Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Vorig ArtikelVorig artikel

 29 jan 2020 07:57 

KB betreffende de arbeidsduur (vlas)


Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de landbouw, betreffende de arbeidsduur (vlas) (1)

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de landbouw;
Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de landbouw, betreffende de arbeidsduur (vlas).
Art. 2. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 7 januari 2020.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
N. MUYLLE
_______
Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage
Paritair Comité voor de landbouw
Collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2019
Arbeidsduur (vlas) (Overeenkomst geregistreerd op 6 augustus 2019
onder het nummer 153337/CO/144)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de door hen tewerkgestelde werknemers, die ressorteren onder het Paritair Comité voor de landbouw en waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit de vlasteelt, de hennepteelt, de eerste verwerking van vlas en/of hennep.
Onder "eerste verwerking" wordt verstaan : het scheiden van de verschillende onderdelen van de plant.
Met de term "werknemers" worden de arbeiders en arbeidsters bedoeld.
HOOFDSTUK II. - Vaststelling van de arbeidsduur
Art. 2. § 1. Onverminderd de toepassing van het koninklijk besluit van 11 november 2013 (Belgisch Staatsblad van 11 december 2013) genomen in toepassing van de wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987, bedraagt de normale wekelijkse arbeidsduur bedoeld in artikel 19 en artikel 20, § 1 van de wet van 16 maart 1971 (Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971) 37 uren en 50 minuten.
§ 2. Deze arbeidsduur van 37 uren en 50 minuten per week wordt bereikt als een gemiddelde op jaarbasis. De referteperiode van een jaar wordt op ondernemingsvlak in het arbeidsreglement vastgesteld. Bij ontstentenis van een andere aanduiding in het arbeidsreglement, neemt de referteperiode een aanvang op 1 januari en eindigt op 31 december.
§ 3. Om de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 37 uren en 50 minuten te bereiken, kunnen de werkgevers kiezen uit de volgende twee mogelijkheden :
1. Effectieve gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 40 uur/week met 6 onbetaalde compensatiedagen en 7 betaalde compensatiedagen. Het loon wordt uitgedrukt in de 39-urenweek;
2. Effectieve gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 39 uur/week met 7 betaalde compensatiedagen. Het loon wordt uitgedrukt in de 39-urenweek.
Art. 3. § 1. Wat de onbetaalde compensatiedagen betreft, hebben de werknemers die in de loop van het jaar in dienst komen of uit dienst gaan, recht op 1 dag per schijf van twee maanden effectieve prestaties. Onder "een maand" wordt een periode van 30 kalenderdagen verstaan. De deeltijdse werknemers hebben dit recht in verhouding tot hun arbeidsregime.
§ 2. Wat de betaalde compensatiedagen betreft, hebben de werknemers recht op een aantal dagen op basis van de effectieve prestaties. De deeltijdse werknemers hebben dit recht in verhouding tot hun arbeidsregime :

Arbeidsdagen (5-dagenweek)/
Jours de travail (semaine de 5 jours)
Dagen betaalde inhaalrust/
Jours de repos compensatoire payés
242 dagen en meer/242 jours et plus 7
Van 205 dagen tot 241 dagen/De 205 jours à 241 jours 6
Van 168 dagen tot 204 dagen/De 168 jours à 204 jours 5
Van 130 dagen tot 167 dagen/De 130 jours à 167 jours 4
Van 93 dagen tot 129 dagen/De 93 jours à 129 jours 3
Van 56 dagen tot 92 dagen/De 56 jours à 92 jours 2
Van 19 dagen tot 55 dagen/De 19 jours à 55 jours 1
Minder dan 19 dagen/Moins de 19 jours -


§ 3. Voor de vaststelling van het aantal compensatiedagen wordt rekening gehouden met de effectieve prestaties. De periodes van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst worden gelijkgesteld met arbeidsprestaties voor zover zij recht geven op de betaling van een gewaarborgd loon ten laste van de werkgever, alsook de periodes van jaarlijkse vakantie.
§ 4. Waar het organisatorisch mogelijk is, wordt voor de toekenning van de compensatiedagen een planning opgesteld voor de individuele verdeling van deze compensatiedagen. In alle andere gevallen worden de compensatiedagen vastgelegd tijdens periodes van minder activiteit of stille tijden, ten einde het productievolume over het jaar niet te verminderen en/of de organisatie van het bedrijf zo weinig mogelijk te hinderen. In elke onderneming wordt een register bijgehouden met aanduiding van de compensatiedagen. Op vraag van de vakbonden kan de voorzitter van het Paritair Comité voor de landbouw inzage ervan nemen.
Art. 4. Wanneer de arbeid met opeenvolgende ploegen is georganiseerd, mag de arbeidsduur niet meer dan 8 uren per dag bedragen.
De arbeidsduur van de morgenploeg, gevoegd bij deze van de namiddagploeg mag in totaal de 80 uren per week niet overschrijden. De arbeidsduur van de nachtploeg mag 7 uren en 15 minuten per arbeidsprestatie en 36 uren en 15 minuten per week niet te boven gaan.
Art. 5. Wanneer de arbeid met kruisende ploegen is georganiseerd, mag de arbeidsduur niet meer bedragen dan 8 uren per dag en 40 uren per week.
Worden als kruisende ploegen beschouwd, 2 ploegen waarvan de dagelijkse arbeidsduur zodanig is geregeld, dat de bedrijfsuitrusting 12 uren en meer per dag in activiteit wordt gehouden.
HOOFDSTUK III. - Verdeling van de arbeidsduur
Art. 6. De wekelijkse arbeidsduur wordt gedurende het ganse jaar gespreid over de eerste vijf dagen van de week (maandag tot vrijdag).
Van deze regel kan afgeweken worden in de specifieke waterroot- en/of gemengde ondernemingen, volgens een regeling te treffen in overleg met de betrokken partijen.
Art. 7. In de bij de artikelen 4 en 5 bedoelde gevallen wordt de wekelijkse arbeidsduur als volgt verdeeld :
1) wat de morgen- en namiddagploeg betreft : de eerste 5 dagen van de week a rato van 8 uren effectieve arbeidsprestaties per dag;
2) wat de nachtploeg betreft : over de eerste 5 dagen van de week tot en met de zaterdagmorgen, a rato van 7 uren en 15 minuten per ploeg en per dag, begrepen tussen 21 uur 30 en 5 uur onderbroken door een rusttijd van 15 minuten;
3) wat de kruisende ploegen betreft : over de eerste 5 dagen van de week a rato van 8 uren per dag begrepen tussen 6 uur en 20 uur.
Art. 8. De wekelijkse beurtwisseling is verplichtend voor de morgen- en de namiddagploeg. Zij is het niet wat deze ploegen betreft ten opzichte van de nachtploeg.
HOOFDSTUK IV. - Nachtploeg
Art. 9. De werkgever die met een nachtploeg wenst te werken, moet daartoe een aanvraag inrichten tot de voorzitter van het Paritair Comité voor de landbouw.
Deze aanvraag dient het aantal voor de nachtploeg in aanmerking komende werklieden te vermelden en dient op nauwkeurige wijze de aard en de duur van de beoogde arbeid aan te duiden.
Het Paritair Comité voor de landbouw beslist of de verzoekende werkgever al dan niet een nachtploeg mag tewerkstellen. De beslissing wordt de werkgever door de voorzitter van het paritair comité medegedeeld.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
Art. 10. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 2019 en is gesloten voor onbepaalde duur.
Zij kan door elk van de ondertekenende partijen worden opgezegd met een opzeggingstermijn van drie maanden die per aangetekend schrijven wordt verstuurd aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de landbouw en aan de erin vertegenwoordigde organisaties.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 januari 2020.
De Minister van Werk,
N. MUYLLE



  Nieuwsflash
 
Daling van het aantal slachtingen in 2019 Lees meer
 
 
Mestdecreet: Equivalente maatregel voor inzaaien vanggewassen Lees meer
 
 
GLB post-2020: “De begroting goedkeuren zoals zij nu voorligt, zou een ramp zijn voor onze landbouw"Lees meer
 
 
Gunstig erfbelastingsregime door inbreng 'familiebedrijfLees meer
 
 
Verzamelaanvraag 2020 op e-loket vanaf 21/2Lees meer
 
 
Het Europese landbouwbeleid en biodiversiteitLees meer
 
 
Afbouw landfbouwfinanciering via het GLBLees meer
 
 
“Aardappelseizoen 2020/2021 wordt uitdaging”Lees meer
 
 
PCA: "Uur in de schuur" Lees meer
 
 
'Groentenprecies'Lees meer
 
 
Proposed EU budget unacceptable Lees meer
 
 
Erosie voorkomen in groenten en maïsLees meer
 
 
Sojaproductie in VlaanderenLees meer
 
 
Buffelhouderij in Vlaanderen Lees meer
 
 
Innovatieve teeltenLees meer
 
 
Ministerieel besluit betreffende de landinrichtingLees meer
 
 
AB Register vzw stelt Renaat Debergh aan als nieuwe voorzitter Lees meer
 
 
Beheerovereenkomsten voor soortenbescherming in de liftLees meer
 
 
Omzetting van de erkenningen Fokkerijbesluit Lees meer
 
 
Impact van het zesde mestactieplan (MAP 6) op de Pachtwet Lees meer
 
 
Tweede prognose van de landbouweconomische rekeningen Lees meer
 
 
Subsidie brede weersverzekering - hoe vraag je de premiesubsidie aan via je verzamelaanvraag? Lees meer
 
 
Nieuwe bewoners van boerderijen die geen landbouwactiviteiten uitoefenenLees meer