Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten

 02 dec 2020 17:48 

Het tongbestand in de Noordzee


Vraag om uitleg over het tongbestand in de Noordzee van Bart Tommelein aan minister Hilde Crevits

De voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Tommelein heeft het woord.

Bart Tommelein (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega's, uit een nieuwe studie van de International Council for the Exploration of the Sea (ICES) is gebleken dat de cijfers rond de hoeveelheid tong die aanwezig zijn in de Noordzee, jarenlang te positief werden ingeschat. Dat is geen goed nieuws voor onze visserij, aangezien tong een van de belangrijkste soorten is die ze bovenhaalt.

De eerste impuls om de tegenvallende cijfers te verklaren, is begrijpelijkerwijze de pulsvisserij, of althans het te grootschalige gebruik dat daarvan werd gemaakt door Nederlandse vissers op basis van een op zich goedbedoeld experiment. Maar bij nader inzien blijkt tevens dat er tien jaar lang geen rekening werd gehouden met de Vlaamse cijfers. Die bevinding gooit roet in het eten, want algemeen werd aangenomen dat het tongbestand in de Noordzee zich vrij positief had ontwikkeld. Evenwel bleek uit getuigenissen van Vlaamse vissers vaak een veel minder positief beeld: vooral in de zuidelijke Noordzee bleken onze vissers minder tong te vinden dan algemeen werd aangenomen. Het plaatste de mensen van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) voor vraagtekens.

Het goede nieuws is dat de vastgestelde fout niet direct gevolgen heeft voor de quota van de volgende jaren. In 2019 werd immers veel jonge tong aangetroffen, die de eerste jaren tot wasdom komt. In dit geval heeft de klimaatopwarming een positief effect en zorgt ze er ook voor dat de omstandigheden voor de tong in de Noordzee iets beter zijn.

Een ander aandachtspunt in de studie is echter dat er meer volwassen tong teruggegooid wordt dan verwacht. Dit doet vragen rijzen bij de effectiviteit van de aanlandingsplicht die sinds een paar jaar geldt.

Minister, welke mogelijke gevolgen hebben de bevindingen uit de studie voor onze Vlaamse vissers in de komende jaren?

Zal er worden gezocht naar een strategie om het tongbestand in de Noordzee tot een betere ontwikkeling te laten komen?

Zal hierbij rekening worden gehouden met het vrijwaren van het verdienmodel van de kleinere, familiale vissersboten?

Zijn er aanwijzingen dat de aanlandingsplicht inzake tong niet correct wordt nageleefd?

Zal deze studie aanleiding geven tot het onderzoeken van de visbestanden van andere vissoorten?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega, ik dank u voor uw vraag. Alles wat vis aanbelangt, is bijzonder actueel dezer dagen.

De ICES-adviezen zijn gebaseerd op heel wat gegevens en op verschillende lopende onderzoeken.

Bij de opmaak van het ICES-advies voor tong in de Noordzee werden in het verleden de Belgische vangstgegevens wel al meegerekend. Voor 2021 werd de surveyindex herzien en hierin worden naast de Nederlandse nu dus ook de Belgische en Duitse observaties van onderzoekers aan boord van een vaartuig mee opgenomen.

Aan de ICES-studie zijn op korte termijn geen onmiddellijke gevolgen voor de Vlaamse vissers gekoppeld. Concreet wordt in het nieuwe ICES-advies voor 2021 met betrekking tot het tongbestand in de Noordzee een stijging van 22 procent geadviseerd ten opzichte van de Total Allowable Catch (TAC) voor 2020.

Het advies rond de TAC houdt in dat in 2021 Belgische vissers normaal meer quotum zullen krijgen voor dit tongbestand, uiteraard onder voorbehoud dat het wetenschappelijk advies wordt gevolgd. Dit zou, onder voorbehoud, goed nieuws kunnen zijn.

Veeleer dan een nieuwe strategie te ontwikkelen, wil ik binnen de bestaande processen en overlegstructuren de nodige acties te ondernemen om het tongbestand in de Noordzee duurzaam te bevissen zodat de aangroei minstens even groot is als wat er wordt gevangen.

Daarnaast kan ik u meedelen dat onze reders/vissers reeds veel inspanningen doen om duurzaam te vissen, ook op de tongbestanden. Zo zijn onze vissers op de grotere vaartuigen er sinds een aantal jaren toe verplicht om tong van minstens 25 centimeter te vissen, terwijl dit Europees op 24 centimeter is vastgesteld. Het Vlaamse beleid is hier dus strenger dan het Europese beleid, en zo draagt de Vlaamse visserijsector extra bij tot een duurzaam beheer van het tongbestand. Spijtig genoeg zijn andere lidstaten momenteel nog niet geneigd deze zienswijze te volgen, maar België blijft hiervoor pleiten.

Zal hierbij rekening worden gehouden met het vrijwaren van het verdienmodel? Binnen het Vlaamse visserijbeleid streven we ernaar om bij alle maatregelen het evenwicht tussen de segmenten te bewaren. Zo is de verplichting om tong aan te landen van minimum 25 centimeter niet van toepassing voor kleinere vissersvaartuigen die volledig in de Noordzee plaatsvinden.

