Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 18 okt 2019 08:08 

Overlast van everzwijnen in Limburg en de Antwerpse Kempen


Vraag om uitleg over de aanhoudende overlast van everzwijnen in Limburg en de Antwerpse Kempen
van Lode Ceyssens aan minister Zuhal Demir

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Lode Ceyssens (CD&V)

Minister, mijn eerste vraag om uitleg die ik u stel, is ook de eerste vraag die ik destijds in deze commissie Leefmilieu heb gesteld. Dat is tien jaar geleden en toen werd dat bekeken als een marginale vraag over een marginaal probleem.

Ondanks alle maatregelen die zijn genomen over bijkomende bestrijdingsmogelijkheden zoals het afbakenen van faunabeheerszones, stellen we vast dat de overlast van everzwijnen in Limburg en de Antwerpse Kempen blijft stijgen. Die overlast is van allerlei aard. Gemeentebesturen en wildbeheerseenheden (WBE’s) krijgen allerlei klachten binnen, gaande van omgewoelde tuintjes, everzwijnen die gewoon in de straat of zelfs in de bebouwde kom rondlopen, landbouwgewassen die worden geoogst door degenen die ze niet hebben gezaaid en schade aan onze natuur. Nog een probleem waar ik al heel dikwijls op heb gehamerd, is de bedreiging voor onze verkeersveiligheid. Toevallig was er vorige nacht een autobestuurder die negentien everzwijnen doodreed. Dat lijkt op een kegelbal die een kegelspel binnenrolt. Gelukkig kan de bestuurder het nog navertellen. Vroeg of laat zal dit fataal aflopen, bijvoorbeeld door uitwijkmanoeuvres.

In elk geval is het everzwijn een groot zoogdier dat nu al een tiental jaar in onze contreien is. Iedereen is ervan overtuigd dat het vandaag een plaats heeft in onze contreien, maar dat het in veel te groten getale aanwezig is en overlast creëert. Het debat over de wolf is misschien veel geanimeerder, maar deze problematiek is vele malen groter dan die van de wolf, vooral ook omdat de everzwijnen in een habitat leven waar overvloedig voedsel aanwezig is, waardoor ze zoveel sneller groeien dan op andere plaatsen en zich ook zoveel sneller voortplanten.

Minister, op vraag van uw voorganger, ex-minister Schauvliege, is er destijds een provinciaal overleg ingericht waarvan de gouverneurs de coördinatie in handen hebben. Daarin brengen ze alle betrokkenen samen, vertegenwoordigers van lokale besturen, maar ook natuurverenigingen, de jagersvereniging en landbouwers. Kunt u een laatste stand van zaken geven van de opdracht van de gouverneurs inzake het inperken van de everzwijnenpopulatie?

Zult u bijkomende maatregelen treffen om de overlast van de everzwijnenpopulatie in te perken? Indien ja, welke?

Ziet u nog extra mogelijkheden om de woonkernen waar de everzwijnen zich ophouden, beter te kunnen beschermen? Indien ja, welke?

Ten slotte, zult u nog extra beheersmaatregelen nemen in functie van de varkenspest, waarvan collega Coenegrachts vorige week ook nog eens heel duidelijk de economische schade voor onze sector in kaart gebracht heeft? Kunt u daar ook een laatste stand van zaken geven, minister?

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Bij ons is dat een zeer actueel thema, mijnheer Ceyssens. Ook in Genk, mijn stad, zien we die geregeld opduiken. Mijn voorganger heeft inderdaad in 2018 aan de gouverneurs van Antwerpen en van Limburg de opdracht gegeven om het overleg over de everzwijnen in de provincie actief op te volgen en te stimuleren. Ik heb mij geïnformeerd over de stand van zaken. Zowel de gouverneur van Antwerpen als de gouverneur van Limburg heeft sindsdien heel sterk en blijvend de vinger aan de pols gehouden en bevraagt geregeld de verschillende partners.

Recent, op 20 september, heeft de gouverneur van Antwerpen opnieuw alle partijen samengebracht voor een overleg om de kennis en afspraken te updaten. Daarbij werd bijzondere aandacht geschonken aan de communicatie naar de besturen en de burgers.

In de provincie Limburg werden een medewerker voor landbouw en een medewerker voor natuur en milieu aangewezen om de situatie op te volgen. Zij organiseerden onder andere informatiesessies voor de steden en gemeenten en nemen actief deel aan het lokaal overleg in de wildbeheereenheden. Op die manier wordt geprobeerd om de nodige inzichten over de problematiek bij de bevolking te brengen en om oplossingsgerichte informatie uit te dragen.

Wat bijkomende maatregelen betreft om die overlast van de everzwijnenpopulatie in te perken, weet u dat het sowieso belangrijk is om de populatie onder controle te brengen en te houden. Tegelijkertijd verwijs ik ook naar de thematiek van de schadepreventie. Daarnaast geloof ik ook wel in de aanpak van de faunabeheerzones, met een overkoepelende consensus tussen alle betrokkenen over de te volgen aanpak, die vervolgens doorvertaald wordt naar lokale acties. De voorbije jaren heeft deze aanpak steeds meer zijn nut bewezen. In 2018 kon zo voor het eerst, ondanks een duidelijke toename van de jachtdruk, een stabilisatie van het afschot waargenomen worden, wat erop kan wijzen dat de populatie everzwijnen stilaan onder controle komt.

Zowel voor schadepreventie als voor populatiereductie in functie van schade is het cruciaal om te weten waar de schade zich voordoet. Mijn administratie zal dan ook nog verder inzetten op het sensibiliseren van iedereen om snelle responskettingen op te sporen en om schade te melden via www.natuurenbos.be. Het is de basis om planmatig de schadeproblematiek te kunnen aanpakken.

