Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 23 feb 2018 06:29 

Besluit Vlaamse Regering betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van siergewassen


Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van siergewassen

DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 4, 2°, a), b) en c), en artikel 45;
Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 1999 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van siergewassen;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 10 november 2017;
Gelet op het overleg tussen de gewestregeringen en de federale overheid op 19 oktober 2017, bekrachtigd door de Interministeriële Conferentie voor het Landbouwbeleid op 26 oktober 2017;
Gelet op advies nr. 62.571/3 van de Raad van State, gegeven op 28 december 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw;

Na beraadslaging,
Besluit :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de omzetting van richtlijn 98/56/EG van de Raad van 20 juni 1998 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van siergewassen.
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° teeltmateriaal: het plantmateriaal dat bestemd is voor:
a) de vermeerdering van siergewassen;
b) de productie van siergewassen;
2° vermeerdering: de reproductie op vegetatieve of andere wijze;
3° leverancier: elke natuurlijke of rechtspersoon die beroepshalve teeltmateriaal in de handel brengt of invoert;
4° in de handel brengen: het verkopen of leveren door een leverancier aan een andere persoon. Die verkoop omvat het ter beschikking of in voorraad houden, het tentoonstellen met het oog op de verkoop en het te koop aanbieden;
5° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor landbouw;
6° bevoegde entiteit: het Departement Landbouw en Visserij, vermeld in artikel 26, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
7° partij: een aantal eenheden van één product, identificeerbaar door de homogene samenstelling en oorsprong;
8° koninklijk besluit van 10 augustus 2005: het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen;
9° algemeen controlereglement siergewassen: de praktische richtsnoeren voor het uitvoeren van de controles op de kwaliteit van het teeltmateriaal van siergewassen, die gebaseerd zijn op dit besluit en haar uitvoeringsbesluiten en die gepubliceerd worden op de website van Landbouw en Visserij (www.vlaanderen.be/landbouw).
Bij productie die uitgaat van complete planten, is de definitie, vermeld in het eerste lid, 1°, b), alleen van toepassing als de ontstane siergewassen ervoor bestemd zijn om verder in de handel te worden gebracht.
Art. 3. Dit besluit is van toepassing op het in de handel brengen van teeltmateriaal van siergewassen. Het is van toepassing onverminderd de voorschriften voor de bescherming van in het wild levende plantensoorten, vermeld in verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantesoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer, de voorschriften voor verpakkingen en verpakkingsafval, vermeld in het koninklijk besluit van 25 maart 1999 houdende bepaling van productnormen voor verpakkingen en de fytosanitaire voorschriften, vermeld in het koninklijk besluit van 10 augustus 2005, tenzij in dit besluit of op grond daarvan anders is bepaald.
Art. 4. Dit besluit is niet van toepassing op:
1° teeltmateriaal, waarvan is aangetoond dat het voor de uitvoer naar derde landen, dit zijn landen die geen lid zijn van de Europese Unie, is bestemd, op voorwaarde dat het duidelijk als zodanig is geïdentificeerd en in voldoende mate apart wordt gehouden;
2° materiaal waarvan de producten niet bestemd zijn voor sierdoeleinden, als dat valt onder andere communautaire voorschriften over het in de handel brengen van het voormelde materiaal.
Art. 5. De minister kan conform de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie vastleggen dat sommige of alle voorwaarden van dit besluit niet van toepassing zijn op zaad van bijzondere soorten of groepen planten, als die bestemd zijn voor de productie van ander teeltmateriaal en er geen duidelijk verband bestaat tussen de kwaliteit van dergelijk zaad en de kwaliteit van het daaruit geteelde materiaal.

