Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 13 sep 2019 13:26 

Fokkerij van voor de landbouw nuttige huisdieren


Gelet op verordening (EG) nr. 617/2008 van de Commissie van 27 juni 2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat betreft de handelsnormen voor broedeieren en kuikens van pluimvee, het laatst gewijzigd bij verordening (EU) nr. 519/2013 van de Commissie van 21 februari 2013;
Gelet op verordening (EG) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, het laatst gewijzigd bij verordening (EU) nr. 2017/2393 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2017;
Gelet op verordening (EU) nr. 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de zoötechnische en genealogische voorwaarden voor het fokken van, de handel in en de binnenkomst in de Unie van raszuivere fokdieren, hybride fokvarkens en levende producten daarvan en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 652/2014, de Richtlijnen 89/608/EEG en 90/425/EEG van de Raad en tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van dierfokkerij;
Gelet op uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/716 van de Commissie van 10 april 2017 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de modelformulieren voor de verstrekking van de informatie die in de lijsten van erkende stamboekverenigingen en fokkerijgroeperingen moet worden opgenomen;
Gelet op uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/717 van de Commissie van 10 april 2017 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad wat de modelformulieren voor zoötechnische certificaten voor fokdieren en levende producten daarvan betreft;
Gelet op uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/1422 van de Commissie van 4 augustus 2017 tot aanwijzing van het referentiecentrum van de Europese Unie dat verantwoordelijk is voor de wetenschappelijke en technische bijdragen aan de harmonisatie en verbetering van de methoden voor het prestatieonderzoek en de genetische evaluatie van raszuivere fokrunderen;
Gelet op gedelegeerde verordening (EU) nr. 2017/1940 van de Commissie van 13 juli 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de inhoud en vorm van zoötechnische certificaten die worden afgegeven voor raszuivere fokpaarden en -ezels, vervat in een uniek, levenslang geldig identificatiedocument voor paardachtigen;
Gelet op het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 4, 1° en 2°, a) en b), artikel 39, 40;
Gelet op het koninklijk besluit van 2 juni 1998 betreffende de zoötechnische en genealogische voorschriften voor de verbetering en de instandhouding van de pluimvee- en konijnenrassen;
Gelet op het ministerieel besluit van 17 maart 2005 betreffende de erkenning van gespecialiseerde pluimveebedrijven;
Gelet op het ministerieel besluit van 17 maart 2005 houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties in het kader van de aanmoediging en de verbetering van de pluimvee- en konijnenfokkerij;
Gelet op het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010;
Gelet op het ministerieel besluit van 11 januari 2011 tot uitvoering van artikelen 8, 36 en 42 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2010 betreffende de organisatie van de fokkerij van de voor de landbouw nuttige huisdieren;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juli 2011 tot erkenning van centra voor varkens ter uitvoering van artikelen 35 en 59, par. 2, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010;
Gelet op het ministerieel besluit van 17 augustus 2011 tot erkenning van centra voor rundvee ter uitvoering van artikel 35 en 59, par. 2, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010;
Gelet op het ministerieel besluit van 6 juni 2013 tot erkenning van centra voor paarden met toepassing van artikel 35 van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 26 maart 2019;
Gelet op het overleg tussen de gewestregeringen en de federale overheid op 25 april 2019, bekrachtigd door de Interministeriële Conferentie voor het Landbouwbeleid op 10 mei 2019;
Gelet op advies 65.933/3 van de Raad van State, gegeven op 13 mei 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw;
Na beraadslaging,
Besluit :
HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied
Artikel 1. Dit besluit wordt aangehaald als: het Fokkerijbesluit van 17 mei 2019.
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° andere diersoort: hertachtige, pluimvee, loopvogel, konijn en hond;
2° bevoegde entiteit: het Departement Landbouw en Visserij, vermeld in artikel 26 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
3° fokker: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die deelneemt aan een door de bevoegde entiteit goedgekeurd fokprogramma;
4° minister: de Vlaamse minster, bevoegd voor de landbouw;
5° prestatieonderzoek: elk onderzoek van de genetische aanleg voor een bepaald kenmerk van een fokdier op basis van een wetenschappelijk aanvaarde methode;
6° verordening (EU) nr. 2016/1012: verordening (EU) nr. 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de zoötechnische en genealogische voorwaarden voor het fokken van, de handel in en de binnenkomst in de Unie van raszuivere fokdieren, hybride fokvarkens en levende producten daarvan en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 652/2014, de Richtlijnen 89/608/EEG en 90/425/EEG van de Raad en tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van dierfokkerij.
Art. 3. Dit besluit is van toepassing op de fokkerij van:
1° runderen;
2° varkens;
3° paardachtigen;
4° schapen;
5° geiten;
6° andere diersoorten.
HOOFDSTUK 2. - Stamboekverenigingen voor runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen
Art. 4. In het Vlaamse Gewest is de bevoegde entiteit de bevoegde autoriteit, vermeld in artikel 2, 8), van verordening (EU) nr. 2016/1012.
Art. 5. Ter uitvoering van artikel 2, 24), van verordening (EU) nr. 2016/1012 kan een stamboekvereniging die erkend is conform artikel 4 van de voormelde verordening, voor een ras een erkenning als een met uitsterven bedreigd ras aanvragen bij de bevoegde entiteit. De aanvraag tot erkenning wordt voorafgegaan door, of is vergezeld van, een aanvraag tot goedkeuring van het fokprogramma voor het betrokken ras.
De bevoegde entiteit beoordeelt de aanvraag tot erkenning, vermeld in het eerste lid, en beslist erover op basis van wetenschappelijk advies dat wordt uitgebracht door een orgaan dat beschikt over de noodzakelijke vaardigheden en kennis op het gebied van met uitsterven bedreigde rassen.
De bevoegde entiteit kan de erkenning, vermeld in het eerste lid, intrekken als op basis van wetenschappelijk advies van een orgaan dat beschikt over de noodzakelijke vaardigheden en kennis op het gebied van met uitsterven bedreigde rassen, wordt vastgesteld dat het ras niet meer met uitsterven bedreigd is.
Art. 6. De erkenningen die verleend worden conform artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/1012 worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 7. Ter uitvoering van artikel 19, lid 2, van verordening (EU) nr. 2016/1012 kan een overeenkomstig artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/1012 erkende stamboekvereniging die een ras wil reconstrueren dat verdwenen is of dat ernstig gevaar loopt te verdwijnen, nakomelingen van raszuivere fokdieren van het te reconstrueren ras, raszuivere fokdieren of nakomelingen van raszuivere fokdieren van andere rassen die voor de reconstructie van dat ras worden gebruikt, of een dier dat naar het oordeel van de stamboekvereniging voldoet aan de kenmerken van het te reconstrueren ras en dat, in voorkomend geval, voldoet aan de minimale prestatievereisten die in het fokprogramma zijn vastgesteld, inschrijven in de hoofdsectie van het stamboek, als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
1° het fokprogramma voorziet in een termijn voor de opstelling of heropstelling van dat stamboek die geschikt is voor het betrokken ras;
2° in voorkomend geval wordt verwezen naar een stamboek waarin deze raszuivere fokdieren of hun voorouders zijn ingeschreven, samen met het originele registratienummer in dat stamboek;
3° in het systeem voor het registreren van de afstamming wordt vermeld welke dieren deze stamboekvereniging als de basispopulatie van het ras beschouwt.
Art. 8. Ter uitvoering van artikel 21, lid 6, van verordening (EU) nr. 2016/1012 kunnen levende producten van raszuivere fokdieren met het oog op gebruik in het Vlaamse Gewest, gewonnen, geproduceerd, behandeld en opgeslagen worden in een centrum dat erkend is conform artikel 40 van dit besluit.
Art. 9. Ter uitvoering van bijlage I, deel 3, lid 1, tweede alinea, van verordening (EU) nr. 2016/1012 kan een stamboekvereniging die erkend is conform artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/1012, raszuivere fokpaarden en -ezels inschrijven in het stamboek dat door haar wordt bijgehouden als die dieren worden geïdentificeerd aan de hand van een andere methode die ten minste dezelfde zekerheid biedt als een dekcertificaat, op voorwaarde dat dat in overeenstemming is met de beginselen die zijn vastgelegd door de stamboekvereniging die het stamboek van de oorsprong van dat ras bijhoudt.
Art. 10. Ter uitvoering van bijlage II, deel 1, hoofdstuk III, lid 2, van verordening (EU) nr. 2016/1012 kan een stamboekvereniging die erkend is conform artikel 4 van de voormelde verordening, en die een fokprogramma uitvoert met raszuivere fokdieren van een met uitsterven bedreigd ras, erkend conform artikel 5 van dit besluit, of met schapen van een landras, in de hoofdsectie van haar stamboek een dier inschrijven dat afstamt van ouders en grootouders die zijn ingeschreven of opgenomen in de hoofdsectie of in de aanvullende secties van een stamboek van dat ras, als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
1° de stamboekvereniging motiveert de noodzaak om gebruik te maken van die afwijking, namelijk door aan te tonen dat er een gebrek is aan mannelijke raszuivere fokdieren van dat ras die beschikbaar zijn voor fokdoeleinden;
2° de stamboekvereniging heeft een of meer aanvullende secties opgesteld in haar stamboek;
3° de voorschriften op grond waarvan de stamboekvereniging dieren in de hoofdsectie of aanvullende secties van dat stamboek inschrijft of opneemt, zijn vastgelegd in het fokprogramma.
HOOFDSTUK 3. - Stamboekverenigingen voor andere diersoorten
Afdeling 1. - Erkenning
Art. 11. Een aanvraag tot erkenning als stamboekvereniging voor een andere diersoort wordt in elektronische vorm bij de bevoegde entiteit ingediend.
De bevoegde entiteit beoordeelt de aanvragen en beslist erover.
De bevoegde entiteit kan de erkenning intrekken als de stamboekvereniging voor een andere diersoort niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.
De erkenningen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 12. Een aanvrager kan erkend worden als een stamboekvereniging voor een andere diersoort, als hij voldoet aan alle volgende voorwaarden:
1° hij heeft rechtspersoonlijkheid;
2° zijn statutaire zetel bevindt zich in het Vlaamse Gewest;
3° hij beschikt over voldoende en gekwalificeerd personeel en geschikte faciliteiten en apparatuur om de fokprogramma's waarvoor hij een goedkeuring vraagt conform artikel 13, doeltreffend uit te voeren;
4° hij is in staat de controles te verrichten die nodig zijn om de afstamming te registreren van de fokdieren die onder die fokprogramma's zullen vallen;
5° hij beschikt over voldoende fokkers en over een voldoende grote populatie fokdieren om deel te nemen aan elk van zijn fokprogramma's binnen het Vlaamse Gewest;
6° hij is in staat om gegevens over de fokdieren die nodig zijn voor de uitvoering van die fokprogramma's, te genereren of voor hem te laten genereren;
7° hij heeft een huishoudelijk reglement vastgesteld dat de volgende elementen bevat:
a) een regeling om geschillen met fokkers die deelnemen aan zijn fokprogramma's te beslechten;
b) een regeling om de gelijke behandeling te waarborgen van fokkers die deelnemen aan zijn fokprogramma's;
c) de rechten en plichten van fokkers die deelnemen aan zijn fokprogramma's en van de stamboekvereniging;
d) de rechten en plichten van leden, als fokkers lid kunnen worden;
8° hij dient bij zijn aanvraag tot erkenning ook een aanvraag tot goedkeuring in als vermeld in artikel 13, eerste lid, voor ten minste een van de voorgenomen fokprogramma's.
Afdeling 2. - Fokprogramma's
Art. 13. Een stamboekvereniging voor een andere diersoort die erkend is conform artikel 11, kan aanvragen tot goedkeuring van haar fokprogramma's indienen bij de bevoegde entiteit.
De aanvragen, vermeld in het eerste lid, worden in elektronische vorm ingediend.
De bevoegde entiteit beoordeelt een fokprogramma en keurt dat goed, op voorwaarde dat het:
1° een of meer van de volgende doelen nastreeft:
a) de verbetering van het ras;
b) de instandhouding van het ras;
c) de creatie van een nieuw ras;
d) de reconstructie van een ras;
2° de volgende informatie bevat:
a) het doel van het fokprogramma;
b) de naam van het ras in geval van raszuivere fokdieren waarop het fokprogramma betrekking heeft, of, naargelang het doel van het fokprogramma, de naam van het ras, de foklijn of de kruising om verwarring te voorkomen met gelijkaardige fokdieren, die in andere bestaande stamboeken zijn ingeschreven of geregistreerd;
c) de gedetailleerde eigenschappen van het ras waarop het fokprogramma betrekking heeft, met inbegrip van een aanduiding van de belangrijkste kenmerken;
d) de informatie over het geografische gebied waar het fokprogramma wordt uitgevoerd;
e) de informatie over het systeem voor de identificatie van fokdieren waarmee wordt gewaarborgd dat die fokdieren uitsluitend worden ingeschreven in een stamboek als ze afzonderlijk zijn geïdentificeerd, conform het diergezondheidsrecht van de Unie over de identificatie en registratie van de dieren van de soort in kwestie;
f) de informatie over het systeem voor het registreren van de afstamming van raszuivere fokdieren;
g) als er aanvullende secties worden ingesteld of als de hoofdsectie is onderverdeeld in klassen: de voorschriften voor de onderverdeling van het stamboek en de criteria of procedures die worden toegepast voor de opname van dieren in die secties of de indeling van die dieren in die klassen;
h) de selectie- en fokdoelstellingen van het fokprogramma, met inbegrip van de vermelding van de voornaamste doelstellingen van dat fokprogramma, en in voorkomend geval de gedetailleerde evaluatiecriteria voor de selectie van fokdieren die verband houden met die doelstellingen;
i) als een nieuw ras wordt gecreëerd of als een ras wordt gereconstrueerd, de informatie over de precieze omstandigheden die de creatie van dat nieuwe ras of de reconstructie van dat ras rechtvaardigen;
j) als voor het fokprogramma een prestatieonderzoek of een genetische evaluatie vereist is:
1) de informatie over de systemen waarmee de resultaten van prestatieonderzoek worden gegenereerd, geregistreerd, gecommuniceerd en gebruikt;
2) de informatie over de systemen voor de genetische evaluatie en, in voorkomend geval, voor de genomische evaluatie van fokdieren;
k) als de stamboekvereniging specifieke technische activiteiten in verband met het beheer van haar fokprogramma uitbesteedt aan derden als vermeld in het vierde lid: de informatie over die activiteiten en de naam en contactgegevens van de aangewezen derden.
