Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Vorig ArtikelVorig artikel Volgend artikelVolgend Artikel

 17 nov 2020 10:38 

Rampenfonds: nieuw uitvoeringsbesluit vanaf 1/1/20


Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 5 april 2019 houdende de tegemoetkoming in de schade die aangericht is door rampen in het Vlaamse Gewest

Rechtsgronden

Dit besluit is gebaseerd op :
-het decreet van 21 december 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1995, artikel 53, gewijzigd bij de decreten van 23 december 2011, 5 juli 2013 en 7 december 2018.
- het decreet van 5 april 2019 houdende de tegemoetkoming in de schade die aangericht is door rampen in het Vlaamse Gewest, artikel 4, 9, § 2, artikel 11, 12, § 2, artikel 19, tweede lid, artikel 21 en 26, § 4.
Vormvereiste
De volgende vormvereiste is vervuld :
- De inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 26 februari 2020.
- De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 25 mei 2020.
- De Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij heeft advies gegeven op 26 juni 2020.
- De Raad van State heeft advies gegeven op 8 september 2020.
- De Vlaamse Toezichtcommissie heeft advies gegeven op 28 september 2020.
Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management, de Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw en de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed.

Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT :

HOOFDSTUK 1. - Definities
Artikel 1. § 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° decreet van 5 april 2019 : het decreet van 5 april 2019 houdende de tegemoetkoming in de schade die aangericht is door rampen in het Vlaamse Gewest;
2° Departement Landbouw en Visserij : het departement, vermeld in artikel 26, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
3° KMI : het Koninklijk Meteorologisch Instituut;
4° Vlaams Rampenfonds : de dienst binnen het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken die belast is met de uitvoering van het decreet van 5 april 2019;
5° VMM : de Vlaamse Milieumaatschappij, opgericht bij artikel 10.2.1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
§ 2. De betekening via de eBox, vermeld in artikel 2, 3°, van de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten via de eBox, geldt als beveiligde zending in de zin van artikel 2, 6°, van het decreet van 5 april 2019.