HOOFDSTUK 2. - Controleorgaan
Art. 6. De minister erkent controleorganen die de toepassing van dit besluit controleren.
Om erkend te worden moet het controleorgaan aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° een geldige erkenningsaanvraag indienen bij de bevoegde entiteit;
2° beschikken over een geldige erkenning die toegekend is door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen als vermeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen;
3° beschikken over personeel met een grondige kennis van de voorwaarden, vermeld in dit besluit. Dat wordt bewezen door een officieel examen, georganiseerd door de bevoegde entiteit.
De attesten die de voorwaarden vermeld in het tweede lid, 2° en 3°, bewijzen, worden bij de erkenningsaanvraag gevoegd.
De minister kan de inhoud van de erkenningsaanvraag en de procedure voor de erkenning verder bepalen.
Art. 7. Een controleorgaan als vermeld in artikel 6:
1° voert de controles uit, vermeld in dit besluit, en in het algemene controlereglement siergewassen, dat de bevoegde entiteit opgemaakt heeft;
2° legt jaarlijks voor 31 maart van het jaar dat volgt op de controles en volgens de instructies van de bevoegde entiteit aan de bevoegde entiteit de lijst voor van de gecontroleerde leveranciers met de resultaten van de uitgevoerde controles;
3° brengt de bevoegde entiteit onmiddellijk op de hoogte van overtredingen;
4° laat het personeel dat de controles uitvoert, deelnemen aan een bijscholing die georganiseerd wordt door de bevoegde entiteit.
Art. 8. § 1. De bevoegde entiteit voert toezicht uit op de erkende controleorganen. Daarbij wordt nagegaan of het controleorgaan voldoet aan de eisen, vermeld in artikel 7.
§ 2. Als uit dat toezicht blijkt dat het controleorgaan niet voldoet aan de eisen, vermeld in artikel 7, brengt de bevoegde entiteit het controleorgaan daarvan op de hoogte met een brief. Bij die brief wordt het verslag van de controleactiviteiten ende vastgestelde tekortkomingen gevoegd.
§ 3. Het controleorgaan bezorgt de bevoegde entiteit binnen twee maanden na de ontvangst van het verslag, vermeld in paragraaf 2, een voorstel met correctieve acties en een termijn waarin die uitgevoerd zullen worden.
Op basis van het voorstel, vermeld in het eerste lid, neemt de bevoegde entiteit een beslissing over de correctieve acties en de termijn waarin die uitgevoerd moeten zijn.
§ 4. Als het controleorgaan de correctieve acties niet of niet binnen de opgelegde termijn, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, uitvoert, kan het met een brief opgeroepen worden om zich te verantwoorden voor de bevoegde entiteit. Het resultaat van die oproeping kan zijn dat aan het controleorgaan een laatste termijn wordt opgelegd om de correctieve acties uit te voeren.
§ 5. Als het controleorgaan de correctieve acties niet of niet binnen de opgelegde termijn, vermeld in paragraaf 3 of 4, uitvoert, stelt de bevoegde entiteit de minister voor om de erkenning op te heffen. De bevoegde entiteit brengt het controleorgaan van dat voorstel op de hoogte.
§ 6. De minister beslist of de erkenning al dan niet wordt opgeheven. De opheffing van de erkenning wordt met een brief meegedeeld aan het controleorgaan, met vermelding van de beschikbare rechtsmiddelen. De opheffing wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
§ 7. Bij een opheffing van zijn erkenning brengt het controleorgaan op eigen kosten en zonder uitstel al zijn marktdeelnemers individueel en via zijn website op de hoogte van de officiële beslissing. Het vestigt daarbij hun aandacht op de dringende noodzaak om zich onder controle te stellen van een ander controleorgaan.