Een stamboekvereniging voor een andere diersoort kan specifieke technische activiteiten in verband met het beheer van haar fokprogramma's, die door de bevoegde entiteit werden goedgekeurd, met inbegrip van prestatieonderzoek en genetische evaluatie, aan een derde uitbesteden, op voorwaarde dat:
1° die stamboekvereniging tegenover de bevoegde entiteit verantwoordelijk blijft voor de correcte uitvoering van het fokprogramma;
2° er geen belangenconflict bestaat tussen die derde en de economische activiteiten van fokkers die aan het fokprogramma deelnemen;
3° die derde voldoet aan alle noodzakelijke vereisten voor het verrichten van die activiteiten.
Art. 14. Voordat de stamboekvereniging voor een andere diersoort significante wijzigingen aanbrengt in een fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13, brengt ze de bevoegde entiteit op de hoogte van de voorgenomen wijzigingen.
De kennisgeving, vermeld in het eerste lid, wordt in elektronische vorm gedaan.
Tenzij de bevoegde entiteit binnen negentig dagen vanaf de datum van kennisgeving anders aangeeft, worden die wijzigingen geacht te zijn goedgekeurd.
Een stamboekvereniging voor een andere diersoort brengt de fokkers die aan haar fokprogramma's deelnemen tijdig en op transparante wijze op de hoogte van de wijzigingen in elk fokprogramma die zijn goedgekeurd conform dit artikel.
Afdeling 3. - Rechten en plichten
Art. 15. Fokkers hebben het recht deel te nemen aan een fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13, op voorwaarde dat:
1° hun fokdieren gehouden worden binnen het Vlaamse Gewest;
2° hun fokdieren behoren tot het ras waarop dat fokprogramma betrekking heeft.
Fokkers die deelnemen aan een fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13, hebben het recht om:
1° hun fokdieren te laten inschrijven in de gepaste sectie van het stamboek dat door de stamboekvereniging voor het ras is opgesteld conform artikel 17;
2° deel te nemen aan prestatieonderzoek en genetische evaluatie als het fokprogramma daarin voorziet;
3° een stamboomcertificaat te verkrijgen conform artikel 23;
4° op verzoek actuele resultaten van het prestatieonderzoek en de genetische evaluatie voor hun fokdieren te ontvangen, als die resultaten beschikbaar zijn;
5° toegang te krijgen tot alle andere diensten die in verband met dat fokprogramma aan de deelnemende fokkers worden verleend door de stamboekvereniging voor een andere diersoort die het fokprogramma uitvoert.
Naast de rechten, vermeld in het eerste en tweede lid, hebben de fokkers, vermeld in het eerste lid, als de voorschriften van de stamboekvereniging voor een andere diersoort lidmaatschap mogelijk maken, ook het recht om:
1° lid te worden van die stamboekvereniging voor een andere diersoort;
2° deel te nemen aan de vaststelling en ontwikkeling van het fokprogramma conform het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 12, 7°.
Art. 16. Stamboekverenigingen voor een andere diersoort hebben het recht om hun fokprogramma's zelfstandig vast te stellen en uit te voeren.
Stamboekverenigingen voor een andere diersoort hebben het recht om fokkers uit te sluiten van deelname aan een fokprogramma als die fokkers de regels van dat fokprogramma of de verplichtingen die zijn vastgesteld in het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 12, 7°, niet nakomen.
Naast het recht, vermeld in het tweede lid, hebben stamboekverenigingen voor een andere diersoort waarbij lidmaatschap mogelijk is, het recht om fokkers uit te sluiten van lidmaatschap als die fokkers hun verplichtingen die zijn vastgesteld in het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 12, 7°, niet nakomen.
Afdeling 4. - Inschrijving van raszuivere fokdieren in stamboeken en toelating tot voortplanting
Art. 17. § 1. Een stamboek bestaat uit een hoofdsectie en, als dat gespecificeerd is in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13, een of meer aanvullende secties.
§ 2. Een stamboekverenging voor een andere diersoort kan op grond van criteria en procedures:
1° de hoofdsectie van stamboeken in klassen onderverdelen op grond van de genetische aanleg van die dieren en die klassen verder onderverdelen volgens hun leeftijd of geslacht; of
2° de hoofdsectie van stamboeken in klassen onderverdelen volgens de leeftijd of het geslacht van die dieren, als die klassen ook verder worden onderverdeeld op grond van hun genetische aanleg.
Op grond van de criteria en de procedures, vermeld in het eerste lid, kan worden vereist dat raszuivere fokdieren, voordat ze in een specifieke klasse van de hoofdsectie worden ingeschreven, een prestatieonderzoek of genetische evaluatie ondergaan of een andere beoordeling verkrijgen die is beschreven in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13.
Als in het fokprogramma naast de voorwaarden, vermeld in artikel 18, eerste lid, aanvullende voorwaarden worden vastgesteld voor de vermelding in de hoofdsectie van het stamboek, stelt de stamboekvereniging voor een andere diersoort die dat fokprogramma uitvoert, in die hoofdsectie ten minste één klasse vast waarin op verzoek van de fokker raszuivere fokdieren worden ingeschreven die alleen voldoen aan de voorwaarden van artikel 18, eerste lid.
§ 3. Een stamboekvereniging voor een andere diersoort kan een of meer aanvullende secties in het stamboek opstellen voor dieren van hetzelfde ras die niet in aanmerking komen voor inschrijving in de hoofdsectie, als de voorschriften die in het fokprogramma zijn vastgesteld, toestaan dat de nakomelingen van die dieren in de hoofdsectie worden ingeschreven als ze voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20, § 2.
Art. 18. Een stamboekvereniging voor een andere diersoort schrijft, op verzoek van een fokker, elk fokdier van een ras in in de hoofdsectie van het stamboek van dat ras, als ze voor dat ras een goedgekeurd fokprogramma uitvoert en als het dier voldoet aan alle volgende voorwaarden:
1° het stamt af van ouders en grootouders die zijn ingeschreven in de hoofdsectie van een stamboek van hetzelfde ras;
2° de afstamming is vastgesteld overeenkomstig de voorschriften van het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13;
3° het is geïdentificeerd conform het diergezondheidsrecht van de Unie over de identificatie en de registratie van dieren van de soort in kwestie en de voorschriften in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13;
4° het gaat vergezeld van een certificaat dat minstens de informatie, vermeld in artikel 24, bevat;
5° het is in geval van kruising ingeschreven in de hoofdsectie van een stamboek van een ander ras, op voorwaarde dat in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13 dat andere ras en de criteria voor de inschrijving van een raszuiver fokdier van dat ras worden vastgelegd;
6° het behoort in geval van lijnenfokkerij tot een specifieke lijn van hetzelfde ras, op voorwaarde dat die foklijnen en families en de criteria voor de inschrijving van een raszuiver fokdier van dat ras zijn vastgelegd in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13.
Een stamboekvereniging voor een andere diersoort die in haar stamboek een raszuiver fokdier inschrijft dat al is ingeschreven in een ander stamboek, schrijft dat raszuivere fokdier in onder het identificatienummer dat eraan is toegekend conform verordening (EU) nr. 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid.
Een stamboekverening voor een andere diersoort mag de inschrijving van een raszuiver fokdier in de hoofdsectie van haar stamboeken niet weigeren om de reden dat het al is ingeschreven in de hoofdsectie van een stamboek van hetzelfde ras of, in geval van een kruisingsprogramma, een ander ras, dat wordt bijgehouden door een andere stamboekvereniging voor een andere diersoort.
Art. 19. Als een stamboekvereniging voor een andere diersoort een nieuw ras wil creëren, kan ze raszuivere fokdieren van verschillende rassen, nakomelingen van die raszuivere fokdieren en dieren die volgens haar oordeel voldoen aan de beschrijving van dat nieuwe ras die is opgenomen in het fokprogramma, met inbegrip van de minimale prestatievereisten, inschrijven in de hoofdsectie van dat nieuw opgestelde ras, als het fokprogramma bovenop de voorwaarden, vermeld in artikel 13:
1° een termijn voorziet voor de opstelling van het nieuwe stamboek die geschikt is voor het generatieinterval van de soort en het ras;
2° in voorkomend geval verwijst naar een bestaand stamboek waarin het raszuivere fokdier of zijn ouders na de geboorte voor het eerst zijn ingeschreven, met vermelding van het originele registratienummer in dat stamboek;
3° een lijst bevat met de rassen die toegelaten zijn om het nieuwe ras te vormen.
Als een stamboekvereniging voor een andere diersoort een ras wil reconstrueren dat verdwenen is of dat ernstig gevaar loopt te verdwijnen, kan die stamboekvereniging nakomelingen van raszuivere fokdieren van het te reconstrueren ras, raszuivere fokdieren of nakomelingen van raszuivere fokdieren van andere rassen die voor de reconstructie van dat ras worden gebruikt, of een dier dat naar het oordeel van de stamboekvereniging voldoet aan de kenmerken van het te reconstrueren ras en dat, in voorkomend geval, voldoet aan de minimale prestatievereisten die in het fokprogramma zijn vastgesteld, inschrijven in de hoofdsectie van het stamboek, als het fokprogramma, bovenop de voorwaarden, vermeld in artikel 13:
1° een termijn voorziet voor de opstelling of heropstelling van dat stamboek die geschikt is voor het ras in kwestie;
2° in voorkomend geval verwijst naar een stamboek waarin die raszuivere fokdieren of hun voorouders zijn ingeschreven, samen met het originele registratienummer in dat stamboek;
3° een lijst bevat van de rassen die toegelaten zijn om het te reconstrueren ras te vormen.
Art. 20. § 1. Als een stamboekvereniging voor een andere diersoort conform artikel 17 aanvullende secties vaststelt, neemt die stamboekvereniging op verzoek van fokkers een dier van de onder haar fokprogramma vallende rassen die niet in aanmerking komen voor inschrijving in de hoofdsectie, op in de aanvullende secties in kwestie, als het dier aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° het is individueel en op unieke wijze geïdentificeerd volgens het diergezondheidsrecht van de Unie;
2° het voldoet naar het oordeel van de stamboekvereniging aan de eigenschappen van het ras, vermeld in artikel 13, derde lid, 2°, c);
3° het voldoet ten minste aan de minimale prestatievereisten die zijn beschreven in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13, ten aanzien van de kenmerken waarop de in de hoofdsectie ingeschreven raszuivere fokdieren worden onderzocht.
Een stamboekvereniging voor een andere diersoort kan voor de conformiteit met de raseigenschappen, vermeld in het eerste lid, 2°, of de prestatievereisten, vermeld in het eerste lid, 3°, verschillende voorschriften toepassen, afhankelijk van de vraag of het dier tot het ras behoort, hoewel de afkomst niet bekend is of is verkregen uit een kruisingsprogramma dat vermeld staat in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13.
§ 2. Op verzoek van een fokker neemt de stamboekvereniging voor een andere diersoort de nakomelingen van de dieren, vermeld in paragraaf 1, op in de hoofdsectie en beschouwen ze die nakomelingen als raszuivere fokdieren, als die nakomelingen afstammen van:
1° een moeder en een grootmoeder van moederszijde die opgenomen zijn in een aanvullende sectie van een stamboek van hetzelfde ras;
2° een vader en beide grootvaders die zijn ingeschreven in de hoofdsectie van een stamboek van hetzelfde ras.
Art. 21. Een stamboekvereniging voor een andere diersoort die een fokprogramma voor een ras dat is goedgekeurd conform artikel 13, uitvoert, aanvaardt:
1° voor natuurlijke voortplanting, eender welk raszuiver fokdier van dat ras;
2° voor kunstmatige inseminatie, sperma dat gewonnen is van raszuivere fokdieren die een prestatieonderzoek of een genetische evaluatie hebben ondergaan als dat vereist is op grond van het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13;
3° voor embryotransplantatie, eicellen die zijn gewonnen en gebruikt voor de in-vitro- of in-vivoproductie van embryo's die zijn geproduceerd met sperma als vermeld in punt 2°, op voorwaarde dat die eicellen en embryo's zijn gewonnen van raszuivere fokdieren die een prestatieonderzoek of een genetische evaluatie hebben ondergaan als dat vereist is op grond van het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13.
Art. 22. Als stamboekverenigingen voor een andere diersoort prestatieonderzoek of genetische evaluaties verrichten, stellen ze methoden voor prestatieonderzoek of genetische evaluatie vast en gebruiken ze die methoden, die wetenschappelijk aanvaardbaar zijn volgens de gevestigde zoötechnische beginselen en waarbij, als dat van toepassing is, rekening wordt gehouden met de beginselen die zijn opgesteld door ICAR.
Art. 23. Als fokkers die deelnemen aan een fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13, verzoeken om stamboomcertificaten voor hun fokdieren of levende producten daarvan, geeft de stamboekvereniging voor een andere diersoort die dat fokprogramma uitvoert, die certificaten af.
Art. 24. Het stamboomcertificaat van een fokdier bevat de volgende informatie:
1° als titel: Stamboomcertificaat;
2° de naam van de erkende vereniging die het certificaat afgeeft;
3° de naam van het stamboek;
4° het ras van het fokdier;
5° het geslacht van het fokdier;
6° het volgnummer van het fokdier in het stamboek;
7° de identificatiemethode;
8° het identificatienummer van het fokdier;
9° de geboortedatum van het fokdier;
10° de naam en het adres van de fokker;
11° de naam en het adres van de eigenaar;
12° de afstamming van het fokdier, telkens met vermelding van de naam, het volgnummer in het stamboek en de geboortedatum van:
a) de vader;
b) de vader van de vader;
c) de moeder van de vader;
d) de moeder;
e) de vader van de moeder;
f) de moeder van de moeder;
13° de website van de stamboekvereniging waar de volgende informatie is vermeld:
a) de voorwaarden waaronder de resultaten van de onderzoeken naar erfelijke kenmerken ter beschikking worden gesteld;
b) de geactualiseerde fokwaarden;
14° de datum en plaats van afgifte van het certificaat;
15° de naam, titel en handtekening van de gemachtigde ondertekenaar.
HOOFDSTUK 4. - Verenigingen die een vereenvoudigd beheer voeren
Art. 25. Een aanvraag tot erkenning als vereniging die een vereenvoudigd beheer voert wordt in elektronische vorm, bij de bevoegde entiteit ingediend.
De bevoegde entiteit beoordeelt de aanvragen en beslist erover.
De bevoegde entiteit kan een erkenning intrekken als de vereniging die een vereenvoudigd beheer voert, niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.
De erkenningen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 26. Een aanvrager kan erkend worden als een vereniging die een vereenvoudigd beheer voert, als hij voldoet aan alle volgende voorwaarden:
1° hij heeft rechtspersoonlijkheid;
2° zijn statutaire zetel bevindt zich in het Vlaamse Gewest;
3° in zijn aanvraag tot erkenning vermeldt hij de diersoort, de rassen en de variëteiten ervan, waarvoor hij het vereenvoudigd beheer zal voeren;
4° hij beschikt over voldoende en gekwalificeerd personeel en geschikte faciliteiten en apparatuur om de fokprogramma's waarvoor hij een goedkeuring vraagt conform artikel 27, doeltreffend uit te voeren;
