Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 02 dec 2020 13:18 

Voorzorgsmaatregelen nav de uitbraak van vogelgriep in Nederland nabij de grens


Vraag om uitleg over voorzorgsmaatregelen naar aanleiding van de uitbraak van vogelgriep in Nederland nabij de grens met Vlaanderen
van Tinne Rombouts aan minister Hilde Crevits

De voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Tinne Rombouts heeft het woord.

Tinne Rombouts (CD&V)

De tijd heeft de actualiteit van deze vraag intussen wat ingehaald.

Eind oktober brak in een Nederlands vleeskuikenhouderbedrijf op ongeveer 70 kilometer van de grens met ons land vogelgriep uit. Dat zorgde ook in België voor de nodige ongerustheid. Het betrokken bedrijf in Nederland werd onmiddellijk geruimd om verspreiding maximaal te voorkomen en er werden ook een aantal voorzorgsmaatregelen genomen zoals het instellen van de 10 kilometerzone rond de getroffen boerderij, het vervoersverbod en de ophokplicht voor commercieel gehouden pluimvee.

In Nederland drong de Landsbond Pluimvee erop aan om onmiddellijk maatregelen te nemen om de verspreiding maximaal tegen te gaan. Ook het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) gaf een aantal weken eerder aan dat er een dreigend risico was op een tamelijk besmettelijk vogelgriepvirus dat al enkele maanden woedde in Rusland en Kazachstan en mogelijk naar onze contreien zou overkomen.

Intussen is op 13 oktober vastgesteld dat een aantal wilde vogels besmet waren met vogelgriep en is op 15 november de ophokplicht voor alle vogels en pluimvee afgekondigd. Op 26 november werd in Menen het eerste besmette pluimveebedrijf vastgesteld. Het gevolg was dat een beschermingsgebied van 3 kilometer en een toezichtsgebied van 10 kilometer rond het bedrijf werd ingesteld.

Een maand geleden was de vraag welke maatregelen konden worden genomen om de verspreiding maximaal te voorkomen. Vandaag is de situatie anders maar blijft de vraag pertinent hoe we de verspreiding kunnen indijken en welke impact dat heeft op de sector.

Minister, hoe verloopt de opvolging van de opmars van de uiterst besmettelijke variant van het vogelgriepvirus? Hoe verloopt de wisselwerking met het FAVV? Zij volgen dit mee op om te kijken welke maatregelen worden afgekondigd.

Zijn er contacten met Nederland en de andere buurlanden om te bekijken hoe de evolutie en dreiging daar zijn en om maximaal samen te werken?

Hoe reageert u als minister van Landbouw op de oproep van de Landsbond Pluimvee om op dat moment over te gaan tot een ophokplicht? Hebt u op dat moment ook stappen ondernomen? Welke maatregelen hebt u besproken met uw federale collega’s?

Welke andere voorzorgsmaatregelen kunnen we nog nemen om het pluimvee te beschermen tegen eventuele besmetting?

Op welke ondersteuning kunnen bedrijven rekenen die getroffen worden? We zitten ondertussen inderdaad in die situatie waarbij een Vlaams bedrijf getroffen is.

Welke impact heeft deze uitbraak op de afzetmarkt tot nog toe? Welke risico’s lopen we op dat vlak? Kunnen we eventueel extra voorzorgsmaatregelen nemen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Rombouts, bedankt voor de zeer interessante vraag.

De vogelgriep, die hadden we nu echt niet nodig, boven op alle andere zorgen die er al zijn dezer dagen. Ik ben echt heel kwaad op die griep, maar dat helpt natuurlijk niet.

Op vrijdag 27 november heeft het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) ook in België een besmetting met hoogpathogene vogelgriep op een professioneel kippenbedrijf vastgesteld. Het gaat om een bedrijf in het zuiden van West-Vlaanderen, zoals u zelf ook zegt, in Menen. De situatie wordt zeer nauwgezet opgevolgd door het FAVV. Op zich houdt dit geen verband met voedselveiligheid, want het vogelgriepvirus is niet besmettelijk voor de mens. De dreiging is jaarlijks het grootst tijdens het trekseizoen van wilde vogels over het Europese continent. Daarom is de aanpak van dergelijke dierziekten grotendeels Europees gecoördineerd en staat het FAVV ook in contact met de bevoegde autoriteiten in de andere lidstaten. Het FAVV bezorgt de sector en de gewestelijke overheden regelmatig updates over de situatie. Via die samenwerking blijft iedereen op de hoogte.

Hoe reageer ik als minister? Sinds 1 november heeft de federale overheid een ophokplicht ingesteld voor professioneel gehouden pluimvee. Op 15 november is vervolgens een algemene ophokplicht voor particulier gehouden pluimvee ingesteld, toen de eerste besmette wilde vogels werden gevonden in onze kuststreek.

