Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 13 jun 2018 16:43 

Onderzoek naar de aanpak van historisch passief mbt bouwovertredingen


Vraag om uitleg over het onderzoek naar de aanpak van historisch passief met betrekking tot bouwovertredingen van Lydia Peeters aan minister Joke Schauvliege

De voorzitter

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Voorzitter, ik heb deze vraag al een tijdje geleden ingediend. Er was toen even twijfel of we al dan niet een gedachtewisseling zouden houden over de studie over het historisch passief die in juni 2017 werd opgeleverd. Daaromtrent zijn eind februari een aantal actuele vragen gesteld. Minister, u hebt daar aangegeven dat de voorkeur zou uitgaan naar de bijzondere regularisatievergunning. Als we er het eindrapport op nalezen, moeten we concluderen dat de onderzoekers van de studie en onze experten eigenlijk de voorkeur geven aan het legaliteitsattest boven de bijzondere regularisatievergunning, al is het maar om de eenvoud die dat instrument zou opleveren.

In de plenaire vergadering hebt u gezegd dat u het liefst van al de bijzondere regularisatievergunning zou hebben wegens de inspraakprocedure, waar zeker iets voor te zeggen valt. Alleszins denk ik dat het goed is dat er iets gebeurt met het historisch passief. Ik verwijs nog naar de aanbevelingen in de studie als dusdanig. Daar zegt men: er waren 36 concrete voorstellen, maar het vermijden is natuurlijk een zeer belangrijk aspect. Ook daar moet ten volle op worden ingezet.

Minister, ik zal niet heel mijn tekst hernemen. Dit volstaat als intro. Mijn vragen behoud ik wel.

De studie spreekt van gestage groei van het zo omvangrijke historisch passief. Aan hoeveel overtredingen denkt u? Hoeveel gewestelijke pv’s? Met andere woorden, hoe groot is het vastgestelde historisch passief op basis van deze studie?

Hoe rijmt u uw stelling dat er slechts één conclusie die tot een redelijke oplossing leidt met het advies van het eindrapport? Dat zegt dat er 36 beleidsvoorstellen zijn. De voorkeur daar zou gaan naar het legaliteitsattest boven de bijzondere regularisatievergunning.

Hoe verklaart u de vaststelling dat waar wel een herstelvordering werd opgemaakt, die slechts zelden werd voorgelegd aan het oordeel van een herstelrechter? Ook dat lezen we immers in het advies.

Zou de bijzondere regularisatievergunning, waarvan u zegt voorstander te zijn, ook kunnen gelden voor niet-vastgestelde overtredingen, dus in de toekomst?

Hoe zal dit advies van de omgevingstoets concreet verlopen? Op basis van welke rechtsgrond kan een advies gegeven worden? Welke gevolgen zouden worden gekoppeld aan een negatief advies?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Het is belangrijk eerst even toe te lichten wat het historisch passief is, want iedereen verstaat daar iets anders onder. Misschien moeten we toch wel heel duidelijk zijn waarover we het hebben. We hebben het aan de ene kant over niet-herstelde stedenbouwschendingen waarbij de publieke herstelvordering is verjaard. De verjaring is dus opgetreden, en toch is de inbreuk niet hersteld. Deze schendingen hebben zich kunnen voordoen vanaf de inwerkingtreding van de Stedenbouwwet van 1962 en werden in de loop der jaren vastgesteld door de politie, de gemeenten, de provincies en de inspectie. Tegen die schendingen is wel opgetreden, maar ze zijn verjaard.

Daarnaast zijn er schendingen die nooit zijn vastgesteld. Men heeft ze nooit gezien, en daardoor zijn ze er in de praktijk. Het is dan ook niet mogelijk om uitspraken te doen over om hoeveel gevallen het gaat, want we kennen ze niet allemaal.

Het historisch passief heeft ook een aantal geheimen die we niet kennen. Het opzet van de studie was trouwens ook niet om alles te gaan inventariseren. Dat is ook niet mogelijk. De studie heeft wel vijf gemeenten geselecteerd met vijf verschillende profielen. Op basis daarvan werden steekproeven gedaan. De studie beoogde tot oplossingsgerichte voorstellen te komen aan de hand van studie die is gebeurd in de vijf geselecteerde gemeenten.

Het eindrapport van de studie bevat 36 concrete oplossingsvoorstellen voor het vermijden en vooral voor het terugdringen van het historisch passief. Uit het effectenonderzoek bij de totstandkoming van de studie bleek dat het belangrijk is om “een status te geven aan historisch-passiefgoederen dewelke aan de eigenaar en gebruiker ervan toekomstperspectief geeft en een betere verhandelbaarheid mogelijk maakt”. Immers, vaak wordt men ermee geconfronteerd en kan men met die eigendom niets meer doen.

De studie bevat finaal twee oplossingsvoorstellen die een statuut geven aan historisch-passiefgoederen: het legaliteitsattest en de bijzondere regularisatievergunning. Het essentiële verschil tussen beide is dat bij de bijzondere regularisatievergunning er wel een toetsing gebeurt aan een goede ruimtelijke ordening. Bij het legaliteitsattest geeft men onmiddellijk een attest zonder te kijken naar het effect op de omgeving en op de goede ruimtelijk ordening. Het legaliteitsattest zoals uitgewerkt in de studie houdt dus in dat een stedenbouwschending die vijftien jaar verborgen bleef, zonder enige toets aan de goede ruimtelijke ordening een statuut krijgt uit kracht van wet.

Een statuut dat ongevoelig is voor de ruimtelijke weerslag van een stedenbouwschending is vanuit de behartiging van het algemeen belang en de zorg voor een goede ruimtelijke ordening volgens mij niet wenselijk. Wat mij betreft moet in het beleid boven alles het algemeen belang primeren. Naast zekerheid voor constructies belast met oudere, niet-herstelde stedenbouwschendingen, betekent dit ook het behoud en de realisatie van een goede ruimtelijke ordening.

Zoals ik al vaker heb geantwoord, ben ik net omwille van dat algemeen belang en een goede ruimtelijke ordening, een voorstander van een instrument dat een bepaald statuut verleent, mits een voorafgaande ruimtelijke omgevingstoets. Daarom verdient de bijzondere regularisatie als piste de voorkeur om verder te worden uitgewerkt. Ik heb dan ook mijn diensten de opdracht gegeven om een aanpassing van de regelgeving uit te werken waarin niet-herstelde stedenbouwschendingen een statuut kunnen krijgen via een omgevingsvergunning nadat ze voorafgaand in een ruimtelijke omgevingstoets ruimtelijk verenigbaar zijn verklaard. Dat betekent dat ze in overeenstemming zijn of kunnen worden gebracht met een goede ruimtelijke ordening.

Mevrouw Peeters, ik wil benadrukken dat de resultaten waarnaar u verwijst, niet enkel betrekking hebben op de herstelvorderingen die zijn opgemaakt door mijn diensten, maar ook degenen die zijn opgemaakt door de lokale besturen. Op de herstelvorderingen van die lokale besturen heb ik dus geen zicht. Na het opstellen van een herstelvordering wordt ze overgemaakt aan de Hoge Raad voor Handhavingsuitvoering. Enkel wanneer de Raad een positief advies formuleert kan er een herstelvordering ingediend worden. Wat betreft de adviezen van de Hoge Raad voor Handhavingsuitvoering heb ik geen gegevens met betrekking tot het historisch passief, maar op basis van het laatst gepubliceerde handhavingsrapport, kreeg in 2016 93 procent van de gewestelijke herstelvorderingen positief of gedeeltelijk positief advies. Nadat een positief advies wordt ontvangen, zal mijn administratie in de regel steeds de herstelvordering indienen bij de strafrechter of de burgerlijke rechter. 

Verder merk ik op dat in de studie soms gesproken wordt over “een herstelvordering, maar werd deze nooit vertaald in een veroordeling voor een rechtbank”. Dit houdt ook herstelvorderingen in die voor een rechtbank zijn gebracht, maar die niet geleid hebben tot een uitspraak. Dat kan gebeuren, bijvoorbeeld als in de loop van de procedure misdrijven door wetswijzigingen werd geregulariseerd, of als gevolg van een bijzondere procedure op een bijzondere rol werden geplaatst.

