|
03 sep 2024 |
11:38 |
|
Lange periodes van regen of droogte kunnen biodiversiteit in graslanden drastisch verminderen
Door de grillen van de klimaatverandering kan de biodiversiteit van graslanden in Vlaanderen tot 75 procent afnemen. Vooral kruiden en hooisoorten zouden in de klappen delen. Dat blijkt uit nieuw doctoraatsonderzoek aan de universiteit van Antwerpen.
|
Bioloog Simon Reynaert (UAntwerpen) heeft voor zijn doctoraat de zogenoemde gematigde graslanden bestudeerd. Zowel in Vlaanderen als in de rest van de wereld beslaat dat soort vegetatie naar schatting zowat een derde van alle landbouwgronden.
Het belang van de graslanden is groot, zegt Reynaert: "Ze slaan CO₂ op, houden water vast en bieden een thuis voor een divers ecosysteem. Ook een groot deel van ons veevoeder - zoals hooi - wordt op zulke gronden geteeld."
Klimaatextremen? Door de klimaatverandering zien we steeds meer extremen, van lange droge periodes tot heel natte periodes, of zeer intense regen tijdens de zomer. Hittegolven worden intenser en kunnen langer duren. Die wisselende extremen hebben we de voorbije jaren ook in België vaak gezien.
Dat komt onder meer omdat hoge- of lageluchtdrukgebieden geblokkeerd raken door een meanderende straalstroom. Dat is dan weer een gevolg van de opwarming van de noordpool, want daardoor wordt het temperatuurverschil met de subtropische gebieden kleiner en raken de klassieke patronen verstoord.
Om te onderzoeken wat het effect van de extremen is op onze graslanden, plaatste Reynaert proefopstellingen met verschillende grassoorten in open lucht. De bedoeling was om met "een miniatuurversie van het ecosysteem" de gevolgen van klimaatverandering in kaart te brengen.
"Het onderzoek begon in 2019 en omvatte 6 à 7 experimenten, die telkens 2 jaar duurden," schetst Reynaert. Zowel bemeste graslanden als onbemeste werden meegenomen in het onderzoek.
Het aantal inheemse plantensoorten nam tot 75 procent af bij langere afwisselende periodes van nat en droog
Bioloog Simon Reynaert over de resultaten van zijn onderzoek
"We zagen hoe het bodemwaterpeil enorm schommelde. Daarnaast steeg het risico dat de aanwezige voedingsstoffen in de grond zouden wegspoelen. Ook de biodiversiteit van de graslanden deelde in de klappen. Wanneer uitzonderlijk droge en regenachtige periodes van meer dan 20 dagen elkaar afwisselden, nam het aantal inheemse plantensoorten tot wel 75 procent af", duidt Reynaert.
Die 75 procent is het slechtste scenario. Of bepaalde soorten zich kunnen herontwikkelen, hangt af van hoe geïsoleerd ze zijn. Op lokale schaal, bij geïsoleerde soorten, kan dat een probleem zijn, onderstreept Reynaert. Dat Vlaanderen in dat verband heel wat versnipperd gebied heeft, helpt niet.
Vooral kruiden zijn de dupe
Vooral kruiden ondervonden een impact, zoals rode klaver en (in mindere mate) smalle weegbree. Laat net die heel belangrijk zijn voor bestuivende insecten, die het ook niet makkelijk hebben. Ook hooisoorten hadden het lastig. In bemeste ecosystemen zou de hooiproductie kunnen terugvallen met 14 procent.
Een ander nadelig effect is dat de bodems minder goed water konden opnemen, bleek nog. "Bij zulk standvastig weer merkten we al na 2 jaar een negatief effect op het waterbergend vermogen."
Hoe moeten we dit interpreteren?
De vraag is in hoeverre het onderzoek geëxtrapoleerd kan/mag worden naar alle gematigde graslanden. 1 op 1 extrapoleren mogen we niet, maar deze studie is uiteraard wel beter dan computersimulaties, onderstreept Reynaert.
Wat de 75 procent betreft, moeten we er ook rekening mee houden dat de verdere klimaatverandering (met wellicht nog meer extremen) niet is meegenomen. De 75 procent kan in dat verband in de verdere toekomst misschien nog meer worden.
De vele voordelen van weerbare soorten
Er is dus een probleem, maar er zijn ook oplossingen. Eén oplossing is om in te zetten op weerbare grassoorten die wel wat kunnen hebben. Reynaert denkt aan droogteresistente soorten zoals rietzwenkgras, kropaar of festulolium. Zij doen het beter dan het klassieke Engels raaigras onder de weerextremen, en er is meer.
"Hoewel zulke soorten historisch gezien iets minder verteerbaar waren, zijn die verschillen na jaren aan kweekprogramma’s bijna verdwenen. Ze wortelen ook dieper, wat goed is voor de koolstofopslag en slagen er beter in om de bodem en het microklimaat in hun omgeving af te koelen", zegt Reynaert.
"We doen er dus goed aan om zulke weerbare grassen aan te planten. Want helaas zijn het voornamelijk de stressgevoelige soorten die in ons land groeien.”
Basaltmeel voor de bodem
Ook de bodemsamenstelling van onze graslanden is van belang. Als grond verrijkt wordt met organische koolstof, zou dat een positief effect hebben op de waterbeschikbaarheid, de aanwezigheid van voedingsstoffen en de voederkwaliteit.
De hoeveelheid gras die er groeit, hangt dan weer af van de specifieke textuur en voorgeschiedenis van de bodem. Maar de bodemkwaliteit hebben we voor een deel zelf in de hand. Zo kan je met basaltmeel - een natuurlijk product op basis van gemalen gesteenten - de hoeveelheid voedingsstoffen in de bodem verhogen.
Bovendien zou dat de opslag van CO₂ in de bodem bevorderen - al moet dat nog verder uitgezocht worden.
|
|
|
|