HOOFDSTUK 2. - Erkenningscriteria
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 2. Een natuurverschijnsel met uitzonderlijk karakter dat ofwel voldoet aan het financiële criterium, vermeld in artikel 3, ofwel aan de wetenschappelijke criteria, vermeld in afdeling 3, kan als ramp erkend worden.
Een ramp kan zowel erkend worden indien het gaat om een individueel natuurverschijnsel als in de situatie dat verschillende natuurverschijnselen met uitzonderlijk karakter zich gelijktijdig op een specifiek moment of in een specifiek afgebakende tijdspanne voordoen.
Afdeling 2. - Financieel criterium
Art. 3. Het natuurverschijnsel met uitzonderlijk karakter voldoet aan het financiële criterium als het Vlaams Rampenfonds vaststelt, op basis van de ontvangen ramingen van de schadelijders conform artikel 16, dat dat natuurverschijnsel met uitzonderlijk karakter op het grondgebied van het Vlaamse Gewest minstens voor honderd miljoen euro schade aan private en openbare goederen heeft veroorzaakt.
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, is gekoppeld aan de evolutie van het ABEX-indexcijfer. De basis voor de indexering is de index die van kracht is op de datum van de bekendmaking van dit besluit.
Afdeling 3. - Wetenschappelijke criteria
Art. 4. Hevige regenval kan als ramp erkend worden.
Hevige regenval is zware en plotse regen van meer dan 35 millimeter per uur per vierkante meter of meer dan 70 millimeter per 24 uur per vierkante meter, die lokale overstromingen, opstuwingen van riolen of modderstromen veroorzaakt.
Periodes van aanhoudende regenval worden als één enkele ramp beschouwd.
Het Vlaams Rampenfonds houdt bij de beoordeling rekening met een terugkeerperiode van dertig jaar.
Het Vlaams Rampenfonds beoordeelt het uitzonderlijk karakter van de hevige of aanhoudende regen op basis van de adviezen van het KMI, van de VMM of van beide.
Art. 5. § 1. Een overstroming, met uitzondering van de overstromingen, vermeld in artikel 4, eerste lid, kan als ramp erkend worden als ze een stijging van het waterpeil veroorzaakt in een onderdeel van een waterloop, kanaal, meer, vijver of zee als gevolg van een van onderstaande fenomenen :
1° een tijdelijke, uitzonderlijke overstroming door aanhoudende regenval;
2° het afvloeien van water bij onvoldoende absorptie door de ondergrond;
3° het smelten van sneeuw of ijs;
4° een natuurlijke dijkbreuk;
5° een vloedgolf.
De initiële overstroming en elke overstroming binnen 168 uur na het zakken van het waterpeil of de terugkeer naar het normale peil wordt beschouwd als één enkele overstroming.
Een overstroming van waterlopen die onderhevig zijn aan getijden kunnen als ramp erkend worden als het waterpeil een terugkeerperiode van dertig jaar overschrijdt.
Een overstroming van waterlopen die niet onderhevig zijn aan getijden kunnen als ramp erkend worden als het debiet van de waterloop gelijk is aan of hoger is dan het debiet waarvoor de terugkeerperiode ten minste dertig jaar bedraagt.
Als het onmogelijk is om op basis van de beschikbare statistische gegevens de terugkeerperiode te berekenen, wordt een beroep gedaan op de statistische gegevens van de meest nabije, vergelijkbare situatie waarvan wel meetgegevens beschikbaar zijn.
§ 2. Het Vlaams Rampenfonds beoordeelt de omvang van de overstroming op basis van de adviezen van het Waterbouwkundig Laboratorium van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, van de VMM of van beide.
In het eerste lid wordt verstaan onder Departement Mobiliteit en Openbare Werken : het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
Art. 6. Stormwinden en rukwinden met een lokaal karakter met een piekwaarde van minstens 135 kilometer per uur kunnen als ramp erkend worden.
In het eerste lid wordt verstaan onder rukwinden met een lokaal karakter :
1° windhozen;
2° tornado's;
3° windschering.
Het Vlaams Rampenfonds beoordeelt de omvang van storm- en rukwinden op basis van het advies van het KMI.
Art. 7. § 1. Een aardbeving kan als ramp erkend worden als de Belgische lokale magnitude van 5,0 is bereikt.
De initiële aardbeving en de naschokken die optreden binnen 72 uur worden beschouwd als één enkele aardbeving.
§ 2. Het Vlaams Rampenfonds beoordeelt de omvang van de aardbeving op basis van het advies van de Koninklijke Sterrenwacht van België.
Art. 8. Een periode van ernstige droogte kan als ramp erkend worden als de hoeveelheid neerslag, de frequentie van de neerslag, de bodemwaterreserves en het vochtverlies door evapotranspiratie samen een productieverlies van de teelten en niet-binnengehaalde oogsten of van het vee veroorzaken. Het Vlaams Rampenfonds houdt bij de beoordeling rekening met een terugkeerperiode van dertig jaar.
Het Vlaams Rampenfonds beoordeelt de omvang van de droogte aan de hand van de adviezen van het KMI.
Art. 9. Uitzonderlijke vorst kan als ramp erkend worden.
Het Vlaams Rampenfonds houdt bij de beoordeling rekening met een terugkeerperiode van dertig jaar.
Het Vlaams Rampenfonds beoordeelt de omvang van de vorst aan de hand van het advies van het KMI.
Art. 10. Natuurbrand kan als ramp erkend worden als hij van natuurlijke oorsprong is.
Het Vlaams Rampenfonds beoordeelt de omvang van de brand aan de hand van het advies van de brandweer, van het KMI of beide. Als droogte aan de basis ligt van de brand, wordt rekening gehouden met een terugkeerperiode van dertig jaar.
Art. 11. § 1. Een aardverschuiving of grondverzakking kan als ramp erkend worden als een intensiteitsgraad VII op de Europese Macroseismische schaal is bereikt.
In het eerste lid wordt verstaan onder aardverschuiving of grondverzakking : een beweging van een belangrijke massa van de bodem, veroorzaakt door een natuurverschijnsel, met uitzondering van een aardbeving of overstroming.
§ 2. Het Vlaams Rampenfonds beoordeelt de omvang van aardverschuivingen of grondverzakkingen aan de hand van waarnemingen op het terrein.
Art. 12. Hagelbuien met hagelstenen met een diameter groter dan 3 centimeter kunnen als ramp erkend worden.
Het Vlaams Rampenfonds beoordeelt de omvang van de hagelbui aan de hand van het advies van het KMI.
Art. 13. Sneeuw- of ijsdruk kan als ramp erkend worden als een uitzonderlijke ophoping van sneeuw of ijs door de hoge soortgelijke massa druk uitoefent en de omvang ervan een terugkeerperiode van 30 jaar heeft.
Het Vlaams Rampenfonds beoordeelt de omvang van de sneeuw- of ijsdruk aan de hand van het advies van het KMI en waarnemingen op het terrein.
Art. 14. Een vulkaanuitbarsting kan als ramp worden erkend.
Het Vlaams Rampenfonds houdt bij de beoordeling rekening met een terugkeerperiode van dertig jaar.
Het Vlaams Rampenfonds beoordeelt de omvang van de vulkaanuitbarsting aan de hand van waarnemingen op het terrein.
Art. 15. Een orkaan kan als ramp worden erkend.
Het Vlaams Rampenfonds houdt bij de beoordeling rekening met een terugkeerperiode van dertig jaar.
Het Vlaams Rampenfonds beoordeelt de omvang van een orkaan aan de hand van waarnemingen op het terrein.

