Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 16 mei 2018 16:52 

De Waalse 'pax eolienica'


Vraag om uitleg over de Waalse 'pax eolienica' van Andries Gryffroy aan minister Bart Tommelein

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Andries Gryffroy (N-VA)

Minister, eind maart bracht minister Di Antonio de ‘Pax Eolienica’ uit. Het is dus niet uw collega Crucke die dat doet, want het is een andere bevoegdheid. Het Waalse Windkracht 2020 bestaat uit vijftien actiepunten om het ontwikkelen van windenergie meer aantrekkelijk te maken in Wallonië. Wij hebben het Vlaamse Windkracht 2020 en de ‘Pax Eolienica’ eens naast elkaar gelegd, om te kijken waar er overeenkomsten zijn en waar Wallonië zich dus geïnspireerd heeft op Vlaanderen. Maar we hebben gezien dat er ook een aantal verschillen zijn met Vlaanderen.

Net zoals in Vlaanderen wil men in Wallonië op langere termijn de ondersteuning afbouwen. Daarvoor moet de succesgraad van projecten omhoog. Vandaag halen negen op de tien projecten de eindstreep niet, ook in Wallonië. Alle kosten die worden gemaakt, moeten dan uiteraard gedekt worden door dat ene project dat het wel haalt. Met andere woorden: de winst op dat ene project moet voldoende groot zijn, zodat men de administratieve kost van de negen andere kan recupereren.

In Wallonië durft men ook verder te gaan op het vlak van milieucompensatie. Het Waalse Gewest gaat op zoek naar een methodologie om de ingenomen oppervlaktes door windturbines te compenseren met natuur of een financiële compensatie in een biodiversiteitsfonds. Er gaat een analyseraster opgemaakt worden met richtlijnen om de biodiversiteit te bewaren.

Een laatste opmerkelijke feit is dat door de aankomende verordening betreffende de bescherming van persoonsgegevens, de bewuste GDPR, de windsector geen toegang meer krijgt tot kadastrale gegevens, wat de ontwikkeling uiteraard bemoeilijkt. Een ontwikkelaar moet nu in de buurt beginnen rond te bellen en vragen wie eigenaar is van welk perceel. De GDPR laat in het kader van het algemene belang echter wel toe om informatie te delen. Het zou dan ook opportuun zijn om tot een modus vivendi te komen waarin de informatie over de gronden die in aanmerking komen voor windenergie, wel gedeeld kan worden.

Minister, monitort u de succesgraad van de lopende projecten? Zo ja, wat is de evolutie? Hoe bekijkt u het concept van de milieucompensatiemaatregelen bij projecten voor hernieuwbare energie? In Wallonië is het debat daarover gestart. Is het opportuun om dat debat ook hier in Vlaanderen verder uit te diepen?

Hoe ver staat u met het evalueren van de huidige ondersteuningsregeling voor wind? Hoe wilt u een evenwicht vinden tussen het aantrekkelijk houden van investeringen en het onder controle houden van de kosten? Je kunt de twee concepten natuurlijk niet met elkaar vergelijken, maar we zien bijvoorbeeld dat de groenestroomcertificaten of de totale waarde die een windmolen offshore krijgt, momenteel lager ligt dan een windmolen onshore. Voor onshore zit je met een vaste groenestroomcertificaatwaarde, die wel iedere keer evolueert, plus de elektriciteit, en op de Noordzee is dat 79 euro. Daar is er uiteraard meer wind, maar de investering is ook anders enzovoort. Is er al duidelijkheid over repowering en verlening van groenestroomcertificaten? Als we naar de omliggende landen kijken, is de ondersteuning daar de afgelopen jaren al veel sterker gedaald. Waarom blijven wij dan achter?

In Wallonië moet men pas een milieuvergunning hebben bij 500 kilowatt, in Vlaanderen is dat 300 kilowatt. Is het opportuun om die grens ook in Vlaanderen op te schuiven, zodat middelgrote windturbines meer kansen krijgen in Vlaanderen? Gemeenten durven al eens belastingen te heffen op windturbines, als een vorm van motor, zeggen ze dan. In sommige gemeenten zou dat al van toepassing zijn. De Waalse Regering zal na beraadslaging met de vereniging van Waalse gemeenten een wettelijk kader vastleggen dat een redelijk bedrag als maximum naar voren zal schuiven. Welke belastingen worden vandaag reeds geheven op windturbines? Is een debat over belastingen op windenergie in Vlaanderen opportuun?