Maar ik denk dat we moeten inzetten op een tweesporenbeleid. Het eerste bestaat al: de populatie onder controle houden, schadepreventie, faunabeheerzones enzovoort. Ik zal de gouverneur, die hierin ook een coördinerende rol heeft, vragen om alle actoren van het plan van aanpak voor de komende maanden toch nog eens te bekijken. Gezien wat we de afgelopen maanden meemaken, moeten we daarnaast ook resoluut werk maken van een doordacht ontsnipperingsplan, zodat kritieke punten op wegen gericht uitgerasterd kunnen worden en voorzien van faunapassages. Ik zal hier ook in overleg gaan met collega Lydia Peeters, die bevoegd is voor de mobiliteit. Naar aanleiding van wat we vandaag gezien hebben, is het belangrijk dat aanrijdingen met everzwijnen en andere dieren goed geregistreerd en gemeld worden.

Ik zie bepaalde steden ook initiatieven nemen. Ik verwijs naar mijn stad Genk, waar de schepenen daarrond hun verantwoordelijkheid nemen, wat goed is.

Zie ik nog extra mogelijkheden om de woonkernen waar de everzwijnen zich ophouden beter te beschermen? Om de woonkernen zo goed mogelijk te beschermen, is het opnieuw zaak om gerichte preventiemaatregelen te combineren met een planmatig populatiebeheer. Om te beginnen is het vermijden van aantrekkelijke voedselbronnen in woonwijken cruciaal. Everzwijnen zijn immers helaas verzot op achtergelaten voedselresten, vuilniszakken met etenswaren, onbeschermde composthopen, hopen grasmaaisel met heerlijke insecten en katten- en hondenbrokken. Verder kan het nodig zijn om schadegevoelige percelen en tuinen doordacht af te schermen in functie van het gedrag van everzwijnen. Niet elke individuele tuin moet worden omheind. Het is nuttiger om een doordacht plan met alle betrokkenen samen te maken. Het lijkt mij logisch dat ook gemeenten hierbij nog een grotere rol op zich kunnen nemen. Ik heb verwezen naar mijn stad, die daar al initiatieven rond heeft genomen.

Bejaging van everzwijnen in woonwijken is niet vanzelfsprekend, maar een planmatig wildbeheer doorheen het jaar in het buitengebied is wel essentieel om ook in woonwijken mogelijke schade te beperken. Concreet krijgt dat vorm door de dieren van de lente tot de herfst gericht te bejagen op die plaatsen waar ze schade kunnen veroorzaken, met aanzitjacht of bersjacht. Omgekeerd is in de winter de kans op schade in landbouwgebied het kleinst en de zichtbaarheid in bossen het grootst. Deze periode is dan ook meest geschikt voor een algemene populatiereductie. Dat moeten we ook verder bekijken, vind ik.

U stelde ook een vraag om de jongste stand van zaken te krijgen over de beheersmaatregelen in functie van de varkenspest. Gelet op de afwezigheid van de ziekte in Vlaanderen, maar de aanwezigheid van de ziekte bij de everzwijnen in Wallonië, ligt de focus van de beheersmaatregelen momenteel op het monitoren van de aanwezige populatie, en in het bijzonder van verdachte sterfte. Eind augustus kondigde mijn voorganger formeel de status van verhoogde waakzaamheid voor Afrikaanse varkenspest af. Die bijzondere waakzaamheid is nodig om snel en adequaat te kunnen reageren. Mijn administratie werkt intussen ook systematisch verder aan de verfijning van een draaiboek voor de preventie en desgevallend de bestrijding van Afrikaanse varkenspest voor het geval van een uitbraak bij everzwijnen in het Vlaamse Gewest. Daarvoor staat ze ook in nauw contact met de federale en de Waalse collega’s en met internationale experts.

Tot slot is het cruciaal dat iedere betrokkene in deze kwestie zijn voorzorgsmaatregelen neemt. Dat geldt in het bijzonder voor de varkenssector, die door het aanhouden van strikte bioveiligheidsmaatregelen een cruciale rol zal spelen om de gehouden varkens te behoeden voor besmetting, wanneer Afrikaanse varkenspest onverwacht toch in de Vlaamse populatie wilde zwijnen zou terechtkomen.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Lode Ceyssens (CD&V)

Minister, dank u wel voor uw omstandig antwoord. Het gevoel dat het probleem onder controle begint te komen, heb ik eerlijk gezegd vandaag niet. Ik heb nog altijd de indruk dat het probleem verder uitdijt en dat we nog altijd meer schadegevallen krijgen. Ik ben het met u eens dat het goed is dat er maatregelen worden genomen om percelen en tuinen af te schermen, maar ik denk dat we dat ook eens moeten bekijken vanuit de natuurgebieden zelf, of daar een afscherming kan gebeuren. Uiteindelijk ga je immers een amalgaampje krijgen waarbij iedereen zijn eigen eigendom gaat beschermen, terwijl het misschien meer vanzelfsprekend is om het probleem in het brongebied aan te pakken.

Ik ben heel blij met uw uitspraak over ontsnippering. Ik heb daar in de vorige legislatuur vijf jaar lang vragen over gesteld aan de minister van Mobiliteit. Ik zal dat in deze legislatuur ook doen, en ik krijg daarbij uw steun, begrijp ik. Ik denk wel dat we niet moeten wachten tot we ontsnipperingsmaatregelen kunnