Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 15 okt 2020 19:43 

België warmt op


De meeste mensen kennen het KMI vooral van het weer. Maar het is evengoed een toonaangevende wetenschappelijke instelling op vlak van meteorologie en klimaat. Dagelijks trachten KMI wetenschappers om de verstoring van het klimaat beter te begrijpen en te voorspellen met zo nauwkeurig mogelijke modellen. Hun meest recente bevindingen zijn nu gebundeld in het “Klimaatrapport 2020: van klimaatinformatie tot klimaatdiensten”. Dat werd zonet voorgesteld. Het vorige dateerde van 2015 en noemde “Oog voor het klimaat”. Met dit nieuwe rapport hopen ze aan wetenschappers, beleidsmakers en de samenleving duidelijk te maken hoe het met het huidige en toekomstige klimaat van België gesteld is.

Al sinds 1833 worden waarnemingen te Ukkel bijgehouden. En die laten een duidelijke stijgende trend zien in de temperatuur. In de laatste 30 jaar was de jaarlijks gemiddelde opwarming 2,1°C in vergelijking met het pre-industriële tijdperk. Een graad hoger dan de globale 1,1°C, omdat daar naast het landoppervlak ook rekening gehouden wordt met de oceanen. De temperatuur bleef relatief stabiel van 1833 tot 1910 en van 1911 tot 1985, maar daarna volgde er een sterke opwarming van gemiddeld 0,38°C per decennium. Vooral de laatste 2 decennia lieten zich voelen, de 6 warmste jaren ooit deden zich voor na 2005.

Het seizoen dat zijn temperaturen het sterkst zag stijgen was de winter met 0,45 °C per decennium sinds 1981. Maar de zomer liet zich zeker niet kennen. De hoogste zomertemperatuur steeg met 0,85 °C per 10 jaar wat culmineerde in een nieuw absoluut record op 25 juli 2019. Toen werd er een temperatuur van 39,7 °C waargenomen. Ook het aantal hittegolven nam toe en sinds 2015 hebben we minstens 1 hittegolf per jaar. Ze komen niet alleen vaker voor, ze zijn steeds langer en intenser. Tot slot is het niet alleen overdag warmer geworden, maar ook ’s nachts. Het jaarlijks aantal dagen met minima van minstens 15 °C steeg met net geen 4 dagen per decennium.

De trends bij neerslag zijn minder uitgesproken dan die bij temperatuur, mede te danken aan de grote jaarlijkse verschillen in onze regio’s. In het midden van de 19de eeuw viel er jaarlijks 768 mm. In de laatste 30 jaar is dat gemiddeld 839 mm, een stijging met 9 %. Het grootste gedeelte daarvan valt in de winter. In dit seizoen steeg de neerslaghoeveelheid met maar liefst 31 %. Opvallend, vooral het aantal dagen met hevige neerslag (meer dan 20mm) zijn toegenomen met 0,5 dagen elke 10 jaar. En de hoogste jaarlijkse neerslaghoeveelheden per uur stegen met 3 mm.

Desondanks neemt de lengte van droogteperiodes tijdens de lente toe sinds 1981, met anderhalve dag per decennium. Sinds 1990 zijn de lentes zelfs zeer droog. Zo ook die van dit jaar. In de maanden maart, april en mei viel er amper 105,7 mm. April en mei waren samen maar goed voor 24,4 mm en gingen de geschiedenis in als de droogste maanden sinds het begin van de metingen. Daarbij zorgde veel zon (740 uur en 46 min) en een lage luchtvochtigheid (minder dan 50 %) bijkomend voor veel verdamping.

Tot slot werd er ook nog gekeken naar andere parameters. De windsnelheid daalde, de zon kwam meer tevoorschijn en meer zonnestralen bereikte het aardoppervlak. Er waren ook niet meer stormen dan anders. De laatste 30 jaar is er zelfs eerder een daling van het aantal stormdagen met windstoten hoger dan 80 km/u.

En hoe zit het met de toekomst? Daarvoor gebruikt het KMI het ALARO-0 model en dit zijn hun voorspellingen. Tegen 2100 zal de temperatuur verder stijgen met 0,7°C tot 5°C. Waar we effectief zullen uitkomen hangt af van hoeveel de broeikasgassen zullen af- of toenemen. De winters worden zachter en natter terwijl de zomers evenveel of minder neerslag zullen zien en meer hittegolven. In het meest pessimistische scenario een verdrievoudiging in aantal, verdubbeling in intensiteit en toename van 50% in lengte. Ook zullen er in dit scenario meer droogteperiodes zijn en zal de ernst van de droogte ook toenemen.

Dit soort analyses zijn cruciaal om de impact van de klimaatverandering op regionale schaal te begrijpen. Daarnaast winnen ze aan belang omdat de gevolgen van veranderingen in het klimaat hier steeds meer voelbaarder worden. Klimaatexpert Jean-Pascal Van Ypersele van de universiteit van Louvain-La-Neuve verwoorde het op een niet mis te verstane wijze: “Het gaat vaak over de tweede golf van COVID19, maar er is nog een golf aan de horizon. Eén die een veel grotere bedreiging voor de mensheid vormt: de klimaatverandering”. Kennis over aan wat we ons kunnen verwachten en hoe we ons hiertegen kunnen wapenen is dus broodnodig voor vele sectoren zoals landbouw, energie, en gezondheid.  Daarom wordt er in dit rapport opgeroepen om een klimaatcentrum op te richten.

KMI RAPPORT



  Nieuwsflash
 
Nieuwe everzwijnenplan Lees meer
 
 
Schade aan woningen door verdroging van kleigrondLees meer
 
 
Minerale bemestingsproducten voor betere waterkwaliteitLees meer
 
 
HULDEBOEK – 100 JAAR “Algemeen Belgisch Vlasverbond” van de drukpersLees meer
 
 
Nieuw GLB: inkomenssteun wordt deels gekoppeld aan milieu-inzet Lees meer
 
 
Digitale ontmoetingen worden blijvers in exportpromotie VLAM Lees meer
 
 
27 landbouwministers nemen standpunt in over GLBLees meer
 
 
Subsidies voor landschapsbeheer door landbouwers Lees meer
 
 
Statistisch overzicht België pre-CoronaLees meer
 
 
Ongevallen met landbouwvoertuigen Lees meer
 
 
Jachtrecht Lees meer
 
 
Compendium bemonsterings- en analysemethodes in het kader van het Mestdecreet (BAM)Lees meer