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Minister Bart Tommelein

Collega Gryffroy, zoals voorzien, is in het kader van de conceptnota van de Vlaamse Regering, Windkracht 2020, een kernteam opgericht als samenwerkingsverband tussen de Vlaamse administraties Energie, Ruimtelijke Ordening en Leefmilieu. Zij volgen onder meer de succesgraad voor de vergunningsaanvragen op. Het aandeel vergunde aanvragen ten opzichte van het aantal aanvragen is de laatste jaren weer gestegen. Er was inderdaad een dieptepunt in de vorige legislatuur, 2010-2014, vanwege de zogenaamde ‘clichering’. Die clichering houdt in theorie in dat windturbines ongeacht de bestemming van het gebied kunnen worden aangevraagd, indien ze voldoen aan alle voorwaarden inzake goede inplanting. In de beginperiode gaf dat aanleiding tot zeer veel aanvragen die niet voldeden aan de randvoorwaarden, zodat ze uiteindelijk toch geweigerd werden.

Windturbines nemen in de praktijk slechts een zeer kleine oppervlakte in en worden vandaag nagenoeg nooit in natuurgebied gebouwd. Daaruit blijkt dat bovengenoemde regeling tekortschoot. De Vlaamse Regering heeft in het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen het concept ‘bestemmingsneutraliteit’ als norm opgenomen. Momenteel wordt ook een nieuwe omzendbrief inzake hernieuwbare energie-installaties voorbereid, met het oog op meer vergunbare projecten.

Wat betreft maatregelen rond milieucompensatie, ben ik altijd bereid om daar besprekingen over op te starten. Of dat dan projectspecifiek of via een compensatiefonds moet gebeuren, dat laat ik in het midden. Mijn standpunt is evenwel dat het nooit de bedoeling kan zijn om natuurbeleid te gaan financieren via windontwikkelaars en bijgevolg via de ondersteuning voor hernieuwbare energie. Het uitgangspunt moet zijn dat enkel aantoonbare schade gecompenseerd moet worden. Ik vind dat we daar uitermate voorzichtig mee moeten zijn.

Eind 2017 heeft de Vlaamse Regering een evaluatie van de steunregeling afgerond. Daarbij werden verschillende maatregelen voor nieuwe projecten rond windenergie goedgekeurd: de steunduur werd aangepast van 15 naar 20 jaar; er is de opsplitsing van de categorieën, zodat turbines kleiner dan 3 megawatt en turbines vanaf 3 megawatt een verschillend steunniveau krijgen; en het beloofde projectrendement voor windenergie daalde van 8 procent naar 7,5 procent.

Verder wordt op dit moment ook een kaart van windsnelheden opgemaakt, zodat conform de afspraken in het Windkracht 2020-plan een windcorrectiefactor onderzocht kan worden.

Vergelijkingen met projecten in andere landen en andere gewesten moeten met de nodige omzichtigheid gebeuren, aangezien er specifieke verschillen kunnen zijn, zoals de steunduur, de periode waarin het project moet worden gerealiseerd, het windaanbod, de omvang van de markt, de schaalgrootte van de projecten, de toewijzing van de kosten voor de vergunningsprocedure, de netaansluiting enzovoort. Het is soms ook niet zeker dat projecten bij de vermelde steunhoogtes wel gerealiseerd zullen worden.

Voor bestaande projecten die reeds certificaten kregen voor 1 januari 2013 werd de steunverlenging vereenvoudigd door regels vast te leggen wat betreft de te hanteren afschrijvingstermijn en door de in te rekenen exploitatie- en vervangingskosten vast te leggen in het Energiebesluit. De bedoeling van deze vereenvoudiging is om bestaande windturbines voldoende ondersteuning te bieden om verder operationeel te blijven zonder de steunhoogte te bereiken die geldt voor nieuwe turbines.