5° hij is in staat het vereenvoudigd beheer doeltreffend uit te voeren volgens de voorwaarden die vermeld zijn in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 27;
6° hij is in staat om gegevens over de fokdieren die nodig zijn voor de uitvoering van die fokprogramma's, te genereren en te registeren;
7° hij is in staat de controles te verrichten die nodig zijn om de afstamming te registreren van de fokdieren die onder die fokprogramma's zullen vallen;
8° hij heeft een huishoudelijk reglement vastgesteld dat de volgende elementen bevat:
a) een regeling om geschillen met fokkers die deelnemen aan zijn fokprogramma's te beslechten;
b) een regeling om de gelijke behandeling te waarborgen van fokkers die deelnemen aan zijn fokprogramma's;
c) de rechten en plichten van:
1) fokkers die deelnemen aan zijn fokprogramma's;
2) de vereniging;
d) de rechten en plichten van leden, als fokkers lid kunnen worden;
9° hij dient bij de aanvraag tot erkenning ook een aanvraag tot goedkeuring in als vermeld in artikel 27, eerste lid, voor ten minste een van de voorgenomen fokprogramma's.
Art. 27. Een vereniging die erkend is conform artikel 25 en die een vereenvoudigd beheer voert, kan een aanvraag tot goedkeuring van een fokprogramma indienen bij de bevoegde entiteit.
De aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt in elektronische vorm ingediend.
De bevoegde entiteit beoordeelt een fokprogramma en keurt het goed, op voorwaarde dat het:
1° een of meer van de volgende doelen nastreeft:
a) de instandhouding van het ras of de variëteit;
b) de verbetering van het ras of de variëteit;
c) de creatie van een nieuw ras of een nieuwe variëteit;
d) de reconstructie van een ras;
2° de volgende informatie bevat:
a) de naam van het ras of de variëteit die, om verwarring te voorkomen met gelijkaardige raszuivere fokdieren die in erkende stamboeken zijn ingeschreven of geregistreerd, afwijkt van de naam die gegeven is aan raszuivere fokdieren;
b) de eigenschappen van het ras waarop het fokprogramma betrekking heeft;
c) de informatie over het systeem voor de identificatie van fokdieren;
d) de informatie over het systeem voor de registratie waarmee wordt gewaarborgd dat die fokdieren uitsluitend worden geregistreerd in een centrale databank als ze afzonderlijk zijn geïdentificeerd, overeenkomstig de wetgeving over de identificatie en registratie die geldt voor de diersoort;
e) de informatie over het systeem voor het registreren van de afstamming van fokdieren.
Art. 28. Voordat de vereniging die een vereenvoudigd beheer voert significante wijzigingen aanbrengt in een fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 27, brengt ze de bevoegde entiteit op de hoogte van die voorgenomen wijzigingen.
De kennisgeving, vermeld in het eerste lid, wordt in elektronische vorm gedaan.
Tenzij de bevoegde entiteit binnen negentig dagen vanaf de datum van kennisgeving anders aangeeft, worden die wijzigingen geacht te zijn goedgekeurd.
Een vereniging die een vereenvoudigd beheer voert, brengt de fokkers die aan haar fokprogramma deelnemen tijdig en op transparante wijze op de hoogte van de wijzigingen in haar fokprogramma die zijn goedgekeurd conform het derde lid.
Art. 29. Fokkers hebben het recht deel te nemen aan een fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 27, op voorwaarde dat:
1° hun fokdieren gehouden worden binnen het Vlaamse Gewest;
2° hun fokdieren behoren tot het ras waarop dat fokprogramma betrekking heeft.
Fokkers die deelnemen aan een fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 27, hebben het recht om:
1° hun fokdieren te laten registreren;
2° deel te nemen aan prestatieonderzoek en genetische evaluatie als het fokprogramma daarin voorziet;
3° op verzoek actuele resultaten van het prestatieonderzoek en de genetische evaluatie voor hun fokdieren te ontvangen, als die resultaten beschikbaar zijn;
4° toegang te krijgen tot alle andere diensten die in verband met dat fokprogramma aan de deelnemende fokkers worden verleend door de vereniging die een vereenvoudigd beheer voert die het fokprogramma uitvoert.
Naast de rechten, vermeld in het eerste en tweede lid, hebben de fokkers, vermeld in het eerste lid, als de voorschriften van de vereniging die een vereenvoudigd beheer voert lidmaatschap mogelijk maken, ook het recht om:
1° lid te worden van die vereniging die een vereenvoudigd beheer voert;
2° deel te nemen aan de vaststelling en de ontwikkeling van het fokprogramma conform het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 26, 8°.
HOOFDSTUK 5. - Verenigingen die coördinerende taken opnemen
Art. 30. Een aanvraag tot erkenning als vereniging die coördinerende taken opneemt, wordt in elektronische vorm bij de bevoegde entiteit ingediend.
De bevoegde entiteit beoordeelt de aanvragen en beslist erover.
De bevoegde entiteit kan een erkenning intrekken als een vereniging die coördinerende taken opneemt niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.
De erkenningen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 31. Een aanvrager kan erkend worden als een vereniging die coördinerende taken opneemt, als hij voldoet aan alle volgende voorwaarden:
1° hij heeft rechtspersoonlijkheid;
2° zijn statutaire zetel bevindt zich in het Vlaamse Gewest;
3° in zijn aanvraag tot erkenning omschrijft hij ten minste één coördinerende taak die betrekking heeft op activiteiten die geregeld zijn in dit besluit;
4° hij beschikt over voldoende en gekwalificeerd personeel en geschikte faciliteiten en apparatuur om de coördinerende taken die hij zal opnemen doeltreffend uit te voeren;
5° hij heeft statuten vastgesteld waarin:
a) de diersoorten aangegeven worden waarvoor hij coördinerende taken zal opnemen;
b) bepaald wordt dat naargelang het voorwerp van de coördinerende taak alle in overeenstemming met dit besluit erkende verenigingen en fokkerijgroeperingen die een goedgekeurd fokprogramma uitvoeren voor een diersoort als vermeld in punt a), lid kunnen worden;
6° hij heeft voor de leden, vermeld in punt 5°, b), een huishoudelijk reglement vastgesteld dat de volgende elementen bevat:
a) een regeling om geschillen tussen een lid en de coördinerende vereniging of tussen leden onderling te beslechten;
b) een regeling om de gelijke behandeling van de leden te waarborgen;
c) de rechten en plichten van de vereniging en de leden.
Art. 32. Een vereniging die coördinerende taken opneemt die erkend is conform artikel 30, dient haar aanvraag tot goedkeuring van de coördinerende taken in bij de bevoegde entiteit. In die aanvraag worden de coördinerende taken en de voorschriften voor de uitvoering ervan gedetailleerd beschreven.
De aanvragen, vermeld in het eerste lid, worden in elektronische vorm ingediend.
De bevoegde entiteit beoordeelt de aanvragen en beslist erover.
Art. 33. Voordat de vereniging die coördinerende taken uitvoert significante wijzigingen aanbrengt in haar coördinerende taken die zijn goedgekeurd conform artikel 32, brengt ze de bevoegde entiteit op de hoogte van de voorgenomen wijzigingen.
De kennisgeving, vermeld in het eerste lid, wordt in elektronische vorm gedaan.
Tenzij de bevoegde entiteit binnen negentig dagen vanaf de datum van kennisgeving anders aangeeft, worden die wijzigingen geacht te zijn goedgekeurd.
Verenigingen die coördinerende taken opnemen, brengen de leden die ervan gebruik maken tijdig en op transparante wijze op de hoogte van de wijzigingen in hun coördinerende taken die zijn goedgekeurd conform het derde lid.
HOOFDSTUK 6. - Diersoorten waarvoor de genetische diversiteit in het gedrang is
Art. 34. De minister kan voor de rassen waarvoor de genetische diversiteit in het gedrang is, met het oog op de verhoging van de genetische diversiteit en de bestrijding van erfelijke aandoeningen bij die rassen, bijkomende voorwaarden opleggen voor de goedkeuring van een fokprogramma voor die rassen. De voorwaarden betreffen:
1° fokdieren genetisch identificeren;
2° de afstamming en de erfelijke eigenschappen van fokdieren in de databank van de erkende vereniging registreren;
3° een prestatieonderzoek of een genetische evaluatie uitvoeren;
4° fokdieren toelaten tot de voortplanting;
5° de geregistreerde gegevens van de fokdieren certificeren;
6° een commissie aanstellen die de uitvoering van het fokprogramma monitort en daarover jaarlijks rapporteert.
Art. 35. De minister kan een lijst opstellen van de rassen waarvoor de genetische diversiteit in het gedrang is.
HOOFDSTUK 7. - Toelating van de voortplanting voor honden
Art. 36. Alleen de reuen toegelaten tot de voortplanting door een vereniging erkend in uitvoering van artikel 11 of artikel 25 mogen teven dekken die toebehoren aan derden. De minister kan afwijkingen hiervan toestaan. Dit lid is enkel van toepassing op reuen geboren na 31 december 2012.
Voor alle honden geboren na 31 december 2014, moet de eigenaar van de hond te allen tijde de identiteit van de hond en van de ouders van de hond kunnen aantonen.
HOOFDSTUK 8. - De winning en opslag van sperma, eicellen en embryo's
Art. 37. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder donor: de runderen, de schapen, de geiten en de paardachtigen die zijn ingeschreven, opgenomen of geregistreerd in een stamboek van een stamboekvereniging of een fokregister van een fokkerijgroepering die erkend is conform artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/1012, of in een stamboek of een fokregister van een fokorgaan als vermeld in artikel 2, 7), van de voormelde verordening en alle varkens.
Art. 38. Dit hoofdstuk is met behoud van de toepassing van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op de winning, de productie, de behandeling of de opslag van levende producten.
Art. 39. Om levende producten van donoren te winnen, produceren, behandelen of opslaan is een erkenning als centrum vereist.
In afwijking van het eerste lid is geen erkenning vereist voor het winnen van sperma van levende producten van donoren als die levende producten bedoeld zijn voor wetenschappelijk onderzoek.
In afwijking van het eerste lid is geen erkenning vereist voor het winnen van sperma van raszuivere of hybride fokberen die zijn aangemeld voor prestatieonderzoek, door een operator die beschikt over een toelating als vermeld in artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit van 6 oktober 2006 betreffende de sanitaire voorwaarden inzake de productie, de nationale handel, het intracommunautair handelsverkeer en de invoer van varkenssperma.
Art. 40. Een aanvraag tot erkenning als centrum als vermeld in artikel 39, eerste lid, wordt in elektronische vorm bij de bevoegde entiteit ingediend.
De bevoegde entiteit beoordeelt de aanvragen en beslist erover.
De bevoegde entiteit kan een erkenning intrekken als een centrum niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.
De erkenningen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 41. De aanvraag tot erkenning, vermeld in artikel 40, eerste lid, bevat al de volgende gegevens:
1° de naam, het ondernemingsnummer en het adres van het centrum;
2° de diersoorten waartoe de donor behoort;
3° de aard van de activiteiten die het centrum zal uitvoeren;
4° de locaties waar de activiteiten, vermeld in punt 3°, zullen plaatsvinden;
5° in voorkomend geval de stamboekvereniging of fokkerijgroepering waarmee het centrum samenwerkt voor de uitwisseling van informatie over donoren.
Art. 42. Het centrum deelt elke wijziging van de gegevens, vermeld in artikel 41, onmiddellijk mee aan de bevoegde entiteit.
Art. 43. Het centrum beschikt voor elke donor die aanwezig is op het centrum over een document dat de informatie bevat die vereist is conform artikel 45, en dat wordt uitgereikt door de stamboekvereniging, de fokkerijgroepering of het fokorgaan waarbij de donor is ingeschreven of geregistreerd.
Het centrum beschikt voor elke donor waarvan levende producten aanwezig zijn op het centrum, over een document dat de informatie bevat die vereist is conform artikel 45 en dat wordt uitgereikt door de stamboekvereniging, de fokkerijgroepering of het fokorgaan waarbij de donor is ingeschreven of geregistreerd.
Art. 44. Het centrum registreert in voorkomend geval de volgende gegevens:
1° de datum van de spermawinning, de identiteit van de donor en het aantal geproduceerde dosissen van elke spermawinning;
2° de datum van de winning van de eicellen, de identiteit van de donor en het aantal eicellen van elke winning van eicellen;
3° een lijst over de aankoop van sperma of eicellen, met vermelding van de datum van aankomst en per donor het aantal en de herkomst;
4° een lijst over de verkoop van sperma of eicellen, met vermelding van de datum van verkoop en per donor het aantal en de ontvanger;
5° de datum van winning, aankomst of aankoop van de embryo's, in voorkomend geval de coördinaten van het aanleverende centrum voor embryo's, de identificatie van de embryo's, het aantal aanwezige embryo's, de herkomst en bestemming van de embryo's, de identiteit van de donoren en de identiteit van de draagmoederdieren bij embryotransplantatie.
Art. 45. Het centrum houdt op permanente wijze al de volgende gegevens van alle dieren, waarvan levende producten beschikbaar zijn op het centrum, ter beschikking van de kopers en van de bevoegde entiteit, deelt deze gegevens actief mee aan de kopers en maakt deze gegevens openbaar:
1° de eenduidige identificatie;
2° voor donoren:
a) de erkende stamboekvereniging, de fokkerijgroepering of het fokorgaan waarbij de donor is ingeschreven, opgenomen of geregistreerd;
b) de naam van het ras, de foklijn, de kruising of het hybride product;
c) de afstamming;
d) in voorkomend geval, de resultaten van prestatieonderzoek en genetische evaluatie;
e) de actuele status op het gebied van toelating tot de voortplanting
3° voor andere dieren dan donoren:
a) de duidelijke vermelding dat het dier niet is ingeschreven, opgenomen of geregistreerd in het stamboek van een erkende stamboekvereniging, het fokregister van een erkende fokkerijgroepering of het stamboek of fokregister van een fokorgaan en dat er geen resultaten van prestatieonderzoek of genetische evaluatie beschikbaar zijn.
Voor donoren worden alle gegevens actueel gehouden op basis van de gegevens die ontvangen zijn van een stamboekvereniging of fokkerijgroepering die erkend is conform artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/1012, of een fokorgaan dat de donor heeft ingeschreven, opgenomen of geregistreerd in zijn stamboek of fokregister.
De bevoegde entiteit kan een model van document vastleggen met betrekking tot alle informatie vermeld in het eerste lid.
Art. 46. Elk centrum deelt, op verzoek van de stamboekvereniging of fokkerijgroepering die de donor heeft opgenomen in het stamboek of het register, gegevens over de winning of de opslag van het levend product, die nodig zijn voor het afgeven van het zoötechnisch certificaat voor het levend product, mee aan die stamboekvereniging of fokkerijgroepering.
Art. 47. Het centrum vermeldt op de recipiënt of op het etiket van de recipiënt minstens de identiteit van alle dieren waarvan levende producten aanwezig zijn in de recipiënt en verwijst daarbij éénduidig naar het stamboek of fokregister waarin de donoren ingeschreven, opgenomen of geregistreerd zijn. Wanneer een zoötechnisch certificaat vereist is, moeten de vermeldingen op de recipiënt en op het zoötechnisch certificaat dat het levend product vergezelt, overeenstemmen.