Het totale beschikbare quotum wordt verdeeld tussen het kleine vlootsegment en het grote vlootsegment. Een toename in beschikbare quotum betekent evenzeer een toename van het aandeel dat door de kleinere familiale vaartuigen kan worden opgevist.

Het naleven van de aanlandplicht is voor de Vlaamse gemengde visserij een grote uitdaging. Jaarlijks wordt via de regionale groepen dan ook gevraagd om een aantal uitzonderingen op deze aanlandplicht te mogen toepassen om dit voor de sector werkbaar te houden. Een voorbeeld hiervan is een uitzondering in het kader van hoge overleving voor schol. Voor tong in de Noordzee wordt een uitzondering op de aanlandplicht verkregen via de de-minimisregel. Door het gebruik van meer selectief vistuig, met name het Vlaams paneel, te verplichten, kan een hoger uitzonderingspercentage binnen de de-minimisregel worden verkregen. Het Vlaams paneel is een tunnel die zich 3 meter lang uitstrekt voor de kuil van het net en een maasopening van 120 millimeter heeft, zodat ondermaatse tong beter kan ontsnappen. Ook in de visserij is men creatief.

In de maandelijkse vergadering van de quotacommissie met vertegenwoordigers van de sector worden voor alle Belgische bestanden de quotaopname en de eventuele teruggooi nauwkeurig opgevolgd. Het is immers de bedoeling de correcte benutting van de toegekende quota te optimaliseren.

Door ILVO worden jaarlijks de commerciële visserijgegevens aangeleverd voor een groot aantal visbestanden. Die worden gebruikt in verschillende visbestandsramingen. Daarnaast worden ook de Belgische surveygegevens doorgegeven.

ILVO neemt bovendien actief deel aan de workshops en projecten waarbij de ICES-visbestanden ongeveer om de vier jaar volledig worden doorgelicht in de vorm van een benchmark en er wordt getracht de visbestandsramingen te verbeteren, wat voor 2021 is gebeurd voor de tong in de Noordzee.

De voorzitter

De heer Tommelein heeft het woord.

Bart Tommelein (Open Vld)

Minister, ik ben tevreden met uw uitgebreide en ook technische antwoord. U hebt aangetoond dat er wat creativiteit is. Instanties zoals de International Council for the Exploration of the Sea hebben als taak onderzoek te doen naar de technieken die worden gebruikt. Europa heeft een experiment toegestaan voor pulsvisserij.

Volgens mij is het probleem dat de techniek door een aantal lidstaten op een te grote schaal wordt gebruikt. Elke techniek heeft voor- en nadelen, maar ik hoop dat u het met mij eens bent dat The International Council for the Exploration of the Sea hieruit nu wel een finaal besluit moet trekken.

De voorzitter

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Jeremie Vaneeckhout (Groen)

Minister, de vraag die de heer Tommelein stelt, is zeer terecht. Het is een vraag die mij de nodige bezorgdheid geeft, want blijkbaar hebben wij jarenlang dat bestand overschat, ondanks de signalen van een aantal mensen en vissers die het tongbestand in onze visbestanden echt wel zagen achteruitgaan. Dat werd jarenlang wat ontkend en nu stellen we vast dat die signalen klopten. We moeten dat de komende jaren scherp in de gaten houden.

Ik ben het ermee eens dat we momenteel niet moeten ingrijpen wat de quota betreft. Ik ben niet de allergrootste expert en laat dat dus graag over aan de experten. Maar ik wil er toch nu al voor pleiten om, de dag dat het zou moeten gebeuren, dat ook proportioneel te doen en ervoor te zorgen dat onze kleine familiale vissers niet in de problemen komen en nog altijd de nodige vangstrechten kunnen behouden.

Verder wil ik de grote bezorgdheid onderstrepen dat ons systeem toch meer sluitend moet zijn en dat we de impact van dergelijke technologische vernieuwingen, zoals de pulsvisserij, zeker niet mogen onderschatten. Het voorzichtigheidsprincipe moet daarbij vooropstaan.

De voorzitter

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Cathy Coudyser (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Collega Tommelein, ik dank u voor uw vraag. Ik sluit graag aan bij de bezorgdheid van collega Vaneeckhout in verband met die ICES-adviezen. We zouden er toch van mogen uitgaan dat die zo nauwkeurig mogelijk zijn. En inderdaad, het blijkt dat die cijfers voor tong te positief zijn bijgesteld. Uiteindelijk komt het nu goed uit, omdat er op zich een stijging zal worden geadviseerd – ik verwijs naar het TAC-advies, uiteraard onder voorbehoud van het wetenschappelijke advies –, waardoor dat voor onze Vlaamse vissers eigenlijk positief is. Maar ik wil er toch op aandringen om dat te bekijken. Het is goed dat ILVO hier zelf mee aan de slag gaat en dat die adviezen zo nauwkeurig mogelijk zijn.