De grens van 300 kilowatt is een algemene grens die in de milieuregelgeving uniform voor alle types installaties is vastgelegd, zowel voor installaties die elektriciteit of warmte produceren als verbruiken, bijvoorbeeld ook voor verwarmingsinstallaties, pompinstallaties, motoren enzovoort. Deze grens optrekken heeft ook weinig zin, want gezien de ruimtelijke impact en de impact op de omgeving zal toch in elk geval altijd een omgevingsvergunning nodig zijn.

Vandaag worden er geen gemeentebelastingen op windturbines geheven. De afgelopen jaren zijn voor enkele gemeenten dergelijke belastingen vernietigd en is gebleken dat er geen juridische grondslag voor bestaat. Richtlijn 2009/28/EG verplicht de lidstaten immers om maatregelen te nemen om de vergunningsprocedures te bespoedigen en om niet-technologische belemmeringen te verminderen. Een belasting met het oog op het ontmoedigen van een investering in windturbines kan worden gekwalificeerd als een niet-technologische belemmering. Sinds 2011 is dit dan ook bij ministeriële omzendbrief verboden.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Andries Gryffroy (N-VA)

Ik ben in elk geval tevreden om te horen dat sinds u minister bent, de slaagkans om een windmolen te plaatsen groter is dan ten tijde van een socialistische minister van Energie. Dat betekent al iets.

U zegt dat de grens optrekken van 300 naar 500 kilowatt geen zin heeft omdat er toch een omgevingsvergunning moet zijn. Ik had het echter over een milieuvergunning. Ik veronderstel dat toch via een omzendbrief kan worden uitgeklaard dat het tot 500 kilowatt veel simpeler kan dan nu.

Ik had ook nog een vraag over de kadastrale gegevens. Via de windkaart kan inderdaad worden gedefinieerd waar er een goede locatie is, maar dan moet geprobeerd worden om de eigenaars van de grond op te sporen. In het Waalse Henegouwen is dat bijvoorbeeld geen probleem. Als je naar de administratie belt, krijg je die gegevens. Ik weet echter van ontwikkelaars dat ze deze gegevens bijvoorbeeld niet krijgen in Brugge en West-Vlaanderen, tenzij je Aspiravi heet, want dan heb je een band met de gemeenten omdat Aspiravi van de gemeenten is. Dan lukt het wel, maar dus niet op een officiële manier. Er is met andere woorden geen gelijke behandeling.

De immosector bijvoorbeeld heeft dat zelf opgebouwd, door de jaren heen. Kunnen we er niet voor zorgen dat de windsector ook die kans krijgt om zelf een databank met kadastrale gegevens op te bouwen waardoor ze gemakkelijker op zoek kunnen gaan naar de eigenaars van goede locaties? Nu is er geen mogelijkheid en moet men gokken van wie de grond is en rondbellen. Als ze toegang zouden hebben tot het kadaster – al is het tegen betaling voor iedereen –, helpt dat misschien een aantal zaken vooruit. Ik weet dat dit in overleg moet gebeuren met het kabinet van minister Van Overtveldt omdat hij daarvoor verantwoordelijk is. Blijkbaar zou er ook een rem zijn bij staatsecretaris De Backer wegens redenen van privacy.

De immosector heeft zo’n databank zelf opgebouwd, door de jaren heen. Andere spelers worden bevoordeeld omdat ze Aspiravi heten. In bepaalde provincies kan het en andere niet. Kunnen we daar geen oplossing voor vinden?

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Robrecht Bothuyne (CD&V)

In de rand van het verhaal van de windturbines komt een klassieke vraag steeds terug, namelijk over de verhouding met Defensie. We hebben er in maart nog over gesproken. U hebt toen verteld dat er een overleg was geweest op ambtelijk niveau, maar dat u zou proberen om een overleg te organiseren op politiek niveau met de minister van Defensie om de belemmering voor de ontwikkeling van windenergie in te perken. U had toen “goede hoop op vooruitgang”. Welke vooruitgang is er ondertussen geboekt? Welke stappen zijn er gezet om de belemmeringen vanuit Defensie voor de ontwikkeling van windenergie in Vlaanderen weg te werken?

