Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Vorig ArtikelVorig artikel Volgend artikelVolgend Artikel

 10 jan 2019 09:27 

Ministerieel besluit betreffende steun voor innovaties in de landbouw


Ministerieel besluit houdende een oproep tot indiening van steunaanvragen als vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2015 betreffende steun voor innovaties in de landbouw

Gelet op het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 9, eerste lid, 1° en 4°, en tweede lid;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2015 betreffende steun voor innovaties in de landbouw, artikel 7 en artikel 9, derde lid;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 6 november 2018;
Gelet op de adviesaanvraag binnen dertig dagen, die op 21 november 2018 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn;
Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
Besluit :
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder besluit van 24 april 2015: het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2015 betreffende steun voor innovaties in de landbouw.
Art. 2. Het budget, vermeld in artikel 7, eerste lid, 1°, van het besluit van 24 april 2015, wordt voor de oproep 2019 vastgelegd op 8.500.000 euro (acht miljoen vijfhonderdduizend euro). Het voormelde bedrag wordt voor 50 % gefinancierd met Europese PDPO III-middelen en voor 50% met Vlaamse middelen.
Art. 3. De periode waarin de steunaanvragen ingediend worden, vermeld in artikel 7, eerste lid, 2°, van het besluit van 24 april 2015, loopt van 2 januari 2019 tot en met 31 maart 2019. Overeenkomstig artikel 8 van het voormelde besluit worden de steunaanvragen ingediend via het e-loket.
Art. 4. Ter uitvoering van artikel 7, eerste lid, 2°, van het besluit van 24 april 2015 geeft de aanvrager de volgende informatie door via het e-loket:
1° een beschrijving van de achtergrond en de probleemstelling of uitdaging;
2° een beschrijving van het innovatiedoel;
3° de gegevens over de technologische vernieuwing, het proces en, als dat van toepassing is, het beoogde product;
4° een plan van aanpak;
5° de gegevens van de aanvrager en de projectpartners;
6° een beschrijving van de bijdrage van het project aan de economische duurzaamheid van het bedrijf of de sector;
7° een beschrijving van de bijdrage van het project aan de ecologische duurzaamheid van het bedrijf of de sector;
8° een beschrijving van de bijdrage van het project aan de sociale duurzaamheid van het bedrijf of de sector;
9° in voorkomend geval, een beschrijving van de bijdrage van het project, of van de mogelijke resultaten ervan, aan de samenwerking in de keten of aan de ketenoverschrijdende samenwerking;
10° in voorkomend geval, een beschrijving van de link van het project met Europees partnerschap voor innovatie (EIP) - operationele groepen of demoprojecten;
11° een gedetailleerde inschatting van de projectkosten, ingedeeld volgens de rubrieken, vermeld in artikel 4, eerste lid, van het voormelde besluit. Die inschatting wordt gestaafd met offerten, bestekken of ramingen van externe leveranciers. Als het niet mogelijk is om die stukken ter staving voor te leggen, wordt dat gemotiveerd in de aanvraag.
Art. 5. De periode waarin de uitgaven gedaan worden, vermeld in artikel 7, eerste lid, 3°, van het besluit van 24 april 2015, duurt drie jaar vanaf de kennisgeving van de selectie van het project.
Art. 6. De investeringsfocus, vermeld in artikel 7, tweede lid, 1°, van het besluit van 24 april 2015, ligt op duurzaam waterbeheer.
Van het beschikbare budget, vermeld in artikel 2, wordt 4.250.000 euro voorbehouden voor innovatieve projecten in het kader van duurzaam waterbeheer.
Van het beschikbare budget, vermeld in artikel 2, is 4.250.000 euro beschikbaar buiten de voormelde investeringsfocus.
Als binnen de voormelde investeringsfocus onvoldoende aanvragen de minimumscore behalen om het budget volledig te benutten, wordt het niet-benutte deel van het budget beschikbaar buiten de investeringsfocus.
Art. 7. De maximale subsidie per aanvraag, vermeld in artikel 7, tweede lid, 2°, van het besluit van 24 april 2015, bedraagt 200.000 euro.
In afwijking van het eerste lid bedraagt de maximale subsidie per aanvraag, vermeld in artikel 7, tweede lid, 2°, van het voormelde besluit, 300.000 euro als de aanvraag ingediend is door een kandidaat-begunstigde als vermeld in artikel 6, eerste lid, 2°, van het voormelde besluit.
De minimale investeringsuitgaven per aanvraag, vermeld in artikel 7, tweede lid, 2°, van het voormelde besluit, bedragen 25.000 euro.
Art. 8. De uitgaven, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4°, van het besluit van 24 april 2015, kunnen maximaal 20 % van de totale uitgaven, vermeld in artikel 4, eerste lid, van het voormelde besluit bedragen.
Art. 9. De aanvrager voegt de volgende documenten bij de aanvraag tot uitbetaling, vermeld in artikel 7, tweede lid, 4°, a), van het besluit van 24 april 2015, die ingediend wordt via het e-loket:
1° een aparte projectboekhouding en administratie, bijgehouden tijdens de looptijd van het project;
2° een verklaring waarin de aanvrager ermee akkoord gaat om op eenvoudig verzoek van de bevoegde entiteit zijn medewerking te verlenen aan evaluatieonderzoeken;
3° een eindrapport waarin de projectresultaten in minimaal drie en maximaal vijf bladzijden beschreven worden.
Art. 10. Het beoordelingscollege, vermeld in artikel 9, derde lid, van het besluit van 24 april 2015, wordt samengesteld door het hoofd van de bevoegde entiteit en bestaat uit experten van het beleidsdomein Landbouw en Visserij, vermeld in artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
Het beoordelingscollege kent scores toe aan de verschillende selectiecriteria en legt een minimumscore vast. Alleen projecten die de minimumscore behalen, komen in aanmerking voor steun.
Brussel, 21 december 2018.
De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw,
J. SCHAUVLIEGE



  Nieuwsflash
 
Gebruik niet-biologisch zaaizaad of niet-biologische pootaardappelenLees meer
 
 
Vlaamse landbouw en visserij in cijfers Lees meer
 
 
"We gaan naar een klimaat waarin het veel moeilijker is om te leven"Lees meer
 
 
Banken kunnen zaterdagnamiddag openblijven Lees meer
 
 
Vlees: welles nietesLees meer
 
 
Toelatingsproef diergeneeskunde op 1 juli en 31 augustus 2019 Lees meer
 
 
Samen werken aan een eerlijke markt Lees meer
 
 
20 jaar wet marien milieu: start van ‘de zee begint bij jezelf’ Lees meer
 
 
Europa heeft strengste systeem voor goedkeuring gewasbeschermingsmiddelen Lees meer
 
 
Landbouw en Visserij - Stand van zaken diverse dossiersLees meer
 
 
Stopzetting Landbouwrampenfonds - Invoering brede weersverzekering Lees meer
 
 
Verplichtingen rond het gebruik van biocidenLees meer
 
 
Ondersteuning voor start-ups in de aquacultuursectorLees meer
 
 
Verbetering bodemgezondheid samen met Europese boeren Lees meer
 
 
Nieuwe rassen van suikerbiet op de nationale rassenlijstLees meer
 
 
Eiwit-transitie biedt volop opportuniteiten voor Vlaanderen Lees meer
 
 
Vragen over een schaderegeling voor landbouwbedrijven die worden getroffen door botulismeLees meer