HOOFDSTUK 3. - Vormvereisten voor de indiening van een aanvraag tot erkenning als ramp door de schadelijders
Art. 16. Om de geografische uitgestrektheid van de ramp, vermeld in artikel 4, tweede lid, van het decreet van 5 april 2019, te bepalen, geven de schadelijders binnen zestig dagen het natuurverschijnsel met uitzonderlijk karakter aan bij het Rampenfonds.
De schadelijders bezorgen al de volgende informatie :
1° de plaats van de ramp;
2° het natuurverschijnsel met uitzonderlijk karakter of de natuurverschijnselen met uitzonderlijk karakter, vermeld in artikel 4 tot en met 15;
3° het tijdstip waarop het natuurverschijnsel met uitzonderlijk karakter zich heeft voorgedaan;
4° de beschrijving van de schade;
5° het geraamde schadebedrag.
Met het oog op het onderzoek tot beoordeling van de ramp en de controle van het financiële criterium, vermeld in artikel 3, kan het Vlaams Rampenfonds de schadelijders om bijkomende informatie vragen om de gemeenten te kunnen bepalen die vallen binnen de geografische uitgestrektheid van de ramp. De schadelijders bezorgen die informatie binnen zestig dagen nadat het Vlaams Rampenfonds daarom vraagt.

