Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten

 17 nov 2022 09:15 

Komst van de grootste Europese zalmkwekerij in Oostende


Vraag om uitleg over de komst van de grootste Europese zalmkwekerij in Oostende van Ludwig Vandenhove aan minister Hilde Crevits

De voorzitter

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ludwig Vandenhove (Vooruit)

Voorzitter, collega’s en minister, deze vraag werd een paar keer uitgesteld op vraag van de heer Tommelein, maar door omstandigheden kan hij hier opnieuw niet aanwezig zijn.

Minister, dit is de eerste vraag over de visserij sinds u er weer bent. Ook wat mij betreft hoop ik op beterschap voor u.

In Oostende is veel discussie over de komst van een zalmkwekerij in de achterhaven. Een Noors bedrijf wil er de grootste zalmkwekerij van Europa bouwen. Het gaat om een grote investering die om en bij honderd jobs zou opleveren. Het bedrijf wil in 2023 volledig operationeel zijn in Oostende.

Er kwamen heel wat reacties op die plannen en er zijn ook heel wat bezwaren ingediend. Dat gebeurde enerzijds door een aantal dierenrechtenorganisaties zoals GAIA, Animal Rights, Sea First Foundation, Climaxi en Bite Back en anderzijds door leefmilieuorganisaties zoals de West-Vlaamse Milieufederatie, Bond Beter Leefmilieu (BBL), Greenpeace, Natuurpunt en het World Wide Fund for Nature (WWF). In de kwekerij zouden jaarlijks 12.000 ton of 3 miljoen Atlantische zalmen in tanks op het land zitten. De indieners zijn van mening dat de dierenrechten en de potentiële effecten op het milieu onvoldoende zijn meegenomen bij de vergunningsvraag en dat de gevolgen onvoldoende zijn ingeschat.

Het recirculerend aquacultuursysteem (RAS) dat de ontwikkelaar wil toepassen is controversieel. In het buitenland komen geregeld incidenten met massale sterfte van zalm voor. Ook internationale zalmkwekers stellen er zich vragen bij. Het bedrijf vroeg en kreeg de toelating om geen milieueffectrapport (MER) op te stellen. Dat is nochtans verplicht voor intensieve aquacultuur die 1000 ton vis produceert. Dit is een heel rare aangelegenheid. De milieu- en dierenrechtenorganisaties stellen zich hier vragen bij en vinden een uitgebreid milieueffectrapport nodig. Zo is er bijvoorbeeld nog veel onduidelijkheid over de verwerking van 16 ton slib per dag. Ook buurtbewoners maken zich grote zorgen en dienden bezwaar in.

Op de gemeenteraad van 28 september 2020 kwamen de plannen van de nieuwe zalmkwekerij aan bod. De bevoegde schepen lichtte toe dat het zou gaan om een duurzame vorm van zalmkweken en stipte aan dat de nadruk zou worden gelegd op sociaal verantwoord ondernemen. Er zou ook gebruik gemaakt worden van hernieuwbare energie. De nabijheid van het bedrijf bij de afzetmarkt zou zorgen voor een daling van de CO2-uitstoot. Dat is toch wel vrij diametraal ten opzichte van de stelling van de dierenrechten- en milieuorganisaties en van de omwonenden in de buurt.

In december 2022 zal de West-Vlaamse deputatie beslissen of er groen licht komt voor de omgevingsvergunning.

Minister, ik besef uiteraard dat u niet kunt tussenkomen in de vergunningsprocedure die op dit moment loopt, maar ik heb toch een aantal vragen.

Hoe staat u tegenover de komst van de grootste Europese zalmkwekerij in Oostende? Vindt u dit een goede zaak?

Wat vindt u van de bedenkingen van enerzijds de milieu- en dierenrechtenorganisaties en anderzijds de buurt en omgeving, die zich daar toch nogal veel zorgen over maken?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dank u wel, collega’s. Van mijn kant ben ik ook blij dat ik jullie weerzie, meerderheid en oppositie. Het deed mij deugd om groen licht te krijgen om opnieuw te mogen werken. Ik hoop dus dat nog een eindje zo blijft.

Collega Vandenhove, ik was blij met uw opmerking daarnet toen u zei dat ik mij uiteraard niet mag mengen in de procedure. Ik zal dat ook niet doen.