In lijn met de studie is het bij het historisch passief niet bepalend of een stedenbouwschending al dan niet is vastgesteld, maar wel dat het gaat om een niet-herstelde stedenbouwschending. Zowel vastgestelde als niet-vastgestelde, doch niet-herstelde stedenbouwschendingen komen dus in aanmerking voor een ruimtelijke omgevingstoets. Indien de illegale situatie ruimtelijk verenigbaar wordt verklaard, kan er dus een omgevingsvergunningsaanvraag worden ingediend. De studie sluit niet-herstelde stedenbouwschendingen uit waarvoor een herstelprocedure loopt. Door de scheiding der machten kan een ruimtelijke omgevingstoets echter niet tot gevolg hebben dat wordt teruggekomen op een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak.

Een ruimtelijke omgevingstoets kan betrekking hebben op een stedenbouwkundige handeling die een illegale situatie omvat waarvan het recht om een herstelvordering in te stellen langer geleden is ontstaan dan het aantal jaren waarna dit recht verjaart. Historisch-passiefgoederen zijn dus stedenbouwschendingen waarbij in principe de publieke herstelvordering is verjaard. De houder van een zakelijk recht op een historisch-passiefgoed kan een ruimtelijke omgevingstoets aanvragen bij het college van burgemeester en schepenen. De ruimtelijke omgevingstoets doet een uitspraak of de illegale situatie in overeenstemming is of kan worden gebracht met een goede ruimtelijke ordening. De bevoegdheid van de colleges en van de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering en de aanvraagprocedure van de ruimtelijke omgevingstoets moeten dus een decretale basis krijgen in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Wordt in een ruimtelijke omgevingstoets besloten dat de toestand niet ruimtelijk verenigbaar is, dan is in principe vanwege de verjaring geen publieke herstelvordering mogelijk. Het historisch-passiefgoed verwerft dan ook wel geen statuut.

De voorzitter

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Ik blijf het natuurlijk een beetje vreemd vinden, aangezien u sowieso voorstander bent van een daadkrachtig historisch-passiefbeleid. Op dit ogenblik is inderdaad niet bekend hoeveel schendingen het exact zijn, maar er is wel algemeen geweten dat het historisch passief vrij omvangrijk is. In die zin denk ik dat het goed is dat daar een beleid op wordt uitgestippeld, een beleid dat enerzijds zorgt voor preventieve oplossingen, maar anderzijds zeker dat er een oplossing wordt gezorgd voor wat er is aan historisch passief. U hebt zelf gezegd dat, met het oog op toekomstperspectief, met het oog op verkopen en dergelijke, het zeer belangrijk is dat daar oplossingen voor worden gezocht.

Ik blijf het een beetje vreemd vinden. U zegt zelf dat de voorkeur uitgaat naar de bijzondere regularisatievergunning. Een regularisatievergoeding tout court zou focussen op de stedenbouwkundige voorschriften. De bijzondere regularisatievoorschriften hoeven geen rekening te houden met stedenbouwkundige voorschriften. Men kan inderdaad toetsen aan de ruimtelijke ordening tout court. Het legaliteitsattest daarentegen is inderdaad gewoon een attest. Daarmee kan men verder.

Anderzijds rijst de vraag of we iets dat al jarenlang wordt gedoogd, waar geen herstelvordering meer voor loopt, eigenlijk nog in een omslachtige procedure moeten gaan steken ofwel of we dat gedoogbeleid dan toch rechtszekerheid en een toekomstperspectief geven door er een statuut aan te koppelen. Voor beide mogelijke elementen zal wel iets te zeggen zijn. Het legaliteitsattest zal sneller, vlotter en met minder administratieve overlast verlopen. Met de bijzondere regularisatievergunning heeft men een ruimere toetsing met het algemeen ruimtelijk beleid. Als het daar niet in zou passen, zou men sowieso niet zo lang een gedoogbeleid hebben gevoerd. In die zin is het belangrijk dat er in de toekomst zo snel mogelijk werk van wordt gemaakt. U hebt ook verwezen naar de omgevingstoets. We zijn allemaal vragende partij voor een daadkrachtig historisch-passiefbeleid. We kijken dus zeker uit naar de voorstellen die daaromtrent verder worden uitgewerkt.

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Wilfried Vandaele (N-VA)

Voor ons mag het natuurlijk nooit de bedoeling zijn – we hebben dat ook al gezegd in de plenaire zitting – dat we via zo’n instrument mensen belonen die wetens en willens dingen hebben gedaan die niet konden. We kunnen ook niet over alles zomaar de spons vegen. Er zijn nu eenmaal illegale constructies die ruimtelijk niet inpasbaar zijn. Die kunnen voor ons dus niet worden geregulariseerd.

