Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten

 13 feb 2019 14:42 

De gevolgen van een harde brexit voor de Vlaamse visserijsector


Vraag om uitleg over de gevolgen van een harde brexit voor de Vlaamse visserijsector van Bart Dochy aan minister Geert Bourgeois

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Bart Dochy (CD&V)

Binnen het Europese visserijbeleid gaat er momenteel veel aandacht naar de impact van de brexit, gezien het belang van de Britse wateren voor de Europese vloot en de rol van het Verenigd Koninkrijk als visproducent en visexporteur. Er zou tegen 29 maart 2019 een akkoord op tafel moeten liggen. Als er geen deal is, valt het Verenigd Koninkrijk meteen uit de interne markt en de douane-unie, en gelden de WTO-afspraken (World Trade Organization) ook voor de handel in visserijproducten.

De Belgische visserij is sterk afhankelijk van de Britse wateren, en zou dus zwaar getroffen kunnen worden door de uitstap van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. 54 procent van de Belgische aanlandingen komt uit de Britse wateren; de waarde hiervan bedraagt ongeveer 50 miljoen euro.

Het scenario van een harde brexit zou kunnen leiden tot een groot probleem voor de Belgische visproductie: stijgende visprijzen en een dalende visconsumptie. Het Verenigd Koninkrijk is ook een belangrijke handelspartner voor vis, schaaldieren en weekdieren.

Visserijorganisaties uit negen EU-lidstaten die visserijbelangen hebben in Britse wateren, hebben zich verenigd. Onder meer de Belgische Rederscentrale heeft zich ook aangesloten bij die alliantie.

De alliantie vraagt dat de EU-onderhandelaars het streven naar het behoud van de huidige toegang tot de Britse wateren en van het huidige quotabeheersysteem niet loskoppelen van de algemene vrijhandelsbesprekingen. Het worstcasescenario is dat de vis die onder Belgisch quotum wordt opgevist in Britse wateren, het statuut van Europese vis verliest. In dat geval worden invoerheffingen van kracht die gemiddeld 10 procent van de waarde van de vis vertegenwoordigen en zullen wij te maken krijgen met fytosanitaire certificaten van de Britse overheid en de complexe douaneformaliteiten bij de aanvoer van de vis in onze veilingen.

Ondertussen zat ook de Europese Commissie niet stil en werden er twee nieuwe wetgevingsvoorstellen goedgekeurd om de grote impact van een mogelijke no-dealbrexit op de Europese visserij te temperen. Zo wordt het mogelijk om vissers en marktdeelnemers te vergoeden uit het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij bij het tijdelijk stilleggen van hun visserijactiviteiten als zij geen toegang meer krijgen tot de Britse wateren. Anderzijds wijzigt de verordening inzake het duurzame beheer van externe vissersvloten. Het doel van dit voorstel is ervoor te zorgen dat de EU tot eind 2019 toegang tot de EU-wateren kan verlenen aan vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk, op voorwaarde dat de EU-vaartuigen ook wederzijdse toegang tot de wateren van het Verenigd Koninkrijk krijgen.

Zeevis is een supervers product dat zo snel mogelijk na het aanlanden zijn weg moet vinden naar de consument. Dat betekent dat elke vertraging, die naargelang het scenario kan oplopen tot verschillende dagen, kan leiden tot ernstig kwaliteits- en waardeverlies.

Minister-president, zoals gesteld, zijn er een aantal zaken van cruciaal belang voor onze visserijsector. Een daarvan is quotabeheersysteem. Gedurende de onderhandelingen werd er altijd gepleit voor het behoud van relatieve verdeelsleutels voor de toewijzing van visserijopportuniteiten. Vormt dit nog altijd het uitgangspunt in de onderhandelingen? Kan een duurzaam en evenwichtig quotumsysteem in het vooruitzicht worden gesteld?

Het statuut van Europese vis komt ook onder druk door de brexit. Vis die via Groot-Brittannië naar ons land wordt vervoerd, zal worden onderworpen aan douanemaatregelen. Zullen wij in België ook moeten voorzien in dergelijke douane- en grensinspectieposten? Zo ja, welke visveilingen komen hiervoor in aanmerking?

De Europese Commissie bereidt zich met de twee nieuwe wetgevende voorstellen ook voor op een harde brexit. Hoe zal onze Vlaamse vloot toegang krijgen tot de aangekondigde maatregelen?

Welke inspanningen levert u om onze Belgische vloot maximaal voor te bereiden op de potentiële scenario’s die voorliggen na 29 maart 2019?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Dochy, uw zorg is mijn zorg vanaf dag één. We spreken hier natuurlijk in het scenario van een deal. Als er een no-deal is en dus een harde brexit, dan zullen de Britten unilateraal doen wat ze willen en hun visserijrechten in de volledige zone voor zich houden. Dat is waar ze mee dreigen, maar laat ons hopen dat er alsnog een deal komt.

Er zijn die 585 pagina’s over het uittredingsakkoord en er is een politieke verklaring over de toekomst, het komt er nu op aan om, indien we kunnen verdergaan met die onderhandelingen, de belangen van de Vlaamse economie, en in dit geval van de visserij, te behartigen.

Voor ons is het behoud van de relatieve verdeelsleutels voor de toewijzing van visserij-opportuniteiten het uitgangspunt bij de onderhandelingen.

Ik heb van meet af aan in al mijn contacten met Michel Barnier en alle Britse collega’s die ik heb ontmoet maar ook met andere Europese commissarissen gezegd dat voor ons er een akkoord moet komen in zijn totaliteit. Het is niet de bedoeling de visserij daaruit te lichten want dan staan wij niet sterk. De mate waarin wij de toegang tot de interne markt in handen hebben is een deel van het onderhandelingsmateriaal. Als er een apart akkoord over de visserij komt, dan staan we te zwak, dat moet voor mij in een geheel zitten.

Tijdens het laatste Overlegcomité hebben wij het standpunt ingenomen over de verdere afhandeling van de brexit en de tekst die daar is goedgekeurd, is voor 90 à 95 procent mijn tekst. Het derde streepje van de notificatie die u kent van het Overlegcomité, luidt als volgt: “onderschrijft opnieuw de in april 2017 en maart 2018 overeengekomen richtsnoeren, blijft bereid zijn standpunt te herzien mocht het Verenigd Koninkrijk zijn rode lijnen herzien maar maakt tegelijk het principe duidelijk volgens hetwelk er helemaal geen akkoord is zolang er geen akkoord is over alles”.

Dat slaat op de visserij, ik heb dat duidelijk op die manier verdedigd, er komt een akkoord over alles, dus de visserij wordt er niet uit gelaten. Ik heb goede hoop dat dit ook blijvend het Europese standpunt is. Uit de contacten die ik heb gehad met Michel Barnier, bleek dat dit ook zijn visie is. De Britten willen het anders regelen, maar ik denk dat we dit standpunt op geen enkele manier mogen loslaten.

Alles hangt af van wat de Britten gaan doen. 29 maart is angstwekkend dichtbij. Niemand weet of er een deal of een no-deal komt. Een no-deal zal leiden tot een ramp op vele punten, ook op economisch vlak. Voor de visserij zou dat een terugkeer zijn naar een situatie die nu meer dan 43 jaar oud is en waarbij de Britten zich beroepen op hun unilaterale rechten.

De bevoegde Britse minister Gove heeft in een toespraak wel aangegeven niet te willen raken aan het quotum voor 2019, maar dit biedt natuurlijk geen enkele zekerheid en evenmin uitzicht op een verder duurzaam akkoord.