Ik kom graag even terug op de aanlandplicht. Het klopt dat onze Vlaamse vissers een voorbeeld zijn op het vlak van zo duurzaam mogelijk vissen. Maar ik verwijs graag even naar mijn collega Sabine Vermeulen, die hier in het verleden, vorig jaar nog, mogelijke knelpunten inzake aanlandplicht heeft aangekaart. Ze wees ook op het belang van handhaving en controles daaromtrent. Ik zou dat pleidooi nog eens willen herhalen en vragen of er mogelijkheden zijn om ook dat nog te verbeteren. Minister, hoe staat u, los van handhaving en controles, tegenover het huidige systeem van de aanlandplicht? Merkt u daar nog knelpunten op? Zou het kunnen dat die foute weergaven of interpretaties van cijfers een voorbeeld zijn van mogelijke knelpunten?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik dank u voor de grote interesse.

Ik ga eerst in op een vraag van collega Tommelein en bij uitbreiding een paar vragen van de anderen. De pulsvisserij is bij ons al verboden in de 12 mijlszone en sinds juli 2021 is die verboden in alle Europese wateren. Ik hoop dat dat helder is voor iedereen.

De puls als techniek heeft op zich niet zoveel nadelen. Maar de wijze – dat is ook gezegd door collega’s Tommelein en Vaneeckhout – en de intensiteit waarmee de Nederlanders die toepassen, heeft een heel grote impact, vooral ook op onze kust, waar lokale vissers al moeite hebben om nog een visje te vangen.

Jammer genoeg heeft men bij de grootschalige introductie van die experimentele visserij geen rekening gehouden met kleinschalige vissers in de buurt, en dat is eigenlijk de kern van het probleem.

Collega Vaneeckhout, de observatie van ILVO op vaartuigen toont aan dat het aantal kleine tongetjes stijgt, wat hoopvol is voor onze kleine vaartuigen, zodat in de toekomst meer tong dichtbij zal kunnen worden gevist. Dat is dus eigenlijk een positieve ontwikkeling.

Uw bezorgdheden over het voortbestaan van de familiale visserij en de duurzame visbestanden ondersteun ik volledig. Daarom worden de quota ook bepaald op basis van onder andere de adviezen van ICES. Ik heb een bijeenkomst van de Visserijraad bijgewoond. Joke Schauvliege heeft jarenlange ervaring met de Visserijraad en de manier waarop die verdeling gebeurt, waarbij het ene land meer geïnteresseerd is in die ICES-bestanden dan het andere. Ook ILVO monitort die visbestanden van dichtbij, dat is de normale gang van zaken.

Collega Coudyser, wat de aanlandplicht betreft, wordt in eerste instantie samen met de wetenschappers en de vissers gezocht hoe zo duurzaam mogelijk kan worden gevist en hoe optimaal aan de aanlandplicht kan worden voldaan. Het Vlaams paneel zorgt ervoor dat 40 procent van de ondermaatse tong maar ook 16 procent van de maatse vis ontsnapt.

Collega’s, er is dus misschien een klein beetje perspectief voor de toekomst, maar dit moet heel zorgzaam worden opgevolgd.

De voorzitter

De heer Tommelein heeft het woord

Bart Tommelein (Open Vld)

Dank u wel.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) - Steunaanvragen Lees meer
 
 
Daniel Ryckmans nieuwe secretaris NEPG Lees meer
 
 
Uitvoeringsbesluit Mestdecreet (VLAREME): lijst equivalente maatregelen Lees meer
 
 
Evaluatie van de risicoís voor het leefmilieu van ggo'sLees meer
 
 
Meelwormen toegelaten voor menselijke consumptie in EU Lees meer
 
 
Winterprei bemesten Lees meer
 
 
Vlaamse kost met voedselcoalitie en -veranderaarsLees meer
 
 
Campagne bietenzaad SESVANDERHAVE van start: wees erbijLees meer
 
 
325 miljoen euro Europees Brexit fonds voor BelgiŽLees meer
 
 
Schadevergoedingen voor de pelsdierhouders Lees meer
 
 
Vraag om uitleg over veemarkten in Vlaanderen Lees meer
 
 
VraEuropese verordening die voor onrust zorgt bij de beoefenaars van de duivensportLees meer
 
 
Wetgevend kader betreffende de kunstmestregistersLees meer
 
 
Phytofar wint rechtszaak glyfosaat WalloniŽLees meer
 
 
POC: Vrije aardappelen (meeleveraardappelen) niet meer automatisch meeleverenLees meer
 
 
Virtuele uitreiking van de Michelin-sterren Lees meer
 
 
conformiteitsattest kamerwoningen voor seizoenarbeidersLees meer
 
 
Ook biologisch afbreekbare landbouwfolies vervuilen de bodemLees meer
 
 
Opinie bij 'extra steun voor psychologische begeleiding landbouwers'Lees meer
 
 
Informatie over de brede weersverzekering 2021Lees meer
 
 
Parlementaire vraag over de verlenging van de krokusvakantie Lees meer