HOOFDSTUK 3. - Voorwaarden voor het teeltmateriaal
Art. 9. Leveranciers mogen teeltmateriaal alleen in de handel brengen als dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit.
Het eerste lid is niet van toepassing op teeltmateriaal dat bestemd is voor:
1° proeven of wetenschappelijke doeleinden;
2° selectie;
3° instandhouding van de genetische diversiteit.
De minister kan conform de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie gedetailleerde regels voor de toepassing van het tweede lid vaststellen.
Art. 10. § 1. Onverminderd artikel 3, 4 en 5, voldoet teeltmateriaal dat in de handel wordt gebracht, aan al de volgende voorwaarden:
1° het is nagenoeg vrij van, althans met het blote oog waarneembare, schadelijke organismen die de kwaliteit van het teeltmateriaal aantasten, dan wel tekenen of symptomen daarvan die de bruikbaarheid van het teeltmateriaal schaden;
2° het is nagenoeg vrij van gebreken die de kwaliteit als teeltmateriaal kunnen aantasten;
3° het heeft voldoende groeikracht en afmetingen met het oog op de bruikbaarheid als teeltmateriaal;
4° het heeft voldoende rasidentiteit en raszuiverheid als het in de handel gebracht wordt met verwijzing naar het ras conform artikel 14.
Voor zaden die als teeltmateriaal in de handel worden gebracht, geldt naast de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, de voorwaarde dat ze voldoende kiemcapaciteit hebben.
§ 2. Teeltmateriaal dat op basis van zichtbare tekenen of symptomen niet nagenoeg vrij is van schadelijke organismen wordt op adequate wijze behandeld of verwijderd als dat nodig is.
§ 3. Voor teeltmateriaal van citrusgewassen moet naast de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2, ook aan al de volgende voorwaarden worden voldaan:
1° het is afkomstig van uitgangsmateriaal dat bij controle vrij is bevonden van symptomen van virussen, virusachtige organismen of ziekten;
2° het is sinds het begin van de laatste vegetatiecyclus bij controle nagenoeg vrij zijn bevonden van dergelijke virussen, virusachtige organismen of ziekten;
3° is geënt op onderstammen die niet vatbaar zijn voor viroïden als het entmateriaal betreft.
§ 4. Voor bloembollen geldt naast de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2, de voorwaarde dat het teeltmateriaal rechtstreeks afkomstig is van materiaal dat in het stadium van staand gewas bij controle nagenoeg vrij is bevonden van schadelijke organismen en ziekten, dan wel tekenen of symptomen daarvan.
§ 5. De minister kan conform de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie voor bepaalde geslachten of soorten een schema opstellen dat aanvullende kwaliteitsvoorschriften bevat waaraan teeltmateriaal moet voldoen als het in de handel wordt gebracht. Een geslacht of soort mag alleen in het schema worden opgenomen als er een aantoonbare behoefte bestaat aan dergelijke aanvullende regels. Voor de vaststelling van een dergelijke behoefte worden de volgende criteria gehanteerd:
1° er zijn problemen met de kwaliteit van het teeltmateriaal van het geslacht of de soort in kwestie, die alleen door wetgevende middelen op een bevredigende manier kunnen worden opgelost;
2° het teeltmateriaal van het geslacht of de soort in kwestie heeft een groot economisch belang;
3° er is een overeenstemming met internationale normen voor andere gereglementeerde ziekten dan quarantaineziekten.
De minister legt de lijst van de andere gereglementeerde ziekten dan de quarantaineziekten, vermeld in het eerste lid, 3°, vast, conform de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie.

HOOFDSTUK 4. - Voorwaarden voor de leveranciers van teeltmateriaal
Art. 11. De leveranciers zijn aangesloten bij een erkend controleorgaan, als vermeld in artikel 6.
Onverminderd het eerste lid, zijn de leveranciers officieel geregistreerd voor de activiteiten die ze uit hoofde van dit besluit uitoefenen. De bevoegde entiteit kan oordelen dat leveranciers die reeds uit hoofde van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 zijn geregistreerd, voor dit besluit zijn geregistreerd. Die leveranciers moeten evenwel voldoen aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op leveranciers die alleen verkopen of leveren aan personen die zich niet beroepshalve bezighouden met de productie of verkoop van siergewassen of teeltmateriaal. Die leveranciers moeten wel voldoen aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit.
Art. 12. Leveranciers die teeltmateriaal produceren:
1° identificeren en controleren kritische punten in hun productieproces die de kwaliteit van het materiaal beïnvloeden;
2° houden gegevens over de controle, vermeld in punt 1°, bij, die de bevoegde entiteit desgewenst kan onderzoeken;
3° nemen zo nodig monsters voor analyse in een laboratorium dat beschikt over passende faciliteiten en een passende deskundigheid;
4° zorgen ervoor dat verschillende partijen van teeltmateriaal tijdens de productie afzonderlijk identificeerbaar blijven.
Als op een bedrijf van een leverancier die teeltmateriaal produceert, een organisme wordt aangetroffen dat is opgenomen in de kwaliteitsvoorschriften, die zijn opgesteld krachtens artikel 10, § 5, meldt de leverancier dat aan de bevoegde entiteit en voert hij alle maatregelen uit die de bevoegde entiteit heeft opgesteld.
Als teeltmateriaal in de handel wordt gebracht, houden de geregistreerde leveranciers ten minste twaalf maanden lang een register van hun verkoop of aankoop bij.
De minister kan conform de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie voorschriften vaststellen voor de toepassing van het eerste lid.