HOOFDSTUK 4. - Vergoedingsprocedure
Art. 17. Schadelijders of hun gemachtigden dienen per ramp één aanvraag tot tegemoetkoming als vermeld in artikel 9, § 1, van het decreet van 5 april 2019, in voor het geheel van hun beschadigde goederen.
Echtgenoten, samenwonenden en eigenaars in onverdeeldheid dienen één aanvraag in voor het geheel van de beschadigde goederen.
Art. 18. Schadelijders of hun gemachtigden dienen de aanvraag in met een beveiligde zending of digitaal. Ze gebruiken daarvoor de formulieren die het Vlaams Rampenfonds op zijn website ter beschikking stelt.
Schadelijders of hun gemachtigden voegen de bewijzen van hun titel en alle informatie over het bestaan en de omvang van de schade bij de aanvraag.
Art. 19. § 1. De aanvraag wordt gelijkgesteld met een verklaring op erewoord.
§ 2. De aanvraag vermeldt de juiste ligging van het beschadigde goed.
§ 3. Voor schade aan niet binnengehaalde oogsten, de bodem en de teelten vermelden de aanvragers het perceelnummer van de verzamelaanvraag die ze hebben ingediend bij het Departement Landbouw en Visserij, voor het jaar van de schade.
In het eerste lid wordt verstaan onder verzamelaanvraag : de verzamelaanvraag, vermeld in artikel 11 van gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 van de Europese Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden.
§ 4. De aanvragers beschrijven elk beschadigd element omstandig met een raming van de schade. Ze voegen bij de aanvraag, als ze erover beschikken, facturen, bestekken, leveringsnota's of weegbonnen en het verslag van de privé-deskundige. In voorkomend geval kan ook het proces-verbaal van de gemeentelijke commissie tot vaststelling van schade aan teelten bijgevoegd worden.
§ 5. De aanvragers voegen bij de aanvraag een gedetailleerd fotoverslag dat de aard en de omvang van de schade specificeert.
Art. 20. Aanvragers die in financiële moeilijkheden verkeren als een gevolg van de schade veroorzaakt door de ramp, kunnen het Vlaams Rampenfonds vragen om hun aanvraag met voorrang te behandelen. Ze voegen de nodige bewijsstukken daarvan bij de aanvraag.
Art. 21. Het Vlaams Rampenfonds :
1° spreekt de vervallenverklaring uit als vermeld in artikel 7, eerste lid, van het decreet van 5 april 2019;
2° onderzoekt de aanvraag en beslist over de ontvankelijkheid ervan als vermeld in artikel 11, § 1, van het voormelde decreet;
3° herziet de beslissing als vermeld in artikel 14, eerste lid, van het voormelde decreet;
4° zet materiële vergissingen recht als vermeld in artikel 14, tweede lid, van het voormelde decreet.

HOOFDSTUK 5. - Raming van de schade
Art. 22. Het Vlaams Rampenfonds kan, om de aanvragen van een tegemoetkoming te controleren, in alle stadia van de vergoedingsprocedure, op basis van bewijsstukken of ter plaatse, alle onderzoeken uitvoeren die nuttig lijken.
Art. 23. § 1. Het Vlaams Rampenfonds stelt het brutobedrag van de schade als volgt vast :
1° voor vergunde of vergund geachte constructies : op basis van een gedetailleerd bestek, of de kostprijs per kubieke meter, per vierkante meter, per lopende meter of per stuk. Bij discussie gelden de eenheidsprijzen van de dag van de ramp die erkende vakorganisaties binnen de bouwsector op regelmatige basis publiceren;
2° voor verplaatsbare constructies die voor bewoning gebruikt worden : op basis van de vervangingskosten van het beschadigde goed;
3° voor motorrijtuigen : op basis van de vervangings- of herstelkosten;
4° voor roerende goederen die bestemd zijn voor dagelijks of huiselijk gebruik, met uitzondering van de motorrijtuigen, vermeld in punt 3° : op basis van de vervangings- of herstelkosten;
5° voor de onroerende goederen, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1°, d), en 2°, van het decreet van 5 april 2019 : op basis van de kostprijs voor het herstellen of vervangen van het goed in zijn oorspronkelijke staat onmiddellijk vóór de ramp;
6° voor koopwaren, producten en voorwerpen die in aanmaak zijn of die vervaardigd of verworven zijn door de schadelijder met het oog op de verkoop : op basis van de kost- of aankoopprijs;
7° voor grondstoffen, voorraden en stocks van een onderneming, bedrijf of instelling : op basis van de normale kostprijs van die goederen;
voor de nog niet geoogste teelten : op basis van forfaitaire prijzen die het Departement Landbouw en Visserij jaarlijks vaststelt en, bij gebrek daaraan, op basis van de gemiddelde kostprijs van de teelt op het ogenblik dat ze klaar is voor verkoop, met aftrek van de niet-gedane kosten;
9° voor geoogste producten, vee, paarden, kleine fokkerijdieren en andere dieren met professionele bestemming : op basis van forfaitaire prijzen die het Departement Landbouw en Visserij jaarlijks opstelt en, bij gebrek daaraan, op basis van de gemiddelde prijzen van de marktberichten onmiddellijk vóór de ramp. Voor dieren met verwondingen of letsels door de ramp wordt het bedrag van de schade geacht gelijk te zijn aan de kosten van de verleende zorg;
10° voor bomen, struiken en planten die voor het bedrijf of de handel bestemd zijn : op basis van de verkoopprijs van teler aan teler of, als ze nog niet bruikbaar waren voor het bedrijf of de handel, op basis van de tot de dag van hun vernieling gedane kosten, verhoogd met de kosten voor het heraanplanten;
11° voor bosaanplantingen : op basis van de verkoopwaarde van de stammen op het ogenblik van de ramp, verhoogd met de kosten van het rooien en het heraanplanten;
12° voor de roerende goederen, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1°, d), en 2°, van het decreet van 5 april 2019 : op basis van de prijs van een gelijkwaardig goed op het gebied van gebruik en rendement, met inbegrip van eventuele vervoer- en montagekosten.
§ 2. De vergoeding voor de motorrijtuigen, vermeld in paragraaf 1, 3°, voor privégebruik is beperkt tot één eenheid per gezinslid boven de zestien jaar dat beschikt over een geldig rijbewijs.
De tegemoetkoming voor de motorrijtuigen, vermeld in het eerste lid, wordt beperkt conform de volgende tabel :