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Minister Bart Tommelein

Mijnheer Gryffroy, waarom gaan we niet boven 300 kilowatt? U hebt het over een aparte milieuvergunning. Ik kan verkeerd zijn omdat het niet onmiddellijk mijn bevoegdheid is, maar alles wordt omgeschakeld naar een omgevingsvergunning. Zijn er nog aparte milieuvergunningen voor dergelijke windmolens? Alles gaat naar de eengemaakte omgevingsvergunning, en die moet sowieso altijd worden aangevraagd. Er is dus geen aparte milieuvergunning meer. Ik denk dat, maar zoals ik al zei, is dit niet mijn specialiteit.

Wat het kadaster betreft, ben ik op de hoogte van het probleem. Mijnheer Gryffroy, u schetst het juist dat het eigenaardig is dat het in bepaalde streken wel kan en in andere niet. Uiteraard zou men kunnen zeggen dat de windmolensector een afspraak kan maken met de immosector. Dat zou ook mogelijk zijn, want zij hebben de gegevens, maar het is misschien toch goed dat eens te onderzoeken. Ik zal daarover in de eerste plaats overleg plegen met de Privacycommissie. Zoals u weet, ben ik gewezen staatssecretaris voor de privacy en heb ik er op dit moment contacten. We gaan kijken of we daar een mouw aan kunnen passen zodat dat kan gebeuren conform de regelgeving. Daarmee zullen we starten. Als daar geen probleem is, kunnen we daarmee verder gaan en misschien een systeem uitbouwen in overleg met mijn collega Johan Van Overtveldt.

Mijnheer Bothuyne, wij hebben overleg gehad met Defensie. Defensie heeft zich mee geëngageerd om het immense probleem van de kustzone op te lossen. Daar, in mijn eigen achtertuin, situeert zich het grootste probleem. Daar is heel veel potentieel aan wind, er is plaats voor windturbines en de burgemeesters van de betrokken gemeentes hebben al openlijk laten verstaan dat ze eraan willen meewerken, ook de provincie heeft gezegd eraan te willen meewerken. Defensie heeft gezegd een oplossing proberen te zoeken. Het gaat over de luchtmachtbasis van Koksijde. Ook met Belgocontrol hebben we constructieve contacten, over de luchthavenroute van Oostende – niet de luchthaven zelf, maar de landingsroute. Er waren ook nog een aantal problemen in verband met de meteorologie, maar dat zijn allemaal zaken die we oplossen. Defensie heeft verklaard dat we samen constructief verder werken om tot oplossingen te komen.

Andries Gryffroy (N-VA)

In verband met de milieu- of omgevingsvergunning moet ik het zelf eens checken. Ik dacht dat er nog een omzendbrief of iets moest worden geregeld, maar ik kan me daarin vergissen. In elk geval is het belangrijk dat u checkt met de Privacycommissie wat kan. Het is ook maar door te zoeken dat ik op dat probleem ben gestoten. Men ziet dat er inderdaad geen gelijke behandeling is, en dat de behandeling ook nog eens afhankelijk is van de regio. Men ziet dat het voor bepaalde sectoren wel kan, en voor de windsector niet. Het moet in elk geval conform de regels gebeuren. U zet daarmee inderdaad de juiste stap: eerst bij uw collega De Backer, om daarna in overleg te gaan met het kabinet van Johan Van Overtveldt.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Luchtbeleidsplan 2030: landbouw kan voortbouwen op goede ammoniakreductieprognoseLees meer
 
 
Meer hittegolven door klimaatveranderingLees meer
 
 
Colruyt Group pioniert samen met partners met biologische sojateelt in BelgiŽ Lees meer
 
 
ĎWe zitten onder de grens van de uitzonderlijke droogteí Lees meer
 
 
Droogte 2018: tuinaannemers hebben nog altijd financiŽle problemen Lees meer
 
 
Interpom Primeurs 2018: exposantenlijst en cataloogLees meer
 
 
Walk in seminars Interpom Primeurs 2018Lees meer
 
 
Interpom Primeurs 2018 - Onze aardappelketen is sterk, in goede en minder goede tijdenLees meer
 
 
Begin 2019: aanvragen opstartsteun nieuwe erkende producenten-organisaties Lees meer
 
 
Terugbetaling van de inhouding voor financiŽle disciplineLees meer
 
 
Weerbericht voor de landbouwLees meer