HOOFDSTUK 5. - In de handel brengen en etiketteren van teeltmateriaal
Art. 13. Teeltmateriaal wordt in partijen in de handel gebracht. Teeltmateriaal van verschillende partijen kan evenwel in één zending in de handel worden gebracht als de leverancier registers bijhoudt van de samenstelling en de oorsprong van de verschillende partijen.
Bij teeltmateriaal dat in de handel wordt gebracht, is een etiket of een ander document gevoegd dat de leverancier heeft opgemaakt.
De minister kan conform de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie voorschriften vaststellen over:
1° het etiket of document, vermeld in het tweede lid;
2° de beperking van de etiketteringseisen tot adequate informatie over de producten bij het in de handel brengen van teeltmateriaal voor personen die zich niet beroepshalve met de productie of de verkoop van siergewassen of teeltmateriaal bezighouden;
3° het verpakken van teeltmateriaal.
Het eerste lid is niet van toepassing op teeltmateriaal dat in de handel wordt gebracht voor personen die zich niet beroepshalve bezighouden met de productie of verkoop van siergewassen of teeltmateriaal.
Art. 14. Als het ras in kwestie aan minimaal een van de volgende voorwaarden voldoet, kan teeltmateriaal met een verwijzing naar het ras in de handel worden gebracht:
1° het ras geniet wettelijke bescherming uit hoofde van een kwekersrecht conform de bepalingen over de bescherming van nieuwe rassen;
2° het ras is officieel geregistreerd;
3° het ras is algemeen bekend;
4° het ras komt voor op een lijst van een leverancier met zijn benaming en een gedetailleerde beschrijving. Die lijsten worden opgesteld conform aanvaarde internationale richtsnoeren, als die van toepassing zijn. De lijsten zijn op verzoek beschikbaar voor de bevoegde entiteit.
De minister kan conform de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie maatregelen goedkeuren over de rasbenamingen. Als dat mogelijk is, zijn die rasbenamingen in alle lidstaten identiek. Als dat niet mogelijk is, zijn die rasbenamingen in overeenstemming met aanvaarde internationale richtsnoeren.
Als teeltmateriaal in de handel wordt gebracht met een verwijzing naar een andere plantengroep en niet naar een ras als vermeld in het eerste lid, beschrijft de leverancier die plantengroep zodanig dat er geen verwarring mogelijk is.
De minister kan conform de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie aanvullende bepalingen vaststellen ter uitvoering van het eerste lid, 4°.

HOOFDSTUK 6. - Teeltmateriaal waarvoor minder strenge voorwaarden gelden
Art. 15. De minister kan conform de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie bij tijdelijke leveringsmoeilijkheden van teeltmateriaal dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit, voor een vastgestelde periode teeltmateriaal tot de handel toelaten dat aan minder strenge eisen voldoet. Daarbij worden alleen de hoeveelheden tot de handel toegelaten die nodig zijn om de leveringsmoeilijkheden op te lossen.

HOOFDSTUK 7. - In derde landen geproduceerd teeltmateriaal
Art. 16. De minister kan conform de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie besluiten dat teeltmateriaal dat in een derde land is geproduceerd in alle opzichten dezelfde garanties biedt als materiaal dat in de Unie is geproduceerd conform dit besluit.
In afwachting van het in het eerste lid bedoelde besluit van de minister mag teeltmateriaal niet uit derde landen worden ingevoerd, tenzij de importerende leverancier er vóór de invoer voor zorgt dat het in te voeren materiaal in alle opzichten dezelfde garanties biedt als teeltmateriaal dat in de Unie conform deze richtlijn is geproduceerd, inzonderheid wat kwaliteit, identificatie en fytosanitaire aspecten betreft.
De importeur brengt de bevoegde entiteit op de hoogte van het feit dat in het kader van het tweede lid teeltmateriaal is ingevoerd en houdt een schriftelijk bewijs bij van zijn contract met de leverancier in een derde land.
De minister kan conform de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie voorwaarden voor de te volgen procedure en andere vereisten waaraan importeurs moeten voldoen, vaststellen.