De bevoegde entiteit kan de vorm en formulering van de gegevens vermeld in het eerste lid vastleggen.
HOOFDSTUK 9. - Gespecialiseerde pluimveebedrijven
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 48. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1° categorie: vermeerdering, selectie of gebruik;
2° gespecialiseerd pluimveebedrijf: een broeierij, een selectie- of een vermeerderingsbedrijf voor een of meer soorten;
3° soort: kippen, eenden, ganzen, kalkoenen en parelhoenders;
4° type: slacht, leg of gemengd gebruik;
5° verordening (EG) nr. 617/2008: verordening (EG) nr. 617/2008 van de Commissie van 27 juni 2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat betreft de handelsnormen voor broedeieren en kuikens van pluimvee.
Art. 49. Dit hoofdstuk is met behoud van de toepassing van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het handelsverkeer van pluimvee, broedeieren en eendagskuikens.
Afdeling 2. - Erkenning gespecialiseerde pluimveebedrijven
Art. 50. Om broedeieren of kuikens te verhandelen of te vervoeren, alsook broedeieren in te leggen, hebben de selectie- en vermeerderingsbedrijven met een capaciteit van ten minste honderd selectie- of vermeerderingskuikens, alsook de broeierijen met een capaciteit van ten minste duizend broedeieren, een erkenning.
Art. 51. Een aanvraag tot erkenning als gespecialiseerd pluimveebedrijf als vermeld in artikel 53 en 54, wordt in elektronische vorm ingediend bij de bevoegde entiteit.
De erkenningsaanvraag vermeldt:
1° de naam en het ondernemingsnummer van het bedrijf;
2° het adres van de maatschappelijke zetel;
3° het adres van de installaties;
4° de capaciteit van de installaties;
5° de datum van het begin van de broed- of vermeerderingsactiviteiten;
6° de soorten, categorieën en types.
De bevoegde entiteit beoordeelt de aanvragen en beslist erover.
De bevoegde entiteit kan een erkenning intrekken als het gespecialiseerde pluimveebedrijf niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.
Art. 52. Een gespecialiseerd pluimveebedrijf deelt elke wijziging van de gegevens, vermeld in artikel 51, onmiddellijk mee aan de bevoegde entiteit.
Art. 53. De bevoegde entiteit verleent een erkenning en een erkenningsnummer aan de broeierij als ze voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° een broedregister bijhouden waarin per soort, per categorie, per type en per broedsysteem de volgende gegevens worden geregistreerd:
a) de datum van de inleg, het aantal ingelegde broedeieren en het erkenningsnummer van het bedrijf waar de broedeieren zijn geproduceerd;
b) de datum waarop de kuikens zijn uitgekomen, het aantal uitgekomen kuikens en het aantal uitgekomen kuikens dat bestemd is om daadwerkelijk te worden gebruikt;
c) het aantal broedeieren dat uit de machine is gehaald en de identiteit van de koper;
2° uitsluitend broedeieren inleggen die elk afzonderlijk gestempeld zijn conform artikel 3 van verordening (EG) nr. 617/2008;
3° de volgende gegevens, voor de vijftiende van elke maand, over de voorbije maand per soort, per categorie, per type en per broedsysteem aan de bevoegde entiteit verstrekken:
a) het aantal ingelegde broedeieren;
b) het aantal broedeieren die bestemd zijn voor intracommunautair handelsverkeer en voor uitvoer naar derde landen en de lidstaat of het derde land van bestemming;
c) het aantal uitgekomen kuikens en het aantal uitgekomen kuikens dat bestemd is voor daadwerkelijk gebruik;
d) het aantal kuikens, bestemd voor intracommunautair handelsverkeer en voor uitvoer naar derde landen, en de lidstaat of het derde land van bestemming.
In het eerste lid wordt verstaan onder broedsysteem: een systeem voor het uitbroeden van eieren met onderscheid tussen de uitkomst van kuikens in broedinstallaties en de uitkomst van kuikens in een stal.
Art. 54. De bevoegde entiteit verleent een erkenning en een erkenningsnummer aan het selectie- of vermeerderingsbedrijf als het voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° een bedrijfsregister bijhouden waarin per soort, per categorie en per type de volgende gegevens worden geregistreerd:
a) de datum van het begin van de productie, het aantal in productie genomen stuks vrouwelijk pluimvee en de herkomst van de kuikens of het pluimvee;
b) het aantal geproduceerde broedeieren per dag en het erkenningsnummer van de broeierij van bestemming;
c) het aantal stuks pluimvee dat uit productie is genomen en de datum waarop dat aantal uit productie is genomen;
2° uitsluitend broedeieren verhandelen en vervoeren die elk afzonderlijk gestempeld zijn conform artikel 3 van verordening (EG) nr. 617/2008;
3° voor de vijftiende van elke maand de volgende gegevens over de voorbije maand per soort, per categorie en per type aan de bevoegde entiteit verstrekken:
a) het aantal broedeieren die bestemd zijn voor intracommunautairhandelsverkeer en voor uitvoer naar derde landen, en de lidstaat of het derde land van bestemming;
b) het aantal kuikens dat ingevoerd is uit lidstaten en derde landen.
Art. 55. De minister kan bepalen welke gegevens de gespecialiseerde pluimveebedrijven moeten toevoegen aan de gegevens, vermeld in artikel 53, eerste lid, 3°, en artikel 54, 3°.
Art. 56. De minister kan ter uitvoering van artikel 3, derde lid, van verordening (EG) 617/2008, bepalen dat de broedeieren op een andere wijze dan de wijze, vermeld in artikel 3, tweede lid, van de voormelde verordening, worden gemerkt.
HOOFDSTUK 10. - De vaststelling van de voorwaarden voor deelname aan wedstrijden voor paardachtigen
Art. 57. Dit hoofdstuk voorziet in de omzetting van richtlijn 90/428/EG van de Raad van 26 juni 1990 inzake het handelsverkeer in voor wedstrijden bestemde paardachtigen en houdende vaststelling van de voorwaarden voor deelneming aan deze wedstrijden.
Art. 58. Bij de organisatie van een wedstrijd mogen de wedstrijdbepalingen geen ongelijke behandeling inhouden tussen paardachtigen, ongeacht het gewest of de lidstaat van oorsprong of registratie.
Art. 59. Artikel 58 is van toepassing op:
1° de criteria voor de toelating tot de wedstrijd, namelijk de minimum- en maximumvoorwaarden;
2° de beoordeling tijdens de wedstrijd;
3° de prijzen, premies of winsten die aan de wedstrijd verbonden zijn.
Art. 60. In afwijking van artikel 58 blijft de organisatie mogelijk van:
1° wedstrijden, uitsluitend voor paardachtigen die in hetzelfde stamboek zijn opgenomen, als rasverbetering wordt beoogd;
2° regionale wedstrijden met het oog op de selectie van paardachtigen;
3° evenementen met een historisch of traditioneel karakter.
De bevoegde entiteit wordt aangeduid als de coördinerende autoriteit, vermeld in artikel 1, lid 1, van de beschikking van de Commissie van 26 maart 1992 met betrekking tot het verzamelen van de gegevens over wedstrijden voor paardachtigen als bedoeld in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 90/428/EEG van de Raad.
Minstens drie maanden voor de organisatie van de wedstrijden, vermeld in het eerste lid, bezorgt de organisator de lijst van de voorgenomen wedstrijden, met vermelding van het type afwijking, aan de bevoegde entiteit.
De bevoegde entiteit brengt de andere lidstaten en het publiek vooraf op de hoogte van elke voorgenomen wedstrijd, vermeld in het tweede lid, en de redenen daarvoor.
HOOFDSTUK 11. - Subsidies
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 61. De minister kan subsidies verlenen aan:
1° de stamboekverenigingen met een statutaire zetel in het Vlaamse Gewest die erkend zijn conform artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/1012;
2° de stamboekverenigingen voor een andere diersoort die erkend zijn conform artikel 11 van dit besluit;
3° de verenigingen die een vereenvoudigd beheer voeren, die erkend zijn conform artikel 25 van dit besluit;
4° de verenigingen die coördinerende taken uitvoeren, die erkend zijn conform artikel 30 van dit besluit.
De minister kan voorschotten op de subsidies toekennen.
Uitsluitend werkelijke kosten die rechtstreeks te maken hebben met de gesubsidieerde activiteit, worden in aanmerking genomen.
Recupereerbare btw komt niet in aanmerking.
Art. 62. De begunstigde legt verantwoording af over de aanwending van de toegekende subsidie. Die verantwoording bestaat uit:
1° een functionele verantwoording, met een activiteitenverslag van de werkingsperiode;
2° een financiële verantwoording, die volgende stukken bevat:
a) de goedgekeurde jaarrekeningen van het laatste boekjaar, met de balans, de resultatenrekening en een toelichting erbij;
b) een resultatenrekening voor elk gesubsidieerd activiteitenprogramma met alle opbrengsten en kosten voor de werkingsperiode;
c) de verantwoordingsstukken voor alle gedane uitgaven, voor elk gesubsidieerd activiteitenprogramma.
Afdeling 2. - Algemene werkingssubsidies
Art. 63. De begunstigde kan in aanmerking komen voor een algemene werkingssubsidie als hij:
1° een aanvraagdossier indient bij de bevoegde entiteit. Dat dossier bevat al de volgende stukken:
a) een schriftelijk verzoek om een subsidie te verkrijgen;
b) de werkingsperiode;
c) de activiteitenprogramma's waarvoor subsidies worden aangevraagd, met vermelding van de naam, het doel en de draagwijdte van de activiteiten en alle kwalitatieve en kwantitatieve aspecten die de vraag naar subsidie ondersteunen;
d) een financieel deel bij elk activiteitenprogramma, met opgave van de begroting en een verantwoording ervan;
e) een goedgekeurde begroting van de vereniging voor het boekjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft;
2° een afstammingscontrole uitvoert op 0,4% van de dieren die in het voorgaande jaar voor het ras in kwestie zijn ingeschreven of geregistreerd, met een minimum van één dier per ras of hybride lijn, of een afstammingscontrole uitvoert op de dieren die in de werkingsperiode voor het ras of de hybride lijn in kwestie zijn ingeschreven of geregistreerd, bij ten minste 0,4% van het aantal dieren dat in het voorgaande jaar voor het ras in kwestie zijn ingeschreven of geregistreerd, met een minimum van één dier per ras.
De vereiste, vermeld in het eerste lid, 2°, geldt ook als een deel van de algemene werkingssubsidie aan een vereniging als vermeld in artikel 62, eerste lid, 4°, bestemd is voor een vereniging als vermeld in artikel 62, eerste lid, 1°, 2° of 3°.
HOOFDSTUK 12. - Toezicht
Art. 64. De verenigingen die erkend zijn conform artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/1012 en artikel 11, 25 en 30 van dit besluit:
1° nodigen de bevoegde entiteit uit voor de algemene vergaderingen, de raden van bestuur en de technische werkgroepen;
2° bezorgen de bevoegde entiteit de notulen van de vergaderingen, vermeld in punt 1° ;
3° bezorgen jaarlijks, binnen zes maanden na het afsluiten van hun werkingsjaar, aan de bevoegde entiteit een activiteitenverslag van het voorbije werkingsjaar. De bevoegde entiteit kan om bijkomende informatie verzoeken.
De centra die erkend zijn conform artikel 40 van dit besluit, bezorgen uiterlijk op 31 maart een activiteitenverslag van het afgelopen jaar aan de bevoegde entiteit. De bevoegde entiteit kan om bijkomende informatie verzoeken.
HOOFDSTUK 13. - Slotbepalingen
Art. 65. De erkenningen die vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, conform artikel 3, eerste lid, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010 zijn verleend aan fokkersverenigingen die een stamboek bijhouden voor een andere diersoort als vermeld in artikel 2, eerste lid, 6°, van het voormelde besluit, worden door de bevoegde entiteit omgezet in een erkenning ter uitvoering van artikel 11 van dit besluit zonder dat daarvoor een nieuwe aanvraag moet worden ingediend.
De erkenningen die vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit conform artikel 3, derde lid, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010 zijn verleend, worden door de bevoegde entiteit omgezet in een erkenning ter uitvoering van artikel 30 van dit besluit zonder dat daarvoor een nieuwe aanvraag moet worden ingediend.
De erkenningen die vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit conform artikel 3, vierde lid, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010 zijn verleend, worden door de bevoegde entiteit omgezet in een erkenning ter uitvoering van artikel 25 van dit besluit zonder dat daarvoor een nieuwe aanvraag moet worden ingediend.
De erkenningen die vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit conform artikel 35 van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010 zijn verleend, worden door de bevoegde entiteit omgezet in een erkenning ter uitvoering van artikel 40 van dit besluit zonder dat daarvoor een nieuwe aanvraag moet worden ingediend.
De erkenningen die vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit conform het koninklijk besluit van 2 juni 1998 betreffende de zoötechnische en genealogische voorschriften voor de verbetering en de instandhouding van de pluimvee- en konijnenrassen zijn verleend, worden door de bevoegde entiteit omgezet in een erkenning ter uitvoering van artikel 51 van dit besluit zonder dat daarvoor een nieuwe aanvraag moet worden ingediend.
Art. 66. De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het koninklijk besluit van 2 juni 1998 betreffende de zoötechnische en genealogische voorschriften voor de verbetering en de instandhouding van de pluimvee- en konijnenrassen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 april 2006, 19 maart 2010 en 19 december 2014;
2° het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 februari 2013, 19 december 2014 en 13 mei 2016;
3° het ministerieel besluit van 17 maart 2005 betreffende de erkenning van gespecialiseerde pluimveebedrijven, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 mei 2006 en 24 februari 2015;
4° het ministerieel besluit van 17 maart 2005 houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties in het kader van de aanmoediging en de verbetering van de pluimvee- en konijnenfokkerij, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 mei 2006 en 9 december 2009;
5° het ministerieel besluit van 11 januari 2011 tot uitvoering van artikelen 8, 36 en 42 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2010 betreffende de organisatie van de fokkerij van de voor de landbouw nuttige huisdieren;
6° het ministerieel besluit van 26 juli 2011 tot erkenning van centra voor varkens ter uitvoering van artikelen 35 en 59, § 2, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 5 juli 2012 en 7 december 2016;
7° het ministerieel besluit van 17 augustus 2011 tot erkenning van centra voor rundvee ter uitvoering van artikel 35 en 59, § 2, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 28 december 2011, 9 april 2013, 19 maart 2014, 7 oktober 2014, 31 oktober 2014, 9 december 2014, 21 april 2016, 15 maart 2017 en 19 november 2018;
8° het ministerieel besluit van 6 juni 2013 tot erkenning van centra voor paarden met toepassing van artikel 35 van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 14 februari 2014, 22 mei 2014, 10 februari 2015, 6 juli 2015, 23 december 2015, 13 juni 2016, 3 februari 2017 en 26 februari 2018.
Art. 67. De Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 17 mei 2019.
De Minister-President van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw,
K. VAN DEN HEUVEL