Voor uw tweede vraag moet ik u verwijzen naar de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën en het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV), die die vraag het best kunnen beantwoorden. Dat gaat over douanemaatregelen, grensinspectieposten en dergelijke meer. De bevoegde federale ministers kunnen daarop antwoord geven.

De Europese Commissie heeft beslist om steun te verlenen aan vissers en operatoren die significant afhankelijk zijn van de toegang tot de Britse wateren bij een tijdelijke stillegging van visserijactiviteiten. De Europese Commissie zal daarvoor het European Maritime and Fisheries Fund amenderen zodat er voor een termijn van negen maanden steun kan worden gegeven aan vissers en operatoren wanneer die visserijactiviteiten stopgezet worden omdat het Verenigd Koninkrijk geen toegang meer zou geven. Dit kan tot het einde van de programmaperiode, eind 2020, ingezet worden.

U hebt de situatie geschetst. De Vlaamse vloot is bijzonder afhankelijk van deze Britse wateren, namelijk voor meer dan 50 procent. Onze afhankelijkheid is procentueel veel groter dan bij andere lidstaten. De Vlaamse vloot kan in dit geval dus een beroep doen op die voorgestelde maatregelen.

Daarnaast is er nog een tweede voorstel van de Europese Commissie: ze stelt een amendering voor van de regulering van externe vloten. Dit laat aan de Europese Unie toe om toegang te geven aan Britse vaartuigen in EU-wateren tot eind 2019, op voorwaarde natuurlijk van wederkerigheid en op voorwaarde dat onze vaartuigen ook van toegang verzekerd zijn. Dat zijn de noodmaatregelen die Europa en België treffen, en die wij ook aan het treffen zijn. We zullen vragen dat het Vlaams Parlement een decretaal initiatief over de Vlaamse bevoegdheden neemt.

Daarnaast voorziet het voorstel ook in een vereenvoudigde procedure om een vismachtiging toe te kennen aan vaartuigen uit het Verenigd Koninkrijk die actief zijn in EU-wateren en omgekeerd. Het voorstel is enkel geldig voor 2019.

Verder werd er ook aan quota ruilen gedacht. Ook hiervoor geldt in 2019 een gelijkaardig flexibel systeem, waarbij de Europese Commissie als facilitator optreedt. Indien Vlaanderen bijvoorbeeld zegt dat het tongquotum al opgevist is, maar dat er misschien nog makreelquotum kan worden geruild, dan zit dat ook in die regeling vervat.

Wij zullen er bij alle besprekingen met de Europese Unie op aandringen dat het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) maximaal wordt ingezet om de impact te verzachten. Daarbij kan gedacht worden aan de uitrusting van de vaartuigen, de diversificatie van activiteiten en de bijkomende steun voor marketing.

Ik lever al vanaf het begin van de brexitonderhandelingen inspanningen. Er is geregeld overleg met de sector over de impact van de brexit. Het gaat hier over contacten met zowel de Rederscentrale als de visveiling. Deze bezorgdheden kaart ik aan tijdens mijn contacten met de EU-onderhandelaars, zoals Michel Barnier. De heer Barnier is daar bijzonder gevoelig voor. Hij is minister van Landbouw geweest en ook van Visserij, denk ik. Hij kent in ieder geval de bevoegdheden. Hij weet hoe belangrijk de economische impact op onze sectoren is.

In de Raad van Europa komen wij ook altijd tussen wanneer het over de visserijbelangen gaat en geven we altijd aan dat dat een prioriteit vormt voor Vlaanderen.

Daarnaast helpen we de bedrijven op allerlei mogelijke manier met onder andere de Brexit Helpdesk.