Zo’n legaliteitsattest kan misschien eenvoudiger lijken om een aantal redenen, en zal dat ook wel zijn, maar wij sluiten toch aan bij de visie van de minister dat zo’n bijzondere regularisatie dan toch net iets meer garanties biedt dat er een correcte ruimtelijke afweging kan gebeuren. In elk geval kijken we uit naar een concreet voorstel van de minister, waarbij we rekening houden met alle aspecten. Wat ons betreft, is zo’n aspect ook dat er bijvoorbeeld een meerwaardeheffing kan komen als zo’n regularisatie ertoe leidt dat mensen, door de zekerheid die ze krijgen, hun eigendom opgewaardeerd zien.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Lode Ceyssens (CD&V)

Ik sluit aan bij de heer Vandaele. Wij zijn alleszins ook niet voor een globale amnestie door te zeggen dat we over alle bouwinbreuken die er al zoveel jaren zijn gewoon de spons gaan vegen. We zouden kunnen schrikken van de effecten die dat op sommige plekken met zich mee zou brengen.

Voor ons moet de toetsing met de goede ruimtelijke ordening er dus absoluut zijn, zodat we voor een stuk schoon schip kunnen maken met het zware historische passief dat we nog altijd meezeulen. Soms heb ik zelfs de indruk dat onze stedenbouwkundige inspectie enorm veel tijd steekt in nog te discussiëren over fouten uit het verleden. Anderzijds is het ook dikwijls een slecht voorbeeld als vandaag een gemeente wil gaan handhaven. Men zegt dat er in het verleden allerlei zaken zijn gebeurd en dat daar nooit iets aan is gedaan. Het zou goed zijn mochten we dat historisch passief voor een groot stuk kunnen opkuisen, zonder daarmee globale amnestie te geven.

We hebben tijdens de actuele vragen die daaromtrent zijn gesteld aan de minister gevraagd om een vertrouwelijkheidstoets te kunnen laten doen, zodat de drempel voor aanvragers minder hoog wordt om een eerste toetsing vooraf te kunnen doen over de haalbaarheid van zo’n aanvraag.

De voorzitter

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Ik wil kort nog iets zeggen over de laatste opmerking van de heer Ceyssens. Door voorafgaandelijk aan de regularisatie- of de bijzondere regularisatievergunning ook nog eens een haalbaarheidstoets of een vertrouwelijkheidstoets te gaan doen, maken we het allemaal veel omslachtiger. Alleszins, minister, opnieuw, het is belangrijk dat we kunnen uitkijken naar wat u hebt aangekondigd, het instrument van de omgevingstoets. We hopen dat daarmee verder kan worden ingezet op een goed historisch-passiefbeleid.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
EP wil meer transparantie in de Europese risicobeoordeling van ons voedsel Lees meer
 
 
Agriflanders: VLM geeft meer informatie over beheerovereenkomsten en bemestingLees meer
 
 
VLAM stelt zijn promotieplannen voor het jaar 2019 voorLees meer
 
 
Nieuwe fosfaatklasse aanvragen wordt kinderspel met SNapp Lees meer
 
 
De 'vrijwillige ruilverkaveling mét werken' van Molenveld-Rotem officieel opgeleverd Lees meer
 
 
Iindexatie vergoedingen erkende dierenartsen, rundveesectorLees meer
 
 
Bestrijding van de ziekte van AujeszkyLees meer
 
 
Wijziging van de samenstelling van de federale regering Lees meer
 
 
Aardappeloogst laagste in laatste 6 jaarLees meer
 
 
Berekening jaarlijkse bijdrage op gewasbeschermingsmiddelen in 2019Lees meer
 
 
Intrekking van de toelatingen van middelen op basis van thiram 05/12/2018 Gewasbescherming De EuropLees meer
 
 
Continuďteit schadevergoeding aan boeren bij rampen gegarandeerd Lees meer
 
 
Parlementaire vragen over de slechte resultaten van het mestbeleid Lees meer
 
 
2 nieuwe rassen wintergerstLees meer
 
 
10 nieuwe rassen van wintertarwe op de Belgische rassenlijst Lees meer