Gelet op verordening (EG) nr. 617/2008 van de Commissie van 27 juni 2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat betreft de handelsnormen voor broedeieren en kuikens van pluimvee, het laatst gewijzigd bij verordening (EU) nr. 519/2013 van de Commissie van 21 februari 2013;
Gelet op verordening (EG) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, het laatst gewijzigd bij verordening (EU) nr. 2017/2393 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2017;
Gelet op verordening (EU) nr. 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de zoötechnische en genealogische voorwaarden voor het fokken van, de handel in en de binnenkomst in de Unie van raszuivere fokdieren, hybride fokvarkens en levende producten daarvan en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 652/2014, de Richtlijnen 89/608/EEG en 90/425/EEG van de Raad en tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van dierfokkerij;
Gelet op uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/716 van de Commissie van 10 april 2017 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de modelformulieren voor de verstrekking van de informatie die in de lijsten van erkende stamboekverenigingen en fokkerijgroeperingen moet worden opgenomen;
Gelet op uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/717 van de Commissie van 10 april 2017 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad wat de modelformulieren voor zoötechnische certificaten voor fokdieren en levende producten daarvan betreft;
Gelet op uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/1422 van de Commissie van 4 augustus 2017 tot aanwijzing van het referentiecentrum van de Europese Unie dat verantwoordelijk is voor de wetenschappelijke en technische bijdragen aan de harmonisatie en verbetering van de methoden voor het prestatieonderzoek en de genetische evaluatie van raszuivere fokrunderen;
Gelet op gedelegeerde verordening (EU) nr. 2017/1940 van de Commissie van 13 juli 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de inhoud en vorm van zoötechnische certificaten die worden afgegeven voor raszuivere fokpaarden en -ezels, vervat in een uniek, levenslang geldig identificatiedocument voor paardachtigen;
Gelet op het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 4, 1° en 2°, a) en b), artikel 39, 40;
Gelet op het koninklijk besluit van 2 juni 1998 betreffende de zoötechnische en genealogische voorschriften voor de verbetering en de instandhouding van de pluimvee- en konijnenrassen;
Gelet op het ministerieel besluit van 17 maart 2005 betreffende de erkenning van gespecialiseerde pluimveebedrijven;
Gelet op het ministerieel besluit van 17 maart 2005 houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties in het kader van de aanmoediging en de verbetering van de pluimvee- en konijnenfokkerij;
Gelet op het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010;
Gelet op het ministerieel besluit van 11 januari 2011 tot uitvoering van artikelen 8, 36 en 42 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2010 betreffende de organisatie van de fokkerij van de voor de landbouw nuttige huisdieren;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juli 2011 tot erkenning van centra voor varkens ter uitvoering van artikelen 35 en 59, par. 2, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010;
Gelet op het ministerieel besluit van 17 augustus 2011 tot erkenning van centra voor rundvee ter uitvoering van artikel 35 en 59, par. 2, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010;
Gelet op het ministerieel besluit van 6 juni 2013 tot erkenning van centra voor paarden met toepassing van artikel 35 van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 26 maart 2019;
Gelet op het overleg tussen de gewestregeringen en de federale overheid op 25 april 2019, bekrachtigd door de Interministeriële Conferentie voor het Landbouwbeleid op 10 mei 2019;
Gelet op advies 65.933/3 van de Raad van State, gegeven op 13 mei 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw;
Na beraadslaging,
Besluit :
HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied
Artikel 1. Dit besluit wordt aangehaald als: het Fokkerijbesluit van 17 mei 2019.
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° andere diersoort: hertachtige, pluimvee, loopvogel, konijn en hond;
2° bevoegde entiteit: het Departement Landbouw en Visserij, vermeld in artikel 26 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
3° fokker: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die deelneemt aan een door de bevoegde entiteit goedgekeurd fokprogramma;
4° minister: de Vlaamse minster, bevoegd voor de landbouw;
5° prestatieonderzoek: elk onderzoek van de genetische aanleg voor een bepaald kenmerk van een fokdier op basis van een wetenschappelijk aanvaarde methode;
6° verordening (EU) nr. 2016/1012: verordening (EU) nr. 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de zoötechnische en genealogische voorwaarden voor het fokken van, de handel in en de binnenkomst in de Unie van raszuivere fokdieren, hybride fokvarkens en levende producten daarvan en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 652/2014, de Richtlijnen 89/608/EEG en 90/425/EEG van de Raad en tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van dierfokkerij.
Art. 3. Dit besluit is van toepassing op de fokkerij van:
1° runderen;
2° varkens;
3° paardachtigen;
4° schapen;
5° geiten;
6° andere diersoorten.
HOOFDSTUK 2. - Stamboekverenigingen voor runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen
Art. 4. In het Vlaamse Gewest is de bevoegde entiteit de bevoegde autoriteit, vermeld in artikel 2, 8), van verordening (EU) nr. 2016/1012.
Art. 5. Ter uitvoering van artikel 2, 24), van verordening (EU) nr. 2016/1012 kan een stamboekvereniging die erkend is conform artikel 4 van de voormelde verordening, voor een ras een erkenning als een met uitsterven bedreigd ras aanvragen bij de bevoegde entiteit. De aanvraag tot erkenning wordt voorafgegaan door, of is vergezeld van, een aanvraag tot goedkeuring van het fokprogramma voor het betrokken ras.
De bevoegde entiteit beoordeelt de aanvraag tot erkenning, vermeld in het eerste lid, en beslist erover op basis van wetenschappelijk advies dat wordt uitgebracht door een orgaan dat beschikt over de noodzakelijke vaardigheden en kennis op het gebied van met uitsterven bedreigde rassen.
De bevoegde entiteit kan de erkenning, vermeld in het eerste lid, intrekken als op basis van wetenschappelijk advies van een orgaan dat beschikt over de noodzakelijke vaardigheden en kennis op het gebied van met uitsterven bedreigde rassen, wordt vastgesteld dat het ras niet meer met uitsterven bedreigd is.
Art. 6. De erkenningen die verleend worden conform artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/1012 worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 7. Ter uitvoering van artikel 19, lid 2, van verordening (EU) nr. 2016/1012 kan een overeenkomstig artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/1012 erkende stamboekvereniging die een ras wil reconstrueren dat verdwenen is of dat ernstig gevaar loopt te verdwijnen, nakomelingen van raszuivere fokdieren van het te reconstrueren ras, raszuivere fokdieren of nakomelingen van raszuivere fokdieren van andere rassen die voor de reconstructie van dat ras worden gebruikt, of een dier dat naar het oordeel van de stamboekvereniging voldoet aan de kenmerken van het te reconstrueren ras en dat, in voorkomend geval, voldoet aan de minimale prestatievereisten die in het fokprogramma zijn vastgesteld, inschrijven in de hoofdsectie van het stamboek, als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
1° het fokprogramma voorziet in een termijn voor de opstelling of heropstelling van dat stamboek die geschikt is voor het betrokken ras;
2° in voorkomend geval wordt verwezen naar een stamboek waarin deze raszuivere fokdieren of hun voorouders zijn ingeschreven, samen met het originele registratienummer in dat stamboek;
3° in het systeem voor het registreren van de afstamming wordt vermeld welke dieren deze stamboekvereniging als de basispopulatie van het ras beschouwt.
Art. 8. Ter uitvoering van artikel 21, lid 6, van verordening (EU) nr. 2016/1012 kunnen levende producten van raszuivere fokdieren met het oog op gebruik in het Vlaamse Gewest, gewonnen, geproduceerd, behandeld en opgeslagen worden in een centrum dat erkend is conform artikel 40 van dit besluit.
Art. 9. Ter uitvoering van bijlage I, deel 3, lid 1, tweede alinea, van verordening (EU) nr. 2016/1012 kan een stamboekvereniging die erkend is conform artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/1012, raszuivere fokpaarden en -ezels inschrijven in het stamboek dat door haar wordt bijgehouden als die dieren worden geïdentificeerd aan de hand van een andere methode die ten minste dezelfde zekerheid biedt als een dekcertificaat, op voorwaarde dat dat in overeenstemming is met de beginselen die zijn vastgelegd door de stamboekvereniging die het stamboek van de oorsprong van dat ras bijhoudt.
Art. 10. Ter uitvoering van bijlage II, deel 1, hoofdstuk III, lid 2, van verordening (EU) nr. 2016/1012 kan een stamboekvereniging die erkend is conform artikel 4 van de voormelde verordening, en die een fokprogramma uitvoert met raszuivere fokdieren van een met uitsterven bedreigd ras, erkend conform artikel 5 van dit besluit, of met schapen van een landras, in de hoofdsectie van haar stamboek een dier inschrijven dat afstamt van ouders en grootouders die zijn ingeschreven of opgenomen in de hoofdsectie of in de aanvullende secties van een stamboek van dat ras, als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
1° de stamboekvereniging motiveert de noodzaak om gebruik te maken van die afwijking, namelijk door aan te tonen dat er een gebrek is aan mannelijke raszuivere fokdieren van dat ras die beschikbaar zijn voor fokdoeleinden;
2° de stamboekvereniging heeft een of meer aanvullende secties opgesteld in haar stamboek;
3° de voorschriften op grond waarvan de stamboekvereniging dieren in de hoofdsectie of aanvullende secties van dat stamboek inschrijft of opneemt, zijn vastgelegd in het fokprogramma.
HOOFDSTUK 3. - Stamboekverenigingen voor andere diersoorten
Afdeling 1. - Erkenning
Art. 11. Een aanvraag tot erkenning als stamboekvereniging voor een andere diersoort wordt in elektronische vorm bij de bevoegde entiteit ingediend.
De bevoegde entiteit beoordeelt de aanvragen en beslist erover.
De bevoegde entiteit kan de erkenning intrekken als de stamboekvereniging voor een andere diersoort niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.
De erkenningen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 12. Een aanvrager kan erkend worden als een stamboekvereniging voor een andere diersoort, als hij voldoet aan alle volgende voorwaarden:
1° hij heeft rechtspersoonlijkheid;
2° zijn statutaire zetel bevindt zich in het Vlaamse Gewest;
3° hij beschikt over voldoende en gekwalificeerd personeel en geschikte faciliteiten en apparatuur om de fokprogramma's waarvoor hij een goedkeuring vraagt conform artikel 13, doeltreffend uit te voeren;
4° hij is in staat de controles te verrichten die nodig zijn om de afstamming te registreren van de fokdieren die onder die fokprogramma's zullen vallen;
5° hij beschikt over voldoende fokkers en over een voldoende grote populatie fokdieren om deel te nemen aan elk van zijn fokprogramma's binnen het Vlaamse Gewest;
6° hij is in staat om gegevens over de fokdieren die nodig zijn voor de uitvoering van die fokprogramma's, te genereren of voor hem te laten genereren;
7° hij heeft een huishoudelijk reglement vastgesteld dat de volgende elementen bevat:
a) een regeling om geschillen met fokkers die deelnemen aan zijn fokprogramma's te beslechten;
b) een regeling om de gelijke behandeling te waarborgen van fokkers die deelnemen aan zijn fokprogramma's;
c) de rechten en plichten van fokkers die deelnemen aan zijn fokprogramma's en van de stamboekvereniging;
d) de rechten en plichten van leden, als fokkers lid kunnen worden;
8° hij dient bij zijn aanvraag tot erkenning ook een aanvraag tot goedkeuring in als vermeld in artikel 13, eerste lid, voor ten minste een van de voorgenomen fokprogramma's.
Afdeling 2. - Fokprogramma's
Art. 13. Een stamboekvereniging voor een andere diersoort die erkend is conform artikel 11, kan aanvragen tot goedkeuring van haar fokprogramma's indienen bij de bevoegde entiteit.
De aanvragen, vermeld in het eerste lid, worden in elektronische vorm ingediend.
De bevoegde entiteit beoordeelt een fokprogramma en keurt dat goed, op voorwaarde dat het:
1° een of meer van de volgende doelen nastreeft:
a) de verbetering van het ras;
b) de instandhouding van het ras;
c) de creatie van een nieuw ras;
d) de reconstructie van een ras;
2° de volgende informatie bevat:
a) het doel van het fokprogramma;
b) de naam van het ras in geval van raszuivere fokdieren waarop het fokprogramma betrekking heeft, of, naargelang het doel van het fokprogramma, de naam van het ras, de foklijn of de kruising om verwarring te voorkomen met gelijkaardige fokdieren, die in andere bestaande stamboeken zijn ingeschreven of geregistreerd;
c) de gedetailleerde eigenschappen van het ras waarop het fokprogramma betrekking heeft, met inbegrip van een aanduiding van de belangrijkste kenmerken;
d) de informatie over het geografische gebied waar het fokprogramma wordt uitgevoerd;
e) de informatie over het systeem voor de identificatie van fokdieren waarmee wordt gewaarborgd dat die fokdieren uitsluitend worden ingeschreven in een stamboek als ze afzonderlijk zijn geïdentificeerd, conform het diergezondheidsrecht van de Unie over de identificatie en registratie van de dieren van de soort in kwestie;
f) de informatie over het systeem voor het registreren van de afstamming van raszuivere fokdieren;
g) als er aanvullende secties worden ingesteld of als de hoofdsectie is onderverdeeld in klassen: de voorschriften voor de onderverdeling van het stamboek en de criteria of procedures die worden toegepast voor de opname van dieren in die secties of de indeling van die dieren in die klassen;
h) de selectie- en fokdoelstellingen van het fokprogramma, met inbegrip van de vermelding van de voornaamste doelstellingen van dat fokprogramma, en in voorkomend geval de gedetailleerde evaluatiecriteria voor de selectie van fokdieren die verband houden met die doelstellingen;
i) als een nieuw ras wordt gecreëerd of als een ras wordt gereconstrueerd, de informatie over de precieze omstandigheden die de creatie van dat nieuwe ras of de reconstructie van dat ras rechtvaardigen;
j) als voor het fokprogramma een prestatieonderzoek of een genetische evaluatie vereist is:
1) de informatie over de systemen waarmee de resultaten van prestatieonderzoek worden gegenereerd, geregistreerd, gecommuniceerd en gebruikt;
2) de informatie over de systemen voor de genetische evaluatie en, in voorkomend geval, voor de genomische evaluatie van fokdieren;
k) als de stamboekvereniging specifieke technische activiteiten in verband met het beheer van haar fokprogramma uitbesteedt aan derden als vermeld in het vierde lid: de informatie over die activiteiten en de naam en contactgegevens van de aangewezen derden.
Een stamboekvereniging voor een andere diersoort kan specifieke technische activiteiten in verband met het beheer van haar fokprogramma's, die door de bevoegde entiteit werden goedgekeurd, met inbegrip van prestatieonderzoek en genetische evaluatie, aan een derde uitbesteden, op voorwaarde dat:
1° die stamboekvereniging tegenover de bevoegde entiteit verantwoordelijk blijft voor de correcte uitvoering van het fokprogramma;
2° er geen belangenconflict bestaat tussen die derde en de economische activiteiten van fokkers die aan het fokprogramma deelnemen;
3° die derde voldoet aan alle noodzakelijke vereisten voor het verrichten van die activiteiten.
Art. 14. Voordat de stamboekvereniging voor een andere diersoort significante wijzigingen aanbrengt in een fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13, brengt ze de bevoegde entiteit op de hoogte van de voorgenomen wijzigingen.
De kennisgeving, vermeld in het eerste lid, wordt in elektronische vorm gedaan.
Tenzij de bevoegde entiteit binnen negentig dagen vanaf de datum van kennisgeving anders aangeeft, worden die wijzigingen geacht te zijn goedgekeurd.
Een stamboekvereniging voor een andere diersoort brengt de fokkers die aan haar fokprogramma's deelnemen tijdig en op transparante wijze op de hoogte van de wijzigingen in elk fokprogramma die zijn goedgekeurd conform dit artikel.
Afdeling 3. - Rechten en plichten
Art. 15. Fokkers hebben het recht deel te nemen aan een fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13, op voorwaarde dat:
1° hun fokdieren gehouden worden binnen het Vlaamse Gewest;
2° hun fokdieren behoren tot het ras waarop dat fokprogramma betrekking heeft.
Fokkers die deelnemen aan een fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13, hebben het recht om:
1° hun fokdieren te laten inschrijven in de gepaste sectie van het stamboek dat door de stamboekvereniging voor het ras is opgesteld conform artikel 17;
2° deel te nemen aan prestatieonderzoek en genetische evaluatie als het fokprogramma daarin voorziet;
3° een stamboomcertificaat te verkrijgen conform artikel 23;
4° op verzoek actuele resultaten van het prestatieonderzoek en de genetische evaluatie voor hun fokdieren te ontvangen, als die resultaten beschikbaar zijn;
5° toegang te krijgen tot alle andere diensten die in verband met dat fokprogramma aan de deelnemende fokkers worden verleend door de stamboekvereniging voor een andere diersoort die het fokprogramma uitvoert.
Naast de rechten, vermeld in het eerste en tweede lid, hebben de fokkers, vermeld in het eerste lid, als de voorschriften van de stamboekvereniging voor een andere diersoort lidmaatschap mogelijk maken, ook het recht om:
1° lid te worden van die stamboekvereniging voor een andere diersoort;
2° deel te nemen aan de vaststelling en ontwikkeling van het fokprogramma conform het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 12, 7°.
Art. 16. Stamboekverenigingen voor een andere diersoort hebben het recht om hun fokprogramma's zelfstandig vast te stellen en uit te voeren.
Stamboekverenigingen voor een andere diersoort hebben het recht om fokkers uit te sluiten van deelname aan een fokprogramma als die fokkers de regels van dat fokprogramma of de verplichtingen die zijn vastgesteld in het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 12, 7°, niet nakomen.
Naast het recht, vermeld in het tweede lid, hebben stamboekverenigingen voor een andere diersoort waarbij lidmaatschap mogelijk is, het recht om fokkers uit te sluiten van lidmaatschap als die fokkers hun verplichtingen die zijn vastgesteld in het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 12, 7°, niet nakomen.
Afdeling 4. - Inschrijving van raszuivere fokdieren in stamboeken en toelating tot voortplanting
Art. 17. § 1. Een stamboek bestaat uit een hoofdsectie en, als dat gespecificeerd is in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13, een of meer aanvullende secties.
§ 2. Een stamboekverenging voor een andere diersoort kan op grond van criteria en procedures:
1° de hoofdsectie van stamboeken in klassen onderverdelen op grond van de genetische aanleg van die dieren en die klassen verder onderverdelen volgens hun leeftijd of geslacht; of
2° de hoofdsectie van stamboeken in klassen onderverdelen volgens de leeftijd of het geslacht van die dieren, als die klassen ook verder worden onderverdeeld op grond van hun genetische aanleg.
Op grond van de criteria en de procedures, vermeld in het eerste lid, kan worden vereist dat raszuivere fokdieren, voordat ze in een specifieke klasse van de hoofdsectie worden ingeschreven, een prestatieonderzoek of genetische evaluatie ondergaan of een andere beoordeling verkrijgen die is beschreven in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13.
Als in het fokprogramma naast de voorwaarden, vermeld in artikel 18, eerste lid, aanvullende voorwaarden worden vastgesteld voor de vermelding in de hoofdsectie van het stamboek, stelt de stamboekvereniging voor een andere diersoort die dat fokprogramma uitvoert, in die hoofdsectie ten minste één klasse vast waarin op verzoek van de fokker raszuivere fokdieren worden ingeschreven die alleen voldoen aan de voorwaarden van artikel 18, eerste lid.
§ 3. Een stamboekvereniging voor een andere diersoort kan een of meer aanvullende secties in het stamboek opstellen voor dieren van hetzelfde ras die niet in aanmerking komen voor inschrijving in de hoofdsectie, als de voorschriften die in het fokprogramma zijn vastgesteld, toestaan dat de nakomelingen van die dieren in de hoofdsectie worden ingeschreven als ze voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20, § 2.
Art. 18. Een stamboekvereniging voor een andere diersoort schrijft, op verzoek van een fokker, elk fokdier van een ras in in de hoofdsectie van het stamboek van dat ras, als ze voor dat ras een goedgekeurd fokprogramma uitvoert en als het dier voldoet aan alle volgende voorwaarden:
1° het stamt af van ouders en grootouders die zijn ingeschreven in de hoofdsectie van een stamboek van hetzelfde ras;
2° de afstamming is vastgesteld overeenkomstig de voorschriften van het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13;
3° het is geïdentificeerd conform het diergezondheidsrecht van de Unie over de identificatie en de registratie van dieren van de soort in kwestie en de voorschriften in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13;
4° het gaat vergezeld van een certificaat dat minstens de informatie, vermeld in artikel 24, bevat;
5° het is in geval van kruising ingeschreven in de hoofdsectie van een stamboek van een ander ras, op voorwaarde dat in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13 dat andere ras en de criteria voor de inschrijving van een raszuiver fokdier van dat ras worden vastgelegd;
6° het behoort in geval van lijnenfokkerij tot een specifieke lijn van hetzelfde ras, op voorwaarde dat die foklijnen en families en de criteria voor de inschrijving van een raszuiver fokdier van dat ras zijn vastgelegd in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13.
Een stamboekvereniging voor een andere diersoort die in haar stamboek een raszuiver fokdier inschrijft dat al is ingeschreven in een ander stamboek, schrijft dat raszuivere fokdier in onder het identificatienummer dat eraan is toegekend conform verordening (EU) nr. 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid.
Een stamboekverening voor een andere diersoort mag de inschrijving van een raszuiver fokdier in de hoofdsectie van haar stamboeken niet weigeren om de reden dat het al is ingeschreven in de hoofdsectie van een stamboek van hetzelfde ras of, in geval van een kruisingsprogramma, een ander ras, dat wordt bijgehouden door een andere stamboekvereniging voor een andere diersoort.
Art. 19. Als een stamboekvereniging voor een andere diersoort een nieuw ras wil creëren, kan ze raszuivere fokdieren van verschillende rassen, nakomelingen van die raszuivere fokdieren en dieren die volgens haar oordeel voldoen aan de beschrijving van dat nieuwe ras die is opgenomen in het fokprogramma, met inbegrip van de minimale prestatievereisten, inschrijven in de hoofdsectie van dat nieuw opgestelde ras, als het fokprogramma bovenop de voorwaarden, vermeld in artikel 13:
1° een termijn voorziet voor de opstelling van het nieuwe stamboek die geschikt is voor het generatieinterval van de soort en het ras;
2° in voorkomend geval verwijst naar een bestaand stamboek waarin het raszuivere fokdier of zijn ouders na de geboorte voor het eerst zijn ingeschreven, met vermelding van het originele registratienummer in dat stamboek;
3° een lijst bevat met de rassen die toegelaten zijn om het nieuwe ras te vormen.
Als een stamboekvereniging voor een andere diersoort een ras wil reconstrueren dat verdwenen is of dat ernstig gevaar loopt te verdwijnen, kan die stamboekvereniging nakomelingen van raszuivere fokdieren van het te reconstrueren ras, raszuivere fokdieren of nakomelingen van raszuivere fokdieren van andere rassen die voor de reconstructie van dat ras worden gebruikt, of een dier dat naar het oordeel van de stamboekvereniging voldoet aan de kenmerken van het te reconstrueren ras en dat, in voorkomend geval, voldoet aan de minimale prestatievereisten die in het fokprogramma zijn vastgesteld, inschrijven in de hoofdsectie van het stamboek, als het fokprogramma, bovenop de voorwaarden, vermeld in artikel 13:
1° een termijn voorziet voor de opstelling of heropstelling van dat stamboek die geschikt is voor het ras in kwestie;
2° in voorkomend geval verwijst naar een stamboek waarin die raszuivere fokdieren of hun voorouders zijn ingeschreven, samen met het originele registratienummer in dat stamboek;
3° een lijst bevat van de rassen die toegelaten zijn om het te reconstrueren ras te vormen.
Art. 20. § 1. Als een stamboekvereniging voor een andere diersoort conform artikel 17 aanvullende secties vaststelt, neemt die stamboekvereniging op verzoek van fokkers een dier van de onder haar fokprogramma vallende rassen die niet in aanmerking komen voor inschrijving in de hoofdsectie, op in de aanvullende secties in kwestie, als het dier aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° het is individueel en op unieke wijze geïdentificeerd volgens het diergezondheidsrecht van de Unie;
2° het voldoet naar het oordeel van de stamboekvereniging aan de eigenschappen van het ras, vermeld in artikel 13, derde lid, 2°, c);
3° het voldoet ten minste aan de minimale prestatievereisten die zijn beschreven in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13, ten aanzien van de kenmerken waarop de in de hoofdsectie ingeschreven raszuivere fokdieren worden onderzocht.
Een stamboekvereniging voor een andere diersoort kan voor de conformiteit met de raseigenschappen, vermeld in het eerste lid, 2°, of de prestatievereisten, vermeld in het eerste lid, 3°, verschillende voorschriften toepassen, afhankelijk van de vraag of het dier tot het ras behoort, hoewel de afkomst niet bekend is of is verkregen uit een kruisingsprogramma dat vermeld staat in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13.
§ 2. Op verzoek van een fokker neemt de stamboekvereniging voor een andere diersoort de nakomelingen van de dieren, vermeld in paragraaf 1, op in de hoofdsectie en beschouwen ze die nakomelingen als raszuivere fokdieren, als die nakomelingen afstammen van:
1° een moeder en een grootmoeder van moederszijde die opgenomen zijn in een aanvullende sectie van een stamboek van hetzelfde ras;
2° een vader en beide grootvaders die zijn ingeschreven in de hoofdsectie van een stamboek van hetzelfde ras.
Art. 21. Een stamboekvereniging voor een andere diersoort die een fokprogramma voor een ras dat is goedgekeurd conform artikel 13, uitvoert, aanvaardt:
1° voor natuurlijke voortplanting, eender welk raszuiver fokdier van dat ras;
2° voor kunstmatige inseminatie, sperma dat gewonnen is van raszuivere fokdieren die een prestatieonderzoek of een genetische evaluatie hebben ondergaan als dat vereist is op grond van het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13;
3° voor embryotransplantatie, eicellen die zijn gewonnen en gebruikt voor de in-vitro- of in-vivoproductie van embryo's die zijn geproduceerd met sperma als vermeld in punt 2°, op voorwaarde dat die eicellen en embryo's zijn gewonnen van raszuivere fokdieren die een prestatieonderzoek of een genetische evaluatie hebben ondergaan als dat vereist is op grond van het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13.
Art. 22. Als stamboekverenigingen voor een andere diersoort prestatieonderzoek of genetische evaluaties verrichten, stellen ze methoden voor prestatieonderzoek of genetische evaluatie vast en gebruiken ze die methoden, die wetenschappelijk aanvaardbaar zijn volgens de gevestigde zoötechnische beginselen en waarbij, als dat van toepassing is, rekening wordt gehouden met de beginselen die zijn opgesteld door ICAR.
Art. 23. Als fokkers die deelnemen aan een fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 13, verzoeken om stamboomcertificaten voor hun fokdieren of levende producten daarvan, geeft de stamboekvereniging voor een andere diersoort die dat fokprogramma uitvoert, die certificaten af.
Art. 24. Het stamboomcertificaat van een fokdier bevat de volgende informatie:
1° als titel: Stamboomcertificaat;
2° de naam van de erkende vereniging die het certificaat afgeeft;
3° de naam van het stamboek;
4° het ras van het fokdier;
5° het geslacht van het fokdier;
6° het volgnummer van het fokdier in het stamboek;
7° de identificatiemethode;
8° het identificatienummer van het fokdier;
9° de geboortedatum van het fokdier;
10° de naam en het adres van de fokker;
11° de naam en het adres van de eigenaar;
12° de afstamming van het fokdier, telkens met vermelding van de naam, het volgnummer in het stamboek en de geboortedatum van:
a) de vader;
b) de vader van de vader;
c) de moeder van de vader;
d) de moeder;
e) de vader van de moeder;
f) de moeder van de moeder;
13° de website van de stamboekvereniging waar de volgende informatie is vermeld:
a) de voorwaarden waaronder de resultaten van de onderzoeken naar erfelijke kenmerken ter beschikking worden gesteld;
b) de geactualiseerde fokwaarden;
14° de datum en plaats van afgifte van het certificaat;
15° de naam, titel en handtekening van de gemachtigde ondertekenaar.
HOOFDSTUK 4. - Verenigingen die een vereenvoudigd beheer voeren
Art. 25. Een aanvraag tot erkenning als vereniging die een vereenvoudigd beheer voert wordt in elektronische vorm, bij de bevoegde entiteit ingediend.
De bevoegde entiteit beoordeelt de aanvragen en beslist erover.
De bevoegde entiteit kan een erkenning intrekken als de vereniging die een vereenvoudigd beheer voert, niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.
De erkenningen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 26. Een aanvrager kan erkend worden als een vereniging die een vereenvoudigd beheer voert, als hij voldoet aan alle volgende voorwaarden:
1° hij heeft rechtspersoonlijkheid;
2° zijn statutaire zetel bevindt zich in het Vlaamse Gewest;
3° in zijn aanvraag tot erkenning vermeldt hij de diersoort, de rassen en de variëteiten ervan, waarvoor hij het vereenvoudigd beheer zal voeren;
4° hij beschikt over voldoende en gekwalificeerd personeel en geschikte faciliteiten en apparatuur om de fokprogramma's waarvoor hij een goedkeuring vraagt conform artikel 27, doeltreffend uit te voeren;
5° hij is in staat het vereenvoudigd beheer doeltreffend uit te voeren volgens de voorwaarden die vermeld zijn in het fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 27;
6° hij is in staat om gegevens over de fokdieren die nodig zijn voor de uitvoering van die fokprogramma's, te genereren en te registeren;
7° hij is in staat de controles te verrichten die nodig zijn om de afstamming te registreren van de fokdieren die onder die fokprogramma's zullen vallen;
8° hij heeft een huishoudelijk reglement vastgesteld dat de volgende elementen bevat:
a) een regeling om geschillen met fokkers die deelnemen aan zijn fokprogramma's te beslechten;
b) een regeling om de gelijke behandeling te waarborgen van fokkers die deelnemen aan zijn fokprogramma's;
c) de rechten en plichten van:
1) fokkers die deelnemen aan zijn fokprogramma's;
2) de vereniging;
d) de rechten en plichten van leden, als fokkers lid kunnen worden;
9° hij dient bij de aanvraag tot erkenning ook een aanvraag tot goedkeuring in als vermeld in artikel 27, eerste lid, voor ten minste een van de voorgenomen fokprogramma's.
Art. 27. Een vereniging die erkend is conform artikel 25 en die een vereenvoudigd beheer voert, kan een aanvraag tot goedkeuring van een fokprogramma indienen bij de bevoegde entiteit.
De aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt in elektronische vorm ingediend.
De bevoegde entiteit beoordeelt een fokprogramma en keurt het goed, op voorwaarde dat het:
1° een of meer van de volgende doelen nastreeft:
a) de instandhouding van het ras of de variëteit;
b) de verbetering van het ras of de variëteit;
c) de creatie van een nieuw ras of een nieuwe variëteit;
d) de reconstructie van een ras;
2° de volgende informatie bevat:
a) de naam van het ras of de variëteit die, om verwarring te voorkomen met gelijkaardige raszuivere fokdieren die in erkende stamboeken zijn ingeschreven of geregistreerd, afwijkt van de naam die gegeven is aan raszuivere fokdieren;
b) de eigenschappen van het ras waarop het fokprogramma betrekking heeft;
c) de informatie over het systeem voor de identificatie van fokdieren;
d) de informatie over het systeem voor de registratie waarmee wordt gewaarborgd dat die fokdieren uitsluitend worden geregistreerd in een centrale databank als ze afzonderlijk zijn geïdentificeerd, overeenkomstig de wetgeving over de identificatie en registratie die geldt voor de diersoort;
e) de informatie over het systeem voor het registreren van de afstamming van fokdieren.
Art. 28. Voordat de vereniging die een vereenvoudigd beheer voert significante wijzigingen aanbrengt in een fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 27, brengt ze de bevoegde entiteit op de hoogte van die voorgenomen wijzigingen.
De kennisgeving, vermeld in het eerste lid, wordt in elektronische vorm gedaan.
Tenzij de bevoegde entiteit binnen negentig dagen vanaf de datum van kennisgeving anders aangeeft, worden die wijzigingen geacht te zijn goedgekeurd.
Een vereniging die een vereenvoudigd beheer voert, brengt de fokkers die aan haar fokprogramma deelnemen tijdig en op transparante wijze op de hoogte van de wijzigingen in haar fokprogramma die zijn goedgekeurd conform het derde lid.
Art. 29. Fokkers hebben het recht deel te nemen aan een fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 27, op voorwaarde dat:
1° hun fokdieren gehouden worden binnen het Vlaamse Gewest;
2° hun fokdieren behoren tot het ras waarop dat fokprogramma betrekking heeft.
Fokkers die deelnemen aan een fokprogramma dat is goedgekeurd conform artikel 27, hebben het recht om:
1° hun fokdieren te laten registreren;
2° deel te nemen aan prestatieonderzoek en genetische evaluatie als het fokprogramma daarin voorziet;
3° op verzoek actuele resultaten van het prestatieonderzoek en de genetische evaluatie voor hun fokdieren te ontvangen, als die resultaten beschikbaar zijn;
4° toegang te krijgen tot alle andere diensten die in verband met dat fokprogramma aan de deelnemende fokkers worden verleend door de vereniging die een vereenvoudigd beheer voert die het fokprogramma uitvoert.
Naast de rechten, vermeld in het eerste en tweede lid, hebben de fokkers, vermeld in het eerste lid, als de voorschriften van de vereniging die een vereenvoudigd beheer voert lidmaatschap mogelijk maken, ook het recht om:
1° lid te worden van die vereniging die een vereenvoudigd beheer voert;
2° deel te nemen aan de vaststelling en de ontwikkeling van het fokprogramma conform het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 26, 8°.
HOOFDSTUK 5. - Verenigingen die coördinerende taken opnemen
Art. 30. Een aanvraag tot erkenning als vereniging die coördinerende taken opneemt, wordt in elektronische vorm bij de bevoegde entiteit ingediend.
De bevoegde entiteit beoordeelt de aanvragen en beslist erover.
De bevoegde entiteit kan een erkenning intrekken als een vereniging die coördinerende taken opneemt niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.
De erkenningen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 31. Een aanvrager kan erkend worden als een vereniging die coördinerende taken opneemt, als hij voldoet aan alle volgende voorwaarden:
1° hij heeft rechtspersoonlijkheid;
2° zijn statutaire zetel bevindt zich in het Vlaamse Gewest;
3° in zijn aanvraag tot erkenning omschrijft hij ten minste één coördinerende taak die betrekking heeft op activiteiten die geregeld zijn in dit besluit;
4° hij beschikt over voldoende en gekwalificeerd personeel en geschikte faciliteiten en apparatuur om de coördinerende taken die hij zal opnemen doeltreffend uit te voeren;
5° hij heeft statuten vastgesteld waarin:
a) de diersoorten aangegeven worden waarvoor hij coördinerende taken zal opnemen;
b) bepaald wordt dat naargelang het voorwerp van de coördinerende taak alle in overeenstemming met dit besluit erkende verenigingen en fokkerijgroeperingen die een goedgekeurd fokprogramma uitvoeren voor een diersoort als vermeld in punt a), lid kunnen worden;
6° hij heeft voor de leden, vermeld in punt 5°, b), een huishoudelijk reglement vastgesteld dat de volgende elementen bevat:
a) een regeling om geschillen tussen een lid en de coördinerende vereniging of tussen leden onderling te beslechten;
b) een regeling om de gelijke behandeling van de leden te waarborgen;
c) de rechten en plichten van de vereniging en de leden.
Art. 32. Een vereniging die coördinerende taken opneemt die erkend is conform artikel 30, dient haar aanvraag tot goedkeuring van de coördinerende taken in bij de bevoegde entiteit. In die aanvraag worden de coördinerende taken en de voorschriften voor de uitvoering ervan gedetailleerd beschreven.
De aanvragen, vermeld in het eerste lid, worden in elektronische vorm ingediend.
De bevoegde entiteit beoordeelt de aanvragen en beslist erover.
Art. 33. Voordat de vereniging die coördinerende taken uitvoert significante wijzigingen aanbrengt in haar coördinerende taken die zijn goedgekeurd conform artikel 32, brengt ze de bevoegde entiteit op de hoogte van de voorgenomen wijzigingen.
De kennisgeving, vermeld in het eerste lid, wordt in elektronische vorm gedaan.
Tenzij de bevoegde entiteit binnen negentig dagen vanaf de datum van kennisgeving anders aangeeft, worden die wijzigingen geacht te zijn goedgekeurd.
Verenigingen die coördinerende taken opnemen, brengen de leden die ervan gebruik maken tijdig en op transparante wijze op de hoogte van de wijzigingen in hun coördinerende taken die zijn goedgekeurd conform het derde lid.
HOOFDSTUK 6. - Diersoorten waarvoor de genetische diversiteit in het gedrang is
Art. 34. De minister kan voor de rassen waarvoor de genetische diversiteit in het gedrang is, met het oog op de verhoging van de genetische diversiteit en de bestrijding van erfelijke aandoeningen bij die rassen, bijkomende voorwaarden opleggen voor de goedkeuring van een fokprogramma voor die rassen. De voorwaarden betreffen:
1° fokdieren genetisch identificeren;
2° de afstamming en de erfelijke eigenschappen van fokdieren in de databank van de erkende vereniging registreren;
3° een prestatieonderzoek of een genetische evaluatie uitvoeren;
4° fokdieren toelaten tot de voortplanting;
5° de geregistreerde gegevens van de fokdieren certificeren;
6° een commissie aanstellen die de uitvoering van het fokprogramma monitort en daarover jaarlijks rapporteert.
Art. 35. De minister kan een lijst opstellen van de rassen waarvoor de genetische diversiteit in het gedrang is.
HOOFDSTUK 7. - Toelating van de voortplanting voor honden
Art. 36. Alleen de reuen toegelaten tot de voortplanting door een vereniging erkend in uitvoering van artikel 11 of artikel 25 mogen teven dekken die toebehoren aan derden. De minister kan afwijkingen hiervan toestaan. Dit lid is enkel van toepassing op reuen geboren na 31 december 2012.
Voor alle honden geboren na 31 december 2014, moet de eigenaar van de hond te allen tijde de identiteit van de hond en van de ouders van de hond kunnen aantonen.
HOOFDSTUK 8. - De winning en opslag van sperma, eicellen en embryo's
Art. 37. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder donor: de runderen, de schapen, de geiten en de paardachtigen die zijn ingeschreven, opgenomen of geregistreerd in een stamboek van een stamboekvereniging of een fokregister van een fokkerijgroepering die erkend is conform artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/1012, of in een stamboek of een fokregister van een fokorgaan als vermeld in artikel 2, 7), van de voormelde verordening en alle varkens.
Art. 38. Dit hoofdstuk is met behoud van de toepassing van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op de winning, de productie, de behandeling of de opslag van levende producten.
Art. 39. Om levende producten van donoren te winnen, produceren, behandelen of opslaan is een erkenning als centrum vereist.
In afwijking van het eerste lid is geen erkenning vereist voor het winnen van sperma van levende producten van donoren als die levende producten bedoeld zijn voor wetenschappelijk onderzoek.
In afwijking van het eerste lid is geen erkenning vereist voor het winnen van sperma van raszuivere of hybride fokberen die zijn aangemeld voor prestatieonderzoek, door een operator die beschikt over een toelating als vermeld in artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit van 6 oktober 2006 betreffende de sanitaire voorwaarden inzake de productie, de nationale handel, het intracommunautair handelsverkeer en de invoer van varkenssperma.
Art. 40. Een aanvraag tot erkenning als centrum als vermeld in artikel 39, eerste lid, wordt in elektronische vorm bij de bevoegde entiteit ingediend.
De bevoegde entiteit beoordeelt de aanvragen en beslist erover.
De bevoegde entiteit kan een erkenning intrekken als een centrum niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.
De erkenningen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 41. De aanvraag tot erkenning, vermeld in artikel 40, eerste lid, bevat al de volgende gegevens:
1° de naam, het ondernemingsnummer en het adres van het centrum;
2° de diersoorten waartoe de donor behoort;
3° de aard van de activiteiten die het centrum zal uitvoeren;
4° de locaties waar de activiteiten, vermeld in punt 3°, zullen plaatsvinden;
5° in voorkomend geval de stamboekvereniging of fokkerijgroepering waarmee het centrum samenwerkt voor de uitwisseling van informatie over donoren.
Art. 42. Het centrum deelt elke wijziging van de gegevens, vermeld in artikel 41, onmiddellijk mee aan de bevoegde entiteit.
Art. 43. Het centrum beschikt voor elke donor die aanwezig is op het centrum over een document dat de informatie bevat die vereist is conform artikel 45, en dat wordt uitgereikt door de stamboekvereniging, de fokkerijgroepering of het fokorgaan waarbij de donor is ingeschreven of geregistreerd.
Het centrum beschikt voor elke donor waarvan levende producten aanwezig zijn op het centrum, over een document dat de informatie bevat die vereist is conform artikel 45 en dat wordt uitgereikt door de stamboekvereniging, de fokkerijgroepering of het fokorgaan waarbij de donor is ingeschreven of geregistreerd.
Art. 44. Het centrum registreert in voorkomend geval de volgende gegevens:
1° de datum van de spermawinning, de identiteit van de donor en het aantal geproduceerde dosissen van elke spermawinning;
2° de datum van de winning van de eicellen, de identiteit van de donor en het aantal eicellen van elke winning van eicellen;
3° een lijst over de aankoop van sperma of eicellen, met vermelding van de datum van aankomst en per donor het aantal en de herkomst;
4° een lijst over de verkoop van sperma of eicellen, met vermelding van de datum van verkoop en per donor het aantal en de ontvanger;
5° de datum van winning, aankomst of aankoop van de embryo's, in voorkomend geval de coördinaten van het aanleverende centrum voor embryo's, de identificatie van de embryo's, het aantal aanwezige embryo's, de herkomst en bestemming van de embryo's, de identiteit van de donoren en de identiteit van de draagmoederdieren bij embryotransplantatie.
Art. 45. Het centrum houdt op permanente wijze al de volgende gegevens van alle dieren, waarvan levende producten beschikbaar zijn op het centrum, ter beschikking van de kopers en van de bevoegde entiteit, deelt deze gegevens actief mee aan de kopers en maakt deze gegevens openbaar:
1° de eenduidige identificatie;
2° voor donoren:
a) de erkende stamboekvereniging, de fokkerijgroepering of het fokorgaan waarbij de donor is ingeschreven, opgenomen of geregistreerd;
b) de naam van het ras, de foklijn, de kruising of het hybride product;
c) de afstamming;
d) in voorkomend geval, de resultaten van prestatieonderzoek en genetische evaluatie;
e) de actuele status op het gebied van toelating tot de voortplanting
3° voor andere dieren dan donoren:
a) de duidelijke vermelding dat het dier niet is ingeschreven, opgenomen of geregistreerd in het stamboek van een erkende stamboekvereniging, het fokregister van een erkende fokkerijgroepering of het stamboek of fokregister van een fokorgaan en dat er geen resultaten van prestatieonderzoek of genetische evaluatie beschikbaar zijn.
Voor donoren worden alle gegevens actueel gehouden op basis van de gegevens die ontvangen zijn van een stamboekvereniging of fokkerijgroepering die erkend is conform artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/1012, of een fokorgaan dat de donor heeft ingeschreven, opgenomen of geregistreerd in zijn stamboek of fokregister.
De bevoegde entiteit kan een model van document vastleggen met betrekking tot alle informatie vermeld in het eerste lid.
Art. 46. Elk centrum deelt, op verzoek van de stamboekvereniging of fokkerijgroepering die de donor heeft opgenomen in het stamboek of het register, gegevens over de winning of de opslag van het levend product, die nodig zijn voor het afgeven van het zoötechnisch certificaat voor het levend product, mee aan die stamboekvereniging of fokkerijgroepering.
Art. 47. Het centrum vermeldt op de recipiënt of op het etiket van de recipiënt minstens de identiteit van alle dieren waarvan levende producten aanwezig zijn in de recipiënt en verwijst daarbij éénduidig naar het stamboek of fokregister waarin de donoren ingeschreven, opgenomen of geregistreerd zijn. Wanneer een zoötechnisch certificaat vereist is, moeten de vermeldingen op de recipiënt en op het zoötechnisch certificaat dat het levend product vergezelt, overeenstemmen.
De bevoegde entiteit kan de vorm en formulering van de gegevens vermeld in het eerste lid vastleggen.
HOOFDSTUK 9. - Gespecialiseerde pluimveebedrijven
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 48. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1° categorie: vermeerdering, selectie of gebruik;
2° gespecialiseerd pluimveebedrijf: een broeierij, een selectie- of een vermeerderingsbedrijf voor een of meer soorten;
3° soort: kippen, eenden, ganzen, kalkoenen en parelhoenders;
4° type: slacht, leg of gemengd gebruik;
5° verordening (EG) nr. 617/2008: verordening (EG) nr. 617/2008 van de Commissie van 27 juni 2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat betreft de handelsnormen voor broedeieren en kuikens van pluimvee.
Art. 49. Dit hoofdstuk is met behoud van de toepassing van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het handelsverkeer van pluimvee, broedeieren en eendagskuikens.
Afdeling 2. - Erkenning gespecialiseerde pluimveebedrijven
Art. 50. Om broedeieren of kuikens te verhandelen of te vervoeren, alsook broedeieren in te leggen, hebben de selectie- en vermeerderingsbedrijven met een capaciteit van ten minste honderd selectie- of vermeerderingskuikens, alsook de broeierijen met een capaciteit van ten minste duizend broedeieren, een erkenning.
Art. 51. Een aanvraag tot erkenning als gespecialiseerd pluimveebedrijf als vermeld in artikel 53 en 54, wordt in elektronische vorm ingediend bij de bevoegde entiteit.
De erkenningsaanvraag vermeldt:
1° de naam en het ondernemingsnummer van het bedrijf;
2° het adres van de maatschappelijke zetel;
3° het adres van de installaties;
4° de capaciteit van de installaties;
5° de datum van het begin van de broed- of vermeerderingsactiviteiten;
6° de soorten, categorieën en types.
De bevoegde entiteit beoordeelt de aanvragen en beslist erover.
De bevoegde entiteit kan een erkenning intrekken als het gespecialiseerde pluimveebedrijf niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.
Art. 52. Een gespecialiseerd pluimveebedrijf deelt elke wijziging van de gegevens, vermeld in artikel 51, onmiddellijk mee aan de bevoegde entiteit.
Art. 53. De bevoegde entiteit verleent een erkenning en een erkenningsnummer aan de broeierij als ze voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° een broedregister bijhouden waarin per soort, per categorie, per type en per broedsysteem de volgende gegevens worden geregistreerd:
a) de datum van de inleg, het aantal ingelegde broedeieren en het erkenningsnummer van het bedrijf waar de broedeieren zijn geproduceerd;
b) de datum waarop de kuikens zijn uitgekomen, het aantal uitgekomen kuikens en het aantal uitgekomen kuikens dat bestemd is om daadwerkelijk te worden gebruikt;
c) het aantal broedeieren dat uit de machine is gehaald en de identiteit van de koper;
2° uitsluitend broedeieren inleggen die elk afzonderlijk gestempeld zijn conform artikel 3 van verordening (EG) nr. 617/2008;
3° de volgende gegevens, voor de vijftiende van elke maand, over de voorbije maand per soort, per categorie, per type en per broedsysteem aan de bevoegde entiteit verstrekken:
a) het aantal ingelegde broedeieren;
b) het aantal broedeieren die bestemd zijn voor intracommunautair handelsverkeer en voor uitvoer naar derde landen en de lidstaat of het derde land van bestemming;
c) het aantal uitgekomen kuikens en het aantal uitgekomen kuikens dat bestemd is voor daadwerkelijk gebruik;
d) het aantal kuikens, bestemd voor intracommunautair handelsverkeer en voor uitvoer naar derde landen, en de lidstaat of het derde land van bestemming.
In het eerste lid wordt verstaan onder broedsysteem: een systeem voor het uitbroeden van eieren met onderscheid tussen de uitkomst van kuikens in broedinstallaties en de uitkomst van kuikens in een stal.
Art. 54. De bevoegde entiteit verleent een erkenning en een erkenningsnummer aan het selectie- of vermeerderingsbedrijf als het voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° een bedrijfsregister bijhouden waarin per soort, per categorie en per type de volgende gegevens worden geregistreerd:
a) de datum van het begin van de productie, het aantal in productie genomen stuks vrouwelijk pluimvee en de herkomst van de kuikens of het pluimvee;
b) het aantal geproduceerde broedeieren per dag en het erkenningsnummer van de broeierij van bestemming;
c) het aantal stuks pluimvee dat uit productie is genomen en de datum waarop dat aantal uit productie is genomen;
2° uitsluitend broedeieren verhandelen en vervoeren die elk afzonderlijk gestempeld zijn conform artikel 3 van verordening (EG) nr. 617/2008;
3° voor de vijftiende van elke maand de volgende gegevens over de voorbije maand per soort, per categorie en per type aan de bevoegde entiteit verstrekken:
a) het aantal broedeieren die bestemd zijn voor intracommunautairhandelsverkeer en voor uitvoer naar derde landen, en de lidstaat of het derde land van bestemming;
b) het aantal kuikens dat ingevoerd is uit lidstaten en derde landen.
Art. 55. De minister kan bepalen welke gegevens de gespecialiseerde pluimveebedrijven moeten toevoegen aan de gegevens, vermeld in artikel 53, eerste lid, 3°, en artikel 54, 3°.
Art. 56. De minister kan ter uitvoering van artikel 3, derde lid, van verordening (EG) 617/2008, bepalen dat de broedeieren op een andere wijze dan de wijze, vermeld in artikel 3, tweede lid, van de voormelde verordening, worden gemerkt.
HOOFDSTUK 10. - De vaststelling van de voorwaarden voor deelname aan wedstrijden voor paardachtigen
Art. 57. Dit hoofdstuk voorziet in de omzetting van richtlijn 90/428/EG van de Raad van 26 juni 1990 inzake het handelsverkeer in voor wedstrijden bestemde paardachtigen en houdende vaststelling van de voorwaarden voor deelneming aan deze wedstrijden.
Art. 58. Bij de organisatie van een wedstrijd mogen de wedstrijdbepalingen geen ongelijke behandeling inhouden tussen paardachtigen, ongeacht het gewest of de lidstaat van oorsprong of registratie.
Art. 59. Artikel 58 is van toepassing op:
1° de criteria voor de toelating tot de wedstrijd, namelijk de minimum- en maximumvoorwaarden;
2° de beoordeling tijdens de wedstrijd;
3° de prijzen, premies of winsten die aan de wedstrijd verbonden zijn.
Art. 60. In afwijking van artikel 58 blijft de organisatie mogelijk van:
1° wedstrijden, uitsluitend voor paardachtigen die in hetzelfde stamboek zijn opgenomen, als rasverbetering wordt beoogd;
2° regionale wedstrijden met het oog op de selectie van paardachtigen;
3° evenementen met een historisch of traditioneel karakter.
De bevoegde entiteit wordt aangeduid als de coördinerende autoriteit, vermeld in artikel 1, lid 1, van de beschikking van de Commissie van 26 maart 1992 met betrekking tot het verzamelen van de gegevens over wedstrijden voor paardachtigen als bedoeld in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 90/428/EEG van de Raad.
Minstens drie maanden voor de organisatie van de wedstrijden, vermeld in het eerste lid, bezorgt de organisator de lijst van de voorgenomen wedstrijden, met vermelding van het type afwijking, aan de bevoegde entiteit.
De bevoegde entiteit brengt de andere lidstaten en het publiek vooraf op de hoogte van elke voorgenomen wedstrijd, vermeld in het tweede lid, en de redenen daarvoor.
HOOFDSTUK 11. - Subsidies
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 61. De minister kan subsidies verlenen aan:
1° de stamboekverenigingen met een statutaire zetel in het Vlaamse Gewest die erkend zijn conform artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/1012;
2° de stamboekverenigingen voor een andere diersoort die erkend zijn conform artikel 11 van dit besluit;
3° de verenigingen die een vereenvoudigd beheer voeren, die erkend zijn conform artikel 25 van dit besluit;
4° de verenigingen die coördinerende taken uitvoeren, die erkend zijn conform artikel 30 van dit besluit.
De minister kan voorschotten op de subsidies toekennen.
Uitsluitend werkelijke kosten die rechtstreeks te maken hebben met de gesubsidieerde activiteit, worden in aanmerking genomen.
Recupereerbare btw komt niet in aanmerking.
Art. 62. De begunstigde legt verantwoording af over de aanwending van de toegekende subsidie. Die verantwoording bestaat uit:
1° een functionele verantwoording, met een activiteitenverslag van de werkingsperiode;
2° een financiële verantwoording, die volgende stukken bevat:
a) de goedgekeurde jaarrekeningen van het laatste boekjaar, met de balans, de resultatenrekening en een toelichting erbij;
b) een resultatenrekening voor elk gesubsidieerd activiteitenprogramma met alle opbrengsten en kosten voor de werkingsperiode;
c) de verantwoordingsstukken voor alle gedane uitgaven, voor elk gesubsidieerd activiteitenprogramma.
Afdeling 2. - Algemene werkingssubsidies
Art. 63. De begunstigde kan in aanmerking komen voor een algemene werkingssubsidie als hij:
1° een aanvraagdossier indient bij de bevoegde entiteit. Dat dossier bevat al de volgende stukken:
a) een schriftelijk verzoek om een subsidie te verkrijgen;
b) de werkingsperiode;
c) de activiteitenprogramma's waarvoor subsidies worden aangevraagd, met vermelding van de naam, het doel en de draagwijdte van de activiteiten en alle kwalitatieve en kwantitatieve aspecten die de vraag naar subsidie ondersteunen;
d) een financieel deel bij elk activiteitenprogramma, met opgave van de begroting en een verantwoording ervan;
e) een goedgekeurde begroting van de vereniging voor het boekjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft;
2° een afstammingscontrole uitvoert op 0,4% van de dieren die in het voorgaande jaar voor het ras in kwestie zijn ingeschreven of geregistreerd, met een minimum van één dier per ras of hybride lijn, of een afstammingscontrole uitvoert op de dieren die in de werkingsperiode voor het ras of de hybride lijn in kwestie zijn ingeschreven of geregistreerd, bij ten minste 0,4% van het aantal dieren dat in het voorgaande jaar voor het ras in kwestie zijn ingeschreven of geregistreerd, met een minimum van één dier per ras.
De vereiste, vermeld in het eerste lid, 2°, geldt ook als een deel van de algemene werkingssubsidie aan een vereniging als vermeld in artikel 62, eerste lid, 4°, bestemd is voor een vereniging als vermeld in artikel 62, eerste lid, 1°, 2° of 3°.
HOOFDSTUK 12. - Toezicht
Art. 64. De verenigingen die erkend zijn conform artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/1012 en artikel 11, 25 en 30 van dit besluit:
1° nodigen de bevoegde entiteit uit voor de algemene vergaderingen, de raden van bestuur en de technische werkgroepen;
2° bezorgen de bevoegde entiteit de notulen van de vergaderingen, vermeld in punt 1° ;
3° bezorgen jaarlijks, binnen zes maanden na het afsluiten van hun werkingsjaar, aan de bevoegde entiteit een activiteitenverslag van het voorbije werkingsjaar. De bevoegde entiteit kan om bijkomende informatie verzoeken.
De centra die erkend zijn conform artikel 40 van dit besluit, bezorgen uiterlijk op 31 maart een activiteitenverslag van het afgelopen jaar aan de bevoegde entiteit. De bevoegde entiteit kan om bijkomende informatie verzoeken.
HOOFDSTUK 13. - Slotbepalingen
Art. 65. De erkenningen die vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, conform artikel 3, eerste lid, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010 zijn verleend aan fokkersverenigingen die een stamboek bijhouden voor een andere diersoort als vermeld in artikel 2, eerste lid, 6°, van het voormelde besluit, worden door de bevoegde entiteit omgezet in een erkenning ter uitvoering van artikel 11 van dit besluit zonder dat daarvoor een nieuwe aanvraag moet worden ingediend.
De erkenningen die vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit conform artikel 3, derde lid, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010 zijn verleend, worden door de bevoegde entiteit omgezet in een erkenning ter uitvoering van artikel 30 van dit besluit zonder dat daarvoor een nieuwe aanvraag moet worden ingediend.
De erkenningen die vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit conform artikel 3, vierde lid, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010 zijn verleend, worden door de bevoegde entiteit omgezet in een erkenning ter uitvoering van artikel 25 van dit besluit zonder dat daarvoor een nieuwe aanvraag moet worden ingediend.
De erkenningen die vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit conform artikel 35 van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010 zijn verleend, worden door de bevoegde entiteit omgezet in een erkenning ter uitvoering van artikel 40 van dit besluit zonder dat daarvoor een nieuwe aanvraag moet worden ingediend.
De erkenningen die vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit conform het koninklijk besluit van 2 juni 1998 betreffende de zoötechnische en genealogische voorschriften voor de verbetering en de instandhouding van de pluimvee- en konijnenrassen zijn verleend, worden door de bevoegde entiteit omgezet in een erkenning ter uitvoering van artikel 51 van dit besluit zonder dat daarvoor een nieuwe aanvraag moet worden ingediend.
Art. 66. De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het koninklijk besluit van 2 juni 1998 betreffende de zoötechnische en genealogische voorschriften voor de verbetering en de instandhouding van de pluimvee- en konijnenrassen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 april 2006, 19 maart 2010 en 19 december 2014;
2° het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 februari 2013, 19 december 2014 en 13 mei 2016;
3° het ministerieel besluit van 17 maart 2005 betreffende de erkenning van gespecialiseerde pluimveebedrijven, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 mei 2006 en 24 februari 2015;
4° het ministerieel besluit van 17 maart 2005 houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties in het kader van de aanmoediging en de verbetering van de pluimvee- en konijnenfokkerij, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 mei 2006 en 9 december 2009;
5° het ministerieel besluit van 11 januari 2011 tot uitvoering van artikelen 8, 36 en 42 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2010 betreffende de organisatie van de fokkerij van de voor de landbouw nuttige huisdieren;
6° het ministerieel besluit van 26 juli 2011 tot erkenning van centra voor varkens ter uitvoering van artikelen 35 en 59, § 2, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 5 juli 2012 en 7 december 2016;
7° het ministerieel besluit van 17 augustus 2011 tot erkenning van centra voor rundvee ter uitvoering van artikel 35 en 59, § 2, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 28 december 2011, 9 april 2013, 19 maart 2014, 7 oktober 2014, 31 oktober 2014, 9 december 2014, 21 april 2016, 15 maart 2017 en 19 november 2018;
8° het ministerieel besluit van 6 juni 2013 tot erkenning van centra voor paarden met toepassing van artikel 35 van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 14 februari 2014, 22 mei 2014, 10 februari 2015, 6 juli 2015, 23 december 2015, 13 juni 2016, 3 februari 2017 en 26 februari 2018.
Art. 67. De Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 17 mei 2019.
De Minister-President van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw,
K. VAN DEN HEUVEL



