minder bestrijdingsmiddel gebruikt hoefde te worden. Bij de 2 resistente types kon het gewas met 80% tot 90% minder bestrijdingsmiddel gezond gehouden worden. De onderzoekers keken ook naar verschillen in milieubelasting. Ze gebruikten daarvoor de internationaal erkende Milieumeetlat. De Milieumeetlat kent punten toe voor toepassing van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Zo worden schadelijke effecten op waterleven, bodemleven en grondwater gekwantificeerd. Er worden meer punten toegekend naarmate een toepassing schadelijker is. Het vatbare ras Desiree in een gangbare teelt, met wekelijkse bespuiting, ontving jaarlijks gemiddeld 700 milieubelastingspunten. Als Desirée volgens de IPM2.0-aanpak werd geteeld, kwam de score op ongeveer 400 punten. De resistente rassen onder een IPM2.0 aanpak deden het veel beter: IPM2.0 teelten van Sarpo Mira haalden gemiddeld 40 punten terwijl de cisgene resistente aardappel minder dan 10 milieubelastingspunten scoorde.

Zie voor meer informatie de publicatie Development and validation of IPM strategies for the cultivation of cisgenically modified late blight resistant potato op de website van European Journal of Agronomy.



  Nieuwsflash
 
Gebruik niet-biologisch zaaizaad of niet-biologische pootaardappelenLees meer
 
 
Vlaamse landbouw en visserij in cijfers Lees meer
 
 
"We gaan naar een klimaat waarin het veel moeilijker is om te leven"Lees meer
 
 
Banken kunnen zaterdagnamiddag openblijven Lees meer
 
 
Vlees: welles nietesLees meer
 
 
Toelatingsproef diergeneeskunde op 1 juli en 31 augustus 2019 Lees meer
 
 
Samen werken aan een eerlijke markt Lees meer
 
 
20 jaar wet marien milieu: start van ‘de zee begint bij jezelf’ Lees meer
 
 
Europa heeft strengste systeem voor goedkeuring gewasbeschermingsmiddelen Lees meer
 
 
Landbouw en Visserij - Stand van zaken diverse dossiersLees meer
 
 
Stopzetting Landbouwrampenfonds - Invoering brede weersverzekering Lees meer
 
 
Verplichtingen rond het gebruik van biocidenLees meer
 
 
Ondersteuning voor start-ups in de aquacultuursectorLees meer
 
 
Verbetering bodemgezondheid samen met Europese boeren Lees meer
 
 
Nieuwe rassen van suikerbiet op de nationale rassenlijstLees meer
 
 
Eiwit-transitie biedt volop opportuniteiten voor Vlaanderen Lees meer
 
 
Vragen over een schaderegeling voor landbouwbedrijven die worden getroffen door botulismeLees meer