    maximale tegemoetkoming bij totaalverlies maximale tegemoetkoming bij gedeeltelijke schade
personenauto of lichte vrachtauto    12.000 euro 6000 euro
motorfiets < 35 KW 3500 euro 1750 euro
   > 35 KW 7500 euro 3750 euro
bromfiets max. 45 km/u 1000 euro 500 euro
bromfiets klasse speed pedelec    900 euro 450 euro


Er is totaalverlies als vermeld in het tweede lid, als de herstel- of vervangingskosten van het beschadigde motorrijtuig, vermeld in het eerste lid, de verkoopwaarde ervan onmiddellijk vóór de ramp overschrijden.
De bedragen van maximale tegemoetkoming voor de motorrijtuigen, vermeld in het tweede lid, worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de index van de consumptieprijzen. De basis voor de indexering is de index die van kracht is op de datum van de bekendmaking van dit besluit.
Art. 24. Het nettobedrag van de schade is het brutobedrag van de schade, vermeld in artikel 23, verminderd met :
1° de waardevermindering van het goed of sommige van zijn elementen, door materiële of economische slijtage voor de ramp, als de schade betrekking heeft op het volledige goed of op bestanddelen die afzonderlijk vervangen kunnen worden;
2° de waarde van de herbruikbare delen of elementen, de wrakken of het schroot.
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, omvat ook de eventuele kosten voor de afbraak, de opruiming en het vervoer van puin.
Art. 25. Het nettobedrag van de schade, vermeld in artikel 24, mag niet hoger zijn dan de verkoopwaarde van het goed of van het beschadigde deel van het goed onmiddellijk vóór de ramp.

HOOFDSTUK 6. - Berekening van de tegemoetkoming
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 26. Het bedrag van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 3 van het decreet van 5 april 2019, wordt berekend op basis van het aangenomen netto totaalbedrag van de schade, na toepassing van de vrijstellingen en de verminderingen, vermeld in artikel 27 of 29 van dit besluit.
Afdeling 2. - Schade aan private goederen
Art. 27. § 1. Per aanvraag wordt 500 euro van het netto totaalbedrag van de schade niet vergoed.
Bij schade aan private goederen geldt de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, niet voor personen die een leefloon of een gelijkwaardige financiële hulp ontvangen. Ze voegen de nodige bewijsstukken daarvan bij de aanvraag.
Bij schade aan bedrijfsgoederen geldt de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, niet voor zelfstandigen die door de moeilijke financiële of economische situatie waarin ze verkeren, vrijgesteld zijn van de bijdrage aan het sociaal verzekeringsfonds. Ze voegen de nodige bewijsstukken daarvan bij de aanvraag.
§ 2. Als het nettobedrag van de schade de vrijstelling, vermeld in paragraaf 1, overschrijdt, wordt het bedrag van de tegemoetkoming berekend met toepassing van de coëfficiënten, vermeld in de volgende tabel :