  Nieuwsflash
 
Nog ruim 70% aardappelen in de grond in Nederland, BelgiŰ idemLees meer
 
 
Hardnekkige verdichting onder akker- en graslandenLees meer
 
 
VoederstrategieŰn in de strijd tegen de klimaatverandering Lees meer
 
 
Sneltest voor bacteriŰle verontreiniging in voeding Lees meer
 
 
Hoe verteerbaar zijn de celwanden van kuilma´s? Lees meer
 
 
Innovatieportaal van SmartAgriHubs Lees meer
 
 
Ondersteuning teeltdiversificatie en nieuwe afzetmarkten hardfruitsectorLees meer
 
 
Fruit- en sierteelt - Bacterievuur BacterievuurLees meer
 
 
Rooidemo SESVanderHave-HolmerLees meer
 
 
Grondwettelijk Hof vernietigt bouwversoepeling in landschappelijk waardevol landbouwgebied Lees meer
 
 
Mestbank pakt overtredingen in teeltvrije zone strenger aan Lees meer
 
 
Hittegolf - Impact op dierenwelzijn, melk- en vleesproductie Lees meer
 
 
Kerngroep Vlaamse Brexit Taskforce overlegtLees meer
 
 
Droogte zomer 2019 - Conjunctuurbarometer najaar 2019: pessimisme voor de toekomstLees meer
 
 
40 % VLIF-steun voor windturbines en voor bovengemiddelde klimaatinvesteringen Lees meer
 
 
Ondernemersvertrouwen op het laagste niveau in drie jaarLees meer
 
 
Precisielandbouw bevorderen via een veilige en krachtige rekenomgeving Lees meer
 
 
Hippe knollen met niet-zo-hippe ziektes?Lees meer
 
 
Minister Demir weigert megastal in BorgloonLees meer
 
 
Intrekking van de toelating van PARAAT in diverse teelten Lees meer
 
 
VS legt extra heffingen op onder meer kaas uit BelgiŰ opLees meer
 
 
EfficiŰnter F1-hybriden maken in cichoreiLees meer
 
 
Milcobel en ILVO werken samen aan verlaging CO2-uitstoot door melkveeLees meer
 
 
Arealen wintergranen en aardappelen in opmars Lees meer
 
 
Boerenzoon Bart Dochy uit Ledegem hoofd van commissie landbouwLees meer
 
 
Kerncijfers 2019: Kijk naar de feiten Lees meer
 
 
Op zoek naar schone luchtLees meer
 
 
Gevolgen van de lage waterstand van de MaasLees meer
 
 
Overlast van everzwijnen in Limburg en de Antwerpse KempenLees meer
 
 
Vraag om uitleg over de antimelkcampagne op bussen en trams van De LijnLees meer
 
 
Zonnepark goed voor biodiversiteit Lees meer
 
 
Aardappelbewaring zonder CIPC Lees meer
 
 
Bestrijding rundertuberculoseLees meer
 
 
Polish potato season very challenging, shortages made imports necessary Lees meer
 
 
Eerste vergadering MEP Horse Group Lees meer
 
 
Spirulina als eiwitvervangerLees meer
 
 
Draaiboek insectenkweek op een witloofbedrijfLees meer
 
 
Vraag om uitleg over de aanstellingsprocedure van gouverneurs Lees meer
 
 
Aardappelbewaring ů naar nieuwe tijden vanaf het seizoen 2020-2021 Lees meer
 
 
31/10 is laatste dag om MAP 6-vanggewassen aan te geven Lees meer
 
 
EU vecht Colombiaanse antidumpingheffingen op diepvriesfriet aanLees meer
 
 
Terugbetaling van de inhouding voor financiŰle disciplineLees meer
 
 
EU trade agreementsLees meer