HOOFDSTUK 8. - Controle
Art. 17. De leveranciers treffen alle nodige maatregelen om te waarborgen dat aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit, wordt voldaan. Om na te gaan of aan die voorwaarden wordt voldaan, wordt het teeltmateriaal door een erkend controleorgaan als vermeld in artikel 6, tenminste op de volgende wijze en op het volgende moment geïnspecteerd:
1° steekproefsgewijs;
2° bij het in de handel brengen voor personen die zich beroepshalve bezighouden met de productie of verkoop van siergewassen of teeltmateriaal.
De bevoegde entiteit of een erkend controleorgaan kan monsters nemen om na te gaan of aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit, wordt voldaan. Bij de uitvoering van het toezicht en de controle heeft de bevoegde entiteit of een erkend controleorgaan op alle redelijke tijdstippen vrije toegang tot alle delen van de vestigingen van de leveranciers.
De minister kan conform de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie gedetailleerde uitvoeringsbepalingen vaststellen over de procedure die conform dit besluit moet worden gevolgd voor de officiële inspecties.
Art. 18. Als tijdens de officiële inspecties, vermeld in artikel 17, blijkt dat teeltmateriaal niet aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit, voldoet, zorgt het erkende controleorgaan ervoor dat de leverancier passende corrigerende maatregelen neemt als vermeld in het algemeen controlereglement siergewassen.
Als blijkt dat de leverancier de maatregelen die zijn opgelegd door het erkende controleorgaan, niet uitvoert of als passende corrigerende maatregelen niet mogelijk zijn, verbiedt de bevoegde entiteit dat de leverancier het teeltmateriaal in de handel brengt.
Als blijkt dat teeltmateriaal dat een bepaalde leverancier in de handel heeft gebracht, niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit, zorgt de bevoegde entiteit ervoor dat ten aanzien van die leverancier passende maatregelen worden genomen.
De maatregelen, vermeld in het derde lid, worden ingetrokken zodra met voldoende zekerheid is vastgesteld dat het teeltmateriaal dat bestemd is om door de leverancier in de handel te worden gebracht, voortaan aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit, zal voldoen.
Art. 19. De bevoegde entiteit kan, als dat nodig is, proeven of tests op monsters laten uitvoeren om na te gaan of het teeltmateriaal van siergewassen voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit. De Europese Commissie kan de proeven door vertegenwoordigers van de lidstaten en de Commissie laten inspecteren.
Als tijdens de proeven, vermeld in het eerste lid, blijkt dat teeltmateriaal niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit, zorgt de bevoegde entiteit ervoor dat de leverancier passende corrigerende maatregelen neemt. Als corrigerende maatregelen niet mogelijk zijn, verbiedt ze het in de handel brengen van dat teeltmateriaal in de Europese Unie.
Art. 20. Voor het in de handel brengen van teeltmateriaal dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit, mogen geen andere beperkingen dan de beperkingen, vermeld in dit besluit, gelden ten aanzien van de leverancier, de kwaliteit, de fytosanitaire aspecten, de etikettering en de verpakking.
Art. 21. De naleving van dit besluit wordt gecontroleerd en de niet-naleving wordt bestraft conform het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid.

HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
Art. 22. Het koninklijk besluit van 21 december 1999 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van siergewassen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 2006, wordt opgeheven.
Art. 23. De Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 26 januari 2018.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw,
J. SCHAUVLIEGE



  Nieuwsflash
 
Een moeilijk jaar 2018 voor de landbouwsector Lees meer
 
 
KB betreffende de bestrijding van het aardappelcystenaaltjeLees meer
 
 
Landbouw- en Visserijrapport 2018 brengt uitdagingen voor de Vlaamse landbouw en visserij in kaartLees meer
 
 
Isolatieafstanden voor de productie van zaaizaad van Sorghum sppLees meer
 
 
Notarisakten beschikbaar in MyMinfinLees meer
 
 
Zonevreemde landbouwactiviteiten - Terreinbeherende verenigingen Lees meer
 
 
PCA notering hoger voor Fontane en ChallengerLees meer
 
 
Beperking van de pachtprijzen vanaf 1 januari 2019 in WalloniëLees meer
 
 
Tijdelijke maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnenLees meer
 
 
Studiedagen Agriflanders 2019Lees meer
 
 
Indienperiode voor VLIF-steunaanvragen sluit af op 17 december 2018 Lees meer
 
 
VLAM stelt zijn promotieplannen voor het jaar 2019 voorLees meer
 
 
Nieuwe fosfaatklasse aanvragen wordt kinderspel met SNapp Lees meer
 
 
De 'vrijwillige ruilverkaveling mét werken' van Molenveld-Rotem officieel opgeleverd Lees meer
 
 
Bestrijding van de ziekte van AujeszkyLees meer
 
 
Aardappeloogst laagste in laatste 6 jaarLees meer
 
 
Berekening jaarlijkse bijdrage op gewasbeschermingsmiddelen in 2019Lees meer
 
 
Continuïteit schadevergoeding aan boeren bij rampen gegarandeerd Lees meer
 
 
Parlementaire vragen over de slechte resultaten van het mestbeleid Lees meer
 
 
2 nieuwe rassen wintergerstLees meer
 
 
10 nieuwe rassen van wintertarwe op de Belgische rassenlijst Lees meer