schijven van het netto totaalbedrag van de schade vergoedingscoëfficiënten
0 euro tot 500 euro (vrijstelling) 0,0 (0)
501 euro tot 2500 euro 1,0 (2000)
2501 euro tot 15.000 euro 0,9 (11250)
15.001 euro tot 25.000 euro 0,8 (8000)
25.001 euro tot 37.000 euro 0,6 (7200)
37.001 euro tot 250.000 euro 0,4 (85200)
meer dan 250.000 euro

0,0 (0)

  MAX. 114.150 euro

De schijven van het netto totaalbedrag van de schade, vermeld in het eerste lid, worden, met uitzondering van de vrijstelling, aangepast aan de evolutie van de index van de consumptieprijzen. De basis voor de indexering is de index die van kracht is op de datum van de bekendmaking van dit besluit.
§ 3. De berekende vergoeding wordt verminderd met alle bedragen die derden betalen als gehele of gedeeltelijke dekking of herstel van de schade, vermeld in dit besluit.
Art. 28. Elke aan een onderneming toegekende tegemoetkoming die niet onder de categorieën steun valt die vrijgesteld zijn van de verplichting tot aanmelding bij de Europese Commissie krachtens verordening nr. 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014 moet volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bij de Commissie aangemeld worden.
Afdeling 3. - Schade aan openbaardomeingoederen
Art. 29. § 1. Elke openbare instelling of instelling van openbaar nut dient één aanvraag in voor al haar openbaardomeingoederen die beschadigd zijn door de ramp.
Er wordt een vrijstelling van 12.500 euro toegepast op het netto totaalbedrag van de geleden schade.
§ 2. Als het nettobedrag van de schade de vrijstelling, vermeld in paragraaf 1, overschrijdt, wordt de tegemoetkoming berekend met toepassing van de coëfficiënten, vermeld in de volgende tabel :

schijven van het netto totaalbedrag van de schade vergoedingscoëfficiënten
0 euro tot 12.500 euro (vrijstelling) 0,0
12.501 euro tot 25.000 euro 1,0
25.001 euro tot 50.000 euro 0,8
50.001 euro tot 100.000 euro 0,6
100.001 euro tot 250.000 euro 0,4
meer dan 250.000 euro 0,0

De schijven van het netto totaalbedrag van de schade, vermeld in het eerste lid, worden, met uitzondering van de vrijstelling, aangepast aan de evolutie van de index van de consumptieprijzen. De basis voor de indexering is de index die van kracht is op de datum van de bekendmaking van dit besluit.
§ 3. De berekende vergoeding wordt verminderd met alle bedragen die derden betalen als gehele of gedeeltelijke dekking of herstel van de schade, vermeld in dit besluit.

HOOFDSTUK 7. - Aanstelling van deskundigen
Art. 30. De deskundigen die het Vlaams Rampenfonds aanstelt, onderzoeken het bestaan, de aard en de omvang van de schade.
De schade wordt vastgesteld aan de hand van de documenten die aanwezig zijn in het aanvraagdossier, zo nodig aangevuld met een bezoek ter plaatse. Om de schade vast te stellen, kunnen de deskundigen bijkomende informatie of documenten vragen aan de schadelijder.
De deskundige stelt een becijferd verslag op conform hoofdstuk 5. De deskundige bezorgt dat verslag aan het Vlaams Rampenfonds.
Art. 31. De deskundigen die niet tot de administratie behoren, vermeld in artikel 19, eerste lid, van het decreet van 5 april 2019, worden aangesteld met toepassing van de regelgeving over overheidsopdrachten.