Het instellen van een ophokplicht is een maatregel waar de federale overheid altijd omzichtig mee omgaat, omdat dat economische gevolgen heeft voor de vermarkting van eieren: na 16 weken ophokplicht mogen eieren afkomstig van vrije uitloop enkel nog verkocht worden als scharreleieren. Dit betekent dus een afwaardering van deze eieren, terwijl de investeringkosten die de betrokken veehouders hebben gemaakt in een vrije-uitloopsysteem natuurlijk verder afbetaald moeten worden. Anderzijds is het instellen van een ophokplicht bij particulier gehouden pluimvee niet zo eenvoudig, omdat de huisvesting bij particulieren dikwijls niet voorzien is op het langdurig opsluiten van pluimvee in een beperkte ruimte.

Bij de vorige uitbraak in 2017 hebben sommige retailers een positief signaal gegeven ten aanzien van hun kippenhouders door eieren van opgehokte vrije-uitloopkippen voor een meerprijs te blijven aanbieden aan de consument, een mooi voorbeeld van solidariteit binnen de voedselketen zelf. Voorlopig is dit nog niet aan de orde, want dit speelt natuurlijk maar na 16 weken ophokplicht, maar mocht dit nodig zijn, dan zal ik zeker met alle spelers aan tafel gaan zitten om dit opnieuw mogelijk te maken.

De gevolgen van het instellen van een ophokplicht moeten dus afgewogen worden tegen het risico op besmetting via wilde vogels. Dit najaar werd helaas al vroeg duidelijk dat de insleep via wilde vogels een reëel gevaar vormde, omdat de trekroutes die boven ons land lopen, besmet waren met hoogpathogene vogelgriep. Het instellen van een ophokplicht werd dus door alle partijen onmiddellijk als een noodzakelijke maatregel aanvaard.

De verwachting is dat het gevaar voor vogelgriep pas geweken zal zijn als de voorjaarstrek achter de rug is. Het is dus niet denkbeeldig dat de huidige ophokplicht nog tot maart/april kan duren. Zeker is dat niet, maar ik vind dat we als overheid de kans daarop transparant moeten signaleren aan alle professionele en particuliere kippenhouders. We hebben er geen baat bij om daarover niet open te zijn.

Daarnaast zijn er nog andere maatregelen. Het sleutelwoord om het risico op insleep van de ziekte te verminderen, is bioveiligheid. De lijst met maatregelen die kunnen worden genomen, is lang. In feite komt het er op neer om direct of indirect contact van je kippen met wilde vogels of hun uitwerpselen te vermijden. Dat kan door hun voeder of drinken af te schermen zodat wilde vogels er niet door aangetrokken worden, of door het reinigen en ontsmetten van vervoersmiddelen en materiaal zodat er geen besmettingen van de ene naar de andere kunnen worden overgebracht. Ook het dragen van bedrijfseigen of zelfs staleigen kledij en schoeisel bij het betreden van de stallen is belangrijk om insleep te vermijden.

Het belang van bioveiligheid wordt regelmatig onder de aandacht gebracht door de verschillende overheden en de sectororganisaties, niet alleen in het kader van de vogelgriep, maar ook om insleep van andere dierziektes te vermijden en om het antibioticagebruik te kunnen reduceren. Zo organiseert het Departement Landbouw en Visserij regelmatig studiedagen rond bioveiligheid en werd er in 2018 ook een driedelige reportage gemaakt voor PlattelandsTV. Over de actuele situatie is ook informatie terug te vinden op de website van het Departement Landbouw en Visserij.

Er kan ook steun van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) worden aangevraagd voor verschillende investeringen die de bioveiligheid op het landbouwbedrijf vergroten.

Het FAVV heeft specifiek voor de actuele vogelgriepsituatie verschillende extra maatregelen uitgevaardigd voor het Belgische grondgebied. Daarnaast werd er rond de vastgestelde haard, zoals voorzien in de wetgeving, een 3 kilometer- en 10 kilometerzone vastgesteld waarbinnen specifieke strenge maatregelen gelden om te vermijden dat de besmetting zich kan uitbreiden. Het zou ons te ver leiden om alle maatregelen binnen elk van de zones toe te lichten, maar u vindt alle actuele informatie voor zowel de hobby- als professionele kippenhouders op de website van het FAVV.

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Tinne Rombouts (CD&V)

Dank u wel, minister, voor uw antwoord.

Het klopt dat het FAVV een heel duidelijke website heeft waarop de maatregelen zijn terug te vinden. Ik denk dat het inderdaad belangrijk is, dat we er alle belang bij hebben om transparant te zijn en dat we het brede publiek voldoende moeten sensibiliseren zodat de ophokplicht voor hobbydieren in dezen ook goed gerespecteerd wordt en blijft.

Ik ben daarom ook blij dat er voor de ophokplicht snel een heel breed draagvlak is gevonden. De land- en tuinbouw heeft intussen wel wat ervaring met de bioveiligheid. In die zin ben ik blij dat er heel snel geschakeld is om de risico’s tot het minimum te beperken.

Dit is dus een zaak die we moeten opvolgen. Ik heb u ook duidelijk horen zeggen dat als er maatregelen nodig zijn ten aanzien van eventuele marktverstoringen naar aanleiding van uitbraken die er zijn of nog zullen komen en van de ophokplicht die nu van kracht is, u ook daar het initiatief wilt nemen om met de sector en de hele keten aan tafel te zitten. Ik denk dat het superbelangrijk is om dat zeker heel goed op te volgen en om voor ogen te houden dat dat mogelijk wel nodig is, omdat de crisis vandaag al heel groot is en het virus zeker op dit moment nog voor een extra risico zorgt. Dank u wel om de noden op dat vlak zeker goed op te volgen.

De voorzitter

De heer Ongena heeft het woord.

Tom Ongena (Open Vld)

Dank u wel, mevrouw Rombouts, voor de vraag.

Het is inderdaad zo dat een ongeluk nooit alleen komt. Boven op de coronamiserie komt er voor de pluimveebedrijven nu ook nog eens de vogelgriepmiserie bij. We hebben daar ook wel wat ervaring mee. Begin dit jaar heb ik nog een aantal vragen gesteld over de vorige uitbraak en daarom wil ik hier nog even op terugkomen. Ik ben van nature een optimistische mens, maar we weten dat zo’n vogelgriep heel snel kan uitbreiden en voor heel veel schade kan zorgen. Vorige keer was er heel wat wrevel bij pluimveehouders die proactief snel hun bedrijf hadden geruimd, want zij vielen toen uit de boot voor schadevergoedingen. Dat was omdat de afstemming tussen het federale en het Vlaamse niveau niet helemaal goed was. Ik zal die geschiedenis niet herhalen, maar ik denk dat het vooral belangrijk is dat we daaruit lessen trekken.

Mijn bijkomende vragen situeren zich wat in het worstcasescenario. Stel dat de vogelgriep verder uitdeint en stel dat heel wat bedrijven naar een ruimingsplicht moeten gaan. Kunnen we dan de wrevel die er in het voorjaar was en het probleem van te vroeg ruimen zonder recht op schadevergoeding oplossen?

Kunnen we vermijden dat dat zich nog eens voordoet?

Vlaanderen heeft de nodige budgetten voorzien om de herbevolking te financieren van bedrijven die geruimd hebben. Minister, voorziet u daar opnieuw budgetten voor? Staat dat systeem op punt zodat Vlaanderen de getroffen pluimveehouders indien nodig kan steunen?

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Sofie Joosen (N-VA)

Ik wil de collega bedanken om deze bezorgdheid nogmaals onder de aandacht te brengen. Het is ook een bezorgdheid die ik geuit heb tijdens de begrotingsbesprekingen. De pluimveesector is een sector die reeds getroffen werd door de coronacrisis, onder andere door de tijdelijke sluiting van de markten. Uit de hoorzittingen bleek dat dit een heel grote impact had op de sector. Nu komt die vogelgriep daar nog eens bovenop. Ik mag toch hopen dat we lessen hebben getrokken uit de vorige uitbraak van 2019. Het klopt wel dat dat een ander scenario was omdat we toen te maken hadden met een laagpathogene vogelgriep. Maar ik denk toch dat we daar lessen uit moeten trekken en dat er betere afspraken gemaakt moeten worden met het federale niveau. Ik ga niet heel de historiek herhalen, maar dat waren toch absurde situaties.

Ik wandel veel in deze coronatijden, het is belangrijk om in beweging te blijven. Ik moet op die wandelingen helaas vaststellen dat heel wat pluimvee van particulieren niet opgehokt is. Ik denk dus dat communicatie enorm belangrijk is, via de steden en gemeenten, maar misschien kan Vlaanderen ook iets betekenen op dat vlak. Het bericht aan de particulieren kwam op een zaterdagnamiddag, op een moment dat de niet-essentiële winkels gesloten waren. Het was toen dus ook niet evident om aan een net te geraken om je kippenhok goed af te sluiten. Ik zie dus wel de noodzaak om die communicatie nog eens te herhalen. Een element dat ik vaak mis in de communicatie, is de reden waarom het voor een particulier zo belangrijk is om dat toch te doen. Ik denk dat Vlaanderen een bijdrage kan leveren op dat vlak.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dank u wel, collega’s voor de aanvullende vragen. Ik wil eerst iets zeggen over het brede publiek als antwoord op de vragen van collega Rombouts en collega Joosen. Ik vind het ontzettend belangrijk om te duiden dat dit geen verhaal is voor louter de professionele kippenhouders. De risico’s voor mensen met kippen in de tuin zijn minstens even hoog, en niet alleen het risico op stervende kippen. Niemand ziet zijn kippen graag doodgaan. Het is dus zeer belangrijk om de voorzorgsmaatregelen te volgen als particulier, niet alleen voor de eigen kippen, maar ook om zo het risico op verspreiding te beperken. Wie er zich niets van aantrekt, kan professionele kippenkwekers in heel grote problemen brengen. Collega Joosen, ik wil dus zeker bekijken op welke manier we extra kunnen communiceren. Het FAVV heeft dat ook duidelijk gedaan en de informatie is ook heel helder.

Zo komen we bij de vraag van de heer Ongena. Zoals u weet, is er een heel groot verschil tussen de uitbraak van nu en de uitbraak van vorige keer. Bij de vorige uitbraak was er een laagpathogeen virus, dat evenwel alle kenmerken had van een hoogpathogeen virus. Het werd wel gecatalogeerd als laagpathogeen. Voor die situatie had het FAVV geen draaiboek met een ruimingsplicht. Voor een hoogpathogeen virus, waar we nu mee te maken hebben, bestaat dat draaiboek wel. We moeten dus een heel duidelijk onderscheid maken tussen beide. Voor hoogpathogene ruiming heeft de FOD Volksgezondheid ook een sanitair fonds, dat de betrokkenen vergoedt. Voor een laagpathogeen virus bestond dat niet. Daarom zijn wij moeten tussenkomen, want dat was eigenlijk een zeer unfaire situatie. Zoals gezegd, was het een laagpathogeen virus dat zich echter gedroeg als een allesvernietigend virus waarvoor er geen draaiboek bestond. Ook op Europees vlak viel het eigenlijk wat tussen twee stoelen. U herinnert zich wellicht nog mijn pleidooi voor die flexibele lijst.

Nu is het eigenlijk goed georganiseerd. De regels zijn duidelijk. Ik denk dan ook dat er geen conflicten zullen zijn. Het waren in het verleden eigenlijk geen conflicten, er was in feite een zwart gat of een blinde vlek tot stand gekomen.

Collega’s, ik zal dus bekijken of het mogelijk is om zelf nog een brief te schrijven naar onze lokale besturen, mocht dat nog niet gebeurd zijn. Ik zie collega Rombouts enthousiast knikken. Ik zal proberen er werk van te maken.

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Tinne Rombouts (CD&V)

Minister, ik dank u voor dat laatste engagement. De communicatie naar en de brede gedragenheid bij de burgers is belangrijk. We kunnen het niet genoeg zeggen en vragen om te communiceren en te sensibiliseren naar burgers.

Ik ben blij dat we iedere keer lessen trekken uit elke crisis. We zitten nu in een andere situatie maar dat ontslaat ons niet, ook als er draaiboeken zijn, om permanent paraat te zijn om te zien hoe het virus evolueert en welke impact het heeft.

Minister, ik heb begrepen dat u in alle paraatheid bent om dit op te volgen. Ik dank u daarvoor.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Fraude met meststalen Lees meer
 
 
Boer zoekt BankLees meer
 
 
Werken in koude weersomstandighedenLees meer
 
 
Kans op normale grondwaterstanden bij start groeiseizoen is kleinLees meer
 
 
Campagne bietenzaad SESVANDERHAVE van start: wees erbijLees meer
 
 
Tijdelijke VLIF-waarborg getroffen boeren door slechte conjunctuur, vogelgriep of BrexitLees meer
 
 
Nieuw voederbietras op de Belgische rassenlijst Lees meer
 
 
Nieuw voederbietras op de Belgische rassenlijst Lees meer
 
 
Vier nieuwe kuilmaÔsrassen op de Belgische rassenlijst Lees meer
 
 
Elf nieuwe suikerbietrassen op de nationale rassenlijst Lees meer
 
 
Seizoen voorjaarsbloeiers start met week van de tulp van 16 tot 23 januariLees meer
 
 
Droogte: niet alleen naar de landbouw wijzenLees meer
 
 
Productievoorschriften gebruik niet-biologisch zaaizaad of niet-biologische pootaardappelenLees meer
 
 
Jacht van 1 juli 2020 tot 30 juni 2025Lees meer
 
 
Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) - Steunaanvragen Lees meer
 
 
Daniel Ryckmans nieuwe secretaris NEPG Lees meer
 
 
Evaluatie van de risicoís voor het leefmilieu van ggo'sLees meer
 
 
Winterprei bemesten Lees meer
 
 
Wetgevend kader betreffende de kunstmestregistersLees meer
 
 
Phytofar wint rechtszaak glyfosaat WalloniŽLees meer
 
 
Informatie over de brede weersverzekering 2021Lees meer