Algemeen is het evident dat elk bedrijf dat zich wil vestigen in Vlaanderen, moet voldoen aan de geldende voorwaarden op het vlak van milieu, ruimtelijke ordening, voedselveiligheid, dierenwelzijn enzovoort. Op economisch vlak kan de vestiging van een nieuw bedrijf een absolute opportuniteit zijn, bijvoorbeeld als het gaat over werkgelegenheid die gecreëerd wordt. Maar om ons ervan te vergewissen dat alle effecten op een correcte manier in kaart gebracht zijn en er ook op geanticipeerd wordt door de projectaanvragers, bestaan er procedures zoals een milieueffectrapport.

In dit concreet dossier was het Team Milieueffectrapportage van het Departement Omgeving evenwel van oordeel dat een uitgebreid MER, waarin de effecten op mens en leefmilieu uitgebreid worden beschreven, niet nodig is. Het Team Milieueffectrapportage was kennelijk van oordeel dat er geen aanzienlijke gevolgen te verwachten zijn voor het milieu. Ik heb vernomen dat de niet-gouvernementele organisaties (ngo's) daar niet mee akkoord zijn. Daarvoor bestaan er bezwaarprocedures. Die procedures moeten ernstig worden genomen, collega Vandenhove. Ik ga ervan uit dat die ook ernstig behandeld zullen worden.

Dat is eigenlijk het antwoord dat ik u kan geven op uw vraag rond de MER die komt en het feit dat men geoordeeld heeft dat dat blijkbaar niet nodig is.

De voorzitter

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ludwig Vandenhove (Vooruit)

Dank u wel, minister. Ik begrijp de voorzichtigheid van uw antwoord gezien de procedure.

Het is zeer spijtig dat het Team Milieueffectrapportage dat advies gegeven heeft en zegt dat het niet nodig is dat er een MER komt omdat het uiteindelijk toch een heel nieuwe vorm van activiteit is. In die zin ben ik er bijna van overtuigd dat de betrokken organisaties dat zullen aanhalen in hun bezwaar zoals dat decretaal voorgeschreven is.

Mijn vraag aan u is natuurlijk ook – ik heb die vraag trouwens ook tijdens uw afwezigheid gesteld aan uw collega Jo Brouns – in welke mate dit soort activiteiten en andere economische activiteiten in die zin compatibel zijn met de traditionele zeevisserij en alles wat daarrond draait. Ik zou daar in de repliek die u straks nog hebt, graag uw visie over horen.

De voorzitter

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Steven Coenegrachts (Open Vld)

Op mijn beurt ben ik ook oprecht blij om u hier weer te zien, minister. Een ongeval op de E40 heeft erover beslist dat ik gebombardeerd ben tot visserijexpert voor deze voormiddag, met als bijkomende ironie dat er nu twee Zuid-Limburgers over de visserij bezig zijn. U ziet: vanaf het moment dat het onshore wordt, zijn de Limburgers er als de pinken bij om dat richting het binnenland te doen opschuiven.

Over deze zalmkwekerij is al heel veel gezegd en geschreven. Dat is niet zo heel verwonderlijk, het is een uniek project op Benelux-niveau en een zeer belangrijke testcase voor wat grootschalige onshore aquacultuur zou kunnen worden voor ons land. We hebben de afgelopen jaren in Vlaanderen al flink geïnvesteerd in aqua- en maricultuur. Maar we hebben één wezenlijk probleem dat we niet opgelost kregen, en dat is dat we amper bedrijven hebben in aqua- en maricultuur.

Minister, in 2015 hebt u met de heer Tommelein, die toen nog staatssecretaris was en van wie ik nu woordvoerder ben geworden, een AquaValuerapport voorgesteld. U zei toen – en ik citeer u –: “De tijd is meer dan rijp voor geïntegreerde aquacultuur in Vlaanderen en op de Noordzee. Wanneer we die aquacultuur combineren met andere activiteiten op het land en op zee, zoals geïntegreerde aquacultuur impliceert, wordt de activiteit een stuk duurzamer en efficiënter door het gemeenschappelijk gebruik van middelen, ruimte en personeel.” Dat was de quote.

Nu zijn we enkele jaren later en we hebben concrete projecten om die ‘blue growth strategy’ in uitvoering te brengen. Dit is een project onshore met die combinatie van activiteiten, die afvalstroom die gebruikt zou kunnen worden voor biogas en in combinatie met zonne-energie een groot stuk van de elektriciteitsvraag van het bedrijf zou kunnen dekken, en het water dat ook gerecupereerd kan worden richting de groenteteelt en innovatieve hydrocultuur.

Minister, het is dus – en u gaat mij niet meer kunnen zeggen dan u aan collega Vandenhove gezegd hebt, en alle begrip daarvoor – wegens die procedure belangrijk dat we als politici toch stilstaan bij hoe we omgaan met dit soort projecten, met deze schaal en de aard van het project in onze regio. We hebben drie dimensies die we ook in een resolutie rond de ontwikkeling van duurzame en geïntegreerde aqua- en maricultuur in Vlaanderen uitgesproken hebben. Dat zijn de ecologische, economische en sociale dimensies, waar we richting leefbaarheid van bedrijven, richting het in stand houden van de natuurlijke visbestanden en met een correcte investeringssteun en goed flankerend beleid moeten komen tot leefbare bedrijven die ook onshore moeten kunnen leiden tot kwalitatieve productie.

Minister, ik heb van collega Tommelein de vragen gekregen die hij wilde stellen. U kunt dan zien wat u daarmee doet

Op welke manier gaat u deze drie belangrijke dimensies in het project benaderen? Welke rol zult u hier zelf in opnemen? Was er voor de procedure contact tussen u en de potentiële investeerders?

Hoe zal er in dit project een link worden gelegd met de Blauwe Cluster die onze regio rijk is? In het verleden was er bijvoorbeeld reeds sprake van ondersteuning bij dit project door Inagro en de Universiteit Gent. Wordt deze ondersteuning in de verdere bouw- en opstartfase voortgezet? Ik neem aan dat voor de bouw- en opstartfase eerst een vergunning nodig is. Is er ook sprake van andere partners en plant u op korte of middellange termijn concrete acties om deze link met de Blauwe Cluster te versterken?

De voorzitter

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Jeremie Vaneeckhout (Groen)

Dank u, collega Vandenhove, voor de terechte vraag.

Minister, ik wil me aansluiten bij één element. Ik denk dat we ons allemaal zorgen maken over de milieu-impact en de verschillende vormen van hoe we economische, ecologische en sociale duurzaamheid kunnen combineren. Een aspect dat nog niet in de vraagstelling is belicht, is het dierenwelzijn. U weet dat ook GAIA, Animal Rights en andere organisaties heel bezorgd zijn over wat er hier voorligt. Er zijn ook geen Vlaamse normen als het over dierenwelzijnsgaranties voor vissen gaat, zeker in dit soort organisaties. Dit kan een aanleiding zijn om het gesprek hierover binnen de Vlaamse Regering op te starten.

Hebt u hierover al contact gehad met minister Weyts? Hoe kijken jullie hiernaar? Zijn jullie van plan om hierover bijvoorbeeld met GAIA een overleg op te starten over wat voor hen wel of niet bespreekbaar is? Er zijn ook een aantal wetenschappelijke inzichten die aangeven hoeveel ruimte een zalm per kubieke meter water zou moeten hebben. Is dit dus voor u een aanleiding om het gesprek over dierenwelzijn in de aquacultuursector op te starten, conform met wat er de voorbije decennia in de landbouw is gebeurd?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dank u wel, collega’s, voor de vragen.

Ik zal eerst algemeen antwoorden op de vragen over de toekomstperspectieven. Ik ben een heel grote fan van diversificatie in de visserijsector. Dat gaat dan zowel over de traditionele visserijactiviteiten op zee als over de aquacultuur. Aquacultuur heeft een enorm potentieel, maar – en collega Vaneeckhout zegt het zelf – er zal ook moeten worden rekening gehouden met wat een bepaalde zone wel of niet aankan.

Het is evident dat we aan de geldende regelgeving moeten voldoen en dat we inderdaad het gesprek moeten voeren over hoe je dat in een goed kader kunt plaatsen. Dat geldt eigenlijk voor alle economische activiteiten.