HOOFDSTUK 8. - Procedure voor de toekenning van een tegemoetkoming aan de verzekeringsondernemingen voor rekening van hun verzekerden of aan de rechthebbenden van een verzekeringsovereenkomst, de berekeningswijze van de bedragen en de voorwaarden van de uitbetaling
Art. 32. De financiële tegemoetkoming, vermeld in artikel 26, § 1, van het decreet van 5 april 2019, wordt voor de gevallen, vermeld in artikel 26, § 1, van het voormelde decreet, samen beperkt tot honderd miljoen euro per ramp.
Art. 33. De verzekeraars, vermeld in artikel 26, § 1, 1°, van het decreet van 5 april 2019, bezorgen het Vlaams Rampenfonds uiterlijk op 31 januari de volgende gegevens van het voorgaande kalenderjaar :
1° de berekening van de beperking van de vergoeding op basis van de jaarrekening van het jaar vóór de datum van de ramp;
2° een overzicht van de rampen waarvoor ze aanvragen hebben gekregen en het aantal aanvragen per ramp;
3° het totaalbedrag van de vergoedingen per ramp dat ze aan hun verzekerden verschuldigd zijn en het bedrag dat ze aan hun verzekerden gestort hebben met toepassing van artikel 123 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen.
De verzekeraars, vermeld in artikel 26, § 1, 3°, van het decreet van 5 april 2019, bezorgen het Vlaams Rampenfonds uiterlijk op 31 januari de volgende gegevens van het voorgaande kalenderjaar :
1° een overzicht van de rampen waarvoor ze aanvragen hebben gekregen en het aantal aanvragen per ramp;
2° het totaalbedrag van de vergoedingen dat ze aan hun verzekerden verschuldigd zijn en het bedrag dat ze aan hun verzekerden gestort hebben voor alle rampen van dat kalenderjaar.
De rechthebbenden van verzekeringsovereenkomsten, vermeld in artikel 26, § 3, van het decreet van 5 april 2019, bezorgen het Vlaams Rampenfonds uiterlijk op 31 januari de nodige bewijsstukken van schade door rampen van het voorgaande kalenderjaar.
Art. 34. Als verschillende verzekeraars en rechthebbenden van een verzekeringsovereenkomst een aanvraag van een financiële tegemoetkoming indienen voor dezelfde ramp, wordt het bedrag van de financiële tegemoetkoming toegekend in verhouding tot het aantal rechthebbenden.
Art. 35. De Vlaamse Regering betaalt de tegemoetkomingen uit uiterlijk op 31 juli van het lopende kalenderjaar.
Art. 36. Als een verzekeraar zijn verzekerden vergoedt boven de grens van zijn individuele tegemoetkoming, treedt hij voor de voorgeschoten bedragen die de grens overschrijden, in de rechten en vorderingen van de verzekerden tegenover de Vlaamse Regering.

HOOFDSTUK 9. - Verwerking van persoonsgegevens
Art. 37. § 1. Het Vlaams Rampenfonds verwerkt op grond van hoofdstuk 5 van het decreet van 5 april 2019 en artikel 6, eerste lid, e), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG de volgende categorieën van persoonsgegevens van schadelijders :
1° identificatiegegevens;
2° goederen, die schade hebben opgelopen;
3° geraamd bedrag van de schade, facturen, bestekken, leveringsnota's of weegbonnen;
4° titel op het goed;
5° bewijzen van financiële moeilijkheden.
§ 2. Het Vlaams Rampenfonds verwerkt de in de eerste paragraaf vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de vaststelling van de geografische uitgestrektheid van de ramp, vermeld in artikel 16 en met het oog op het vergoeden van schadelijders, vermeld in hoofdstuk 4.
Het Vlaams Rampenfonds is verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens die ze in het kader hiervan verwerkt.
§ 3. De persoonsgegevens, vermeld in de eerste paragraaf, die verwerkt worden met het oog op de vaststelling van de uitgestrektheid van de ramp worden door het Vlaams Rampenfonds bewaard tot tien jaar na de bepaling van de geografische uitgestrektheid van de ramp.
De persoonsgegevens, vermeld in de eerste paragraaf, die verwerkt worden met het oog op het vergoeden van schadelijders worden door het Vlaams Rampenfonds bewaard tot tien jaar na de vaststelling van het recht op schadevergoeding.

HOOFDSTUK 10. - Wijzigingsbepalingen
Art. 38. Aan artikel 1, eerste lid, 10°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 1995 betreffende de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016, wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 3 juni 2016 betreffende de tegemoetkoming voor schade, aangericht door algemene rampen in het Vlaamse Gewest en door rampen als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 5 april 2019 houdende de tegemoetkoming in de schade die aangericht is door rampen in het Vlaamse Gewest" toegevoegd.
Art. 39. In artikel 1, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995 houdende vaststelling van de regelen betreffende de werking en het beheer van het Vlaams Fonds voor de Lastendelging, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juni 2007 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een punt 2° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"2° /2. De lasten als gevolg van een ramp, als vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 5 april 2019 houdende de tegemoetkoming in de schade die aangericht is door rampen in het Vlaamse Gewest;";
2° er wordt een punt 2° /3 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"2° /3. De subsidie, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2019 betreffende de premiesubsidie voor een brede weersverzekering in de landbouwsector, kan op het Fonds worden aangerekend;".

HOOFDSTUK 11. - Overgangsbepalingen
Art. 40. Voor schade die ontstaan is tussen 1 januari 2020 en de datum van bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad geven de schadelijders, in afwijking van artikel 16, eerste lid, het natuurverschijnsel met uitzonderlijk karakter aan bij het Rampenfonds binnen zestig dagen na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

HOOFDSTUK 12. - Slotbepalingen
Art. 41. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020.
Art. 42. De Vlaamse minister, bevoegd voor de rampenschade, en de Vlaamse minister, bevoegd voor financiën en begroting, zijn ieder wat hen betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 30 oktober 2020.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management,
J. JAMBON
De Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw,
H. CREVITS
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed,
M. DIEPENDAELE



  Nieuwsflash
 
Schade door voorbijgangers aan bloemenperceelsrandenLees meer
 
 
KB omtrent verplichte keuring van spuittoestellen Lees meer
 
 
Groen licht voor overgangsregulering GLB Lees meer
 
 
Hobbykoks die huisbereide gerechten klaarmaken en verkopen via internet: Ja, maar... Lees meer
 
 
Veilig bomen knottenLees meer
 
 
Carrefour verkoopt ‘eerlijk fruit’ van Fairebel Lees meer
 
 
!Erg: landbouwers enige ondernemers die ook buiten de solden met verlies mogen verkopenLees meer
 
 
Stop 'agribashing'Lees meer
 
 
Op weg naar erkenning ramp droogte voorjaar/zomer 2020 ...Lees meer
 
 
Aardappelteelt en klimaatproblematiekLees meer
 
 
Uitbetaling voorschot premies: zoogkoeienhouderij en vergroeningLees meer
 
 
Publicatie van de versie 4.0 van de Vegaplan Standaard/G-040 A-BLees meer
 
 
Herevaluatie van de risico’s van hoogpathogene aviaire influenza subtype H5Nx Lees meer
 
 
Fraudebestrijding in landbouw en visserij - terugvordering Europese middelenLees meer
 
 
Nertsenhouderijen en COVID-19Lees meer
 
 
ABV: Post-Covid: van Just-in-Time naar Just-in-Case!?Lees meer
 
 
Verhogen markt- en prijstransparantie landbouw- en voedselmarkt: regelgeving Lees meer
 
 
Erkenning rampen 1 juni - 27 juli 2019 Lees meer
 
 
Aantal land- en tuinbouwers daalt jaarlijks, maar het aantal ongevallen in de sector nietLees meer
 
 
Einde indienperiode voor VLIF-steunaanvragen: 17/12/2020 Lees meer
 
 
KB betreffende de bestrijding van bruinrot in aardappelenLees meer
 
 
Gemiddeld 304 €/ha pacht per jaar Lees meer