Nu komt het er op de allereerste plaats op aan om te weten waar we naartoe gaan. Slagen we erin om de Britten bepaalde rode lijnen te doen verlaten zodat er een akkoord is over samenwerking in de toekomst? Ik zie meer en meer opiniemakers en beleidsmakers die vrezen dat we naar een no-dealbrexit gaan. Dat is een absoluut horrorscenario waarvoor ik van meet af aan heb gewaarschuwd, maar je moet met z’n tweeën zijn om tot een akkoord te komen. Tot nu toe zit er aan de overkant geen coherente visie, helaas. Theresa May heeft wel bijkomend uitstel gevraagd aan het Britse Lagerhuis. Laat ons hopen dat er op het allerlaatste moment toch nog een oplossing uit de bus komt. Dat heeft Vlaanderen of de Europese Unie niet in handen. De Britten moeten over de brug komen.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Bart Dochy (CD&V)

Ik vond het belangrijk om de heel specifieke situatie van de zeevisserij hier nog even onder de aandacht te brengen. Wie had ooit gedacht dat we zouden moeten discussiëren over het statuut van de vis? Welk statuut heeft vis gevangen in Britse wateren met een Belgische boot op een bepaald moment? Daar gaat het eigenlijk over.

Ik meen uit uw antwoord te mogen begrijpen dat er voor 2019 een aantal mechanismen zijn om een oplossing te voorzien. De grote vraag blijft – en ik deel uw bekommernis – wat er na 2019 gebeurt. Het is belangrijk voor de toekomst van onze zeevisserij, voor de 71 boten, de 392 vissers, de industrie en handel die ermee verbonden zijn en voor onze provincie. Ik ben blij dat u die bekommernissen ook meeneemt, en we hopen dat het tot een goed einde kan komen.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Ik wil de bekommernissen van de heer Dochy en het antwoord van de minister-president steunen. Dit is een van de meest delicate kwesties. We zijn, als het over de brexitakkoorden met betrekking tot de visserij gaat, de hardst getroffenen van alle Europese lidstaten.

Het grootste deel van de vis die bij ons geveild wordt, komt uit de westelijke wateren. Er wordt in het westen van het Verenigd Koninkrijk aangemeerd en dan wordt de vis vandaar per vrachtwagen naar Zeebrugge en Oostende gebracht.

Men kan natuurlijk vragen stellen bij dat transport over de weg. Dat is een andere discussie. Die laat ik even opzij. Er is echter een dubbele complicatie. We vissen niet alleen in Britse wateren, we vervoeren die vis nog eens: we voeren die vis misschien dan ook nog eens in in het Verenigd Koninkrijk, we voeren die enkele uren later uit en die voeren we dan terug in in België of … Ik denk dus dat dit niet alleen de vissers en de visvloot aantast, maar eigenlijk zeer sterk ook de toekomst van onze visveilingen zelf. Welke reden zou er morgen nog zijn om die visveilingen te gebruiken, afhankelijk van de brexit zelf? Men kan immers natuurlijk ook veilen in Nederland, in Frankrijk, in Europa.

Er is dus veel meer aan de hand dan even vis vangen in die Britse wateren. Onze hele keten, ook de visverwerkende nijverheid, de veilingen enzovoort, wordt daar direct door aangetast, en op middellange termijn ook de toekomst van onze vloot zelf, denk ik. Die vloot is al zo klein. Die is bijna minuscuul ten opzichte van Nederland en Frankrijk, en die heeft het al niet gemakkelijk om te overleven. Minister-president, dat zijn dus elementen genoeg om die gekke Britten, sorry dat ik het zeg, maar ik begrijp die Britten eigenlijk totaal niet … (Opmerkingen van Karl Vanlouwe)

Dat is eigenlijk stigmatiserend. Ik ben een Verenigd Koninkrijkfan, ik ga elk jaar minstens een week naar het Verenigd Koninkrijk, maar dan gaat het meer over het erfgoed, de landschappen en de humor dan over die economische aspecten die er zijn. Ze zijn echter stapelgek: hoe ze zich in de eigen voet kunnen schieten, begrijpen we niet. Ik toch in ieder geval niet. Het is jammer hoe ze het voor iedereen, maar vooral voor zichzelf in de toekomst moeilijk maken, maar voor ons hangt inderdaad ook de toekomst van de hele visserijsector in belangrijke mate hiervan af.