Collega’s Vandenhove en Coenegrachts, heel wat instanties hebben adviezen verleend over de ontheffing van een MER. Dat gebeurde door de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), de Afdeling Ecologisch Toezicht, het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) en de stad Oostende. Na aanpassing is er dan uiteindelijk een ontheffing verleend. We zullen nu zien of dat nu wel of niet terecht was, maar dat heeft wel een bepaalde weg gevolgd. Er zijn dus heel wat adviezen over geweest.

Ik kan er ook niet omheen dat we de voorbije jaren al heel fors in aquacultuur hebben geïnvesteerd, collega’s. Er is heel wat onderzoek gebeurd door het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). We hebben ook de Blauwe Cluster opgericht. U hebt naar mijn speech bij de oprichting verwezen, waarvoor mijn oprechte dank. Er is daarnaast ook enorm geïnvesteerd in samenwerking via de Strategische Stuurgroep Aquacultuur (SSAQ). Er is ook een aquacultuurconsulent, die bedrijven begeleidt als ze nieuwe projecten willen opstarten.

Voor mij is het overleg met alle belanghebbenden cruciaal, en ik vind het van belang dat we dat traject ook blijven lopen. Het is jammer dat we nu al met een valse noot moeten starten omdat een aantal organisaties niet blij zijn dat er geen MER komt, maar ze hebben het recht om hun zorgen te uiten. Dat zou allemaal goed moeten zijn doorgesproken.

Collega Vaneeckhout, wat de normen betreft, is het van belang dat er binnen de EU een gelijk speelveld is en dat niet op de ene plaats alles kan, zoals we dat in andere dossiers hebben meegemaakt, en dan bij ons niets. Dat is voor mij ook iets wat op Europees niveau op de agenda moet staan. Het staat er al op, maar het mag er nog vaker op worden gezet. Daarover volgt ILVO de ontwikkelingen wel op de voet. Ik wil gerust eens kijken of er nog extra voorwaarden worden gesteld. Ik weet dat niet uit mijn hoofd, maar we kunnen dat bekijken.

Er is dus werk aan de winkel. Op zich heb ik geen negatieve sentimenten over dit project, maar het is wel belangrijk dat er heel goed overleg wordt gepleegd en dat onze traditionele visserijsector zich niet in de hoek gedrumd voelt. Overleg is dus een key issue om dit project te laten slagen.

De voorzitter

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ludwig Vandenhove (Vooruit)

Dank u wel, minister, voor uw antwoord.

Ik denk dat uw antwoorden terecht bevestigen dat het over een vergunningsaanvraag gaat. Langs de andere kant is het toch wel belangrijk dat er voor alle onderzoeken en resoluties die er over heel dit gegeven al zijn geweest, een bepaald kader wordt uitgetekend om tot een goed evenwicht te komen tussen de traditionele activiteiten in de zee, en dan vooral de visserij, en die nieuwe activiteiten. Uiteindelijk is het een heel concreet dossier en dat moet de vergunningsprocedure effectief doorlopen, maar zo’n kader op basis van de gegevens waarover we nu beschikken, zou zeker een goede zaak zijn.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

 


  Nieuwsflash
 
Over de crisis in de vleessector en steunmaatregelen voor vleesbedrijvenLees meer
 
 
Transport landbouwdieren tijdens hittegolven - Naleving hitteprotocolLees meer
 
 
Onderzoek van bepaalde rassen van landbouw- en groentegewassenLees meer
 
 
Normoverschrijdingen metaldehyde in het IJzerbekken Lees meer
 
 
Boeren in China vernietigen gewassen vanwege strenge coronamaatregelen Lees meer
 
 
‘Living lab Plant’, nu ‘Living Lab Plant en Bodem’Lees meer
 
 
Interpom 2022 20.254 bezoekers herbekijk de seminarsLees meer
 
 
Over de verklaringen van de minister betreffende een aanpassing van het StikstofakkoordLees meer
 
 
Gebrek aan kader voor PFAS-emissies in de lucht Lees meer
 
 
PFAS-hotspot op Silvamo-stortplaats in KortemarkLees meer
 
 
‘Koopkrachtpremie’ voor werknemers van bedrijven die goed hebben gepresteerd Lees meer
 
 
Kust en klimaat: gids voor een gebiedsgerichte samenwerking Lees meer