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Ik kom niet veel, zelden naar deze commissie. (Opmerkingen van minister-president Geert Bourgeois. Gelach)

Enkel als de vis bijt. Ik vind het zeer sympathiek van collega Dochy dat hij de jongste maanden ook het voortouw begint te nemen wat de visserij betreft. Het wordt zelfs nog beter: collega Dochy brengt me zelfs tot bij deze commissie Buitenlands Beleid om hier even tussen te komen, want in de commissie Landbouw en Visserij praten we daar heel veel over, en zijn er ook al heel wat vragen gesteld over de brexit en visserij.

De collega heeft gelijk: de Vlaamse visserijsector is inderdaad bijzonder kwetsbaar bij die brexit, gezien zijn kleine omvang en zijn afhankelijkheid van meer dan 50 procent van de Britse wateren. Daardoor is een hardebrexitscenario zeer bedreigend voor onze Vlaamse visserijsector. Ik maak me persoonlijk zelfs ook zorgen als er wel een deal komt met het Verenigd Koninkrijk, want vorige zomer heeft het Verenigd Koninkrijk het Fisheries White Paper gepubliceerd. In die nota beschrijft de Britse overheid hoe ze haar toekomstige visserijbeleid ziet en geeft ze de bekende Britse standpunten weer, zoals het aansturen op hogere quota voor zichzelf, zelfs los van brexitscenario’s. Deze visie strookt helemaal niet of voor een zeer groot deel niet met het standpunt van de Europese Visserij Alliantie, want die alliantie vraagt om binnen de algemene context van de vrijhandelsovereenkomst de huidige wederzijdse toegang tot de viswateren en visbestanden te handhaven, een visie die ook de minister van Landbouw altijd telkens mee onderstreepte. Ik denk dat het voor Vlaanderen van zeer groot belang is dat wij het absolute status quo behouden van de huidige quotaverdeling en de huidige toegangsrechten, met behoud van een gelijk speelveld qua technische maatregelen en controle. Dat zijn belangrijke zaken. Ik denk zelfs dat die morgen worden besproken in het Europese Parlement. Onder meer ook de pulskorvisserij komt daaraan te pas. Er moeten ook duidelijke afspraken met het Verenigd Koninkrijk kunnen worden gemaakt inzake het gezamenlijk duurzaam beheer in al zijn aspecten, sociaal en economisch. Ik sluit me dus zeer graag aan bij de vraag van collega Dochy, maar vooral ook bij het antwoord van de minister-president.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Product op basis van cyantraniliprole tijdelijk toegelaten tegen koolvlieg en tomatenmineermotLees meer
 
 
Uitbreiding van het verbod op onverdoofd slachten naar kalveren Lees meer
 
 
Neusringverbod bij runderen Lees meer
 
 
Is regenwater geschikt als drinkwater? Lees meer
 
 
De vlasmarktLees meer
 
 
Co÷peratie Hoogstraten veilt voor het goede doel Lees meer
 
 
Mobiele slachteenheid in Vlaanderen?Lees meer
 
 
Landbouwhuisdieren en hun relatie met het klimaatLees meer
 
 
Tweede call voor het indienen van steunaanvragen voor kleine en middelgrote windturbines Lees meer
 
 
Brancheorganisatie MilkBE wil samenwerking zuivelketen versterkenLees meer
 
 
Nieuw ras Engels Raaigras op de Belgische rassenlijst Lees meer
 
 
Nieuw ras voedererwt op de Belgische rassenlijstLees meer
 
 
Uw grond bebossen brengt opLees meer
 
 
Controlesysteem biologische producten kan beterLees meer
 
 
Africa-Europe Alliance: European Commission committed to a sustainable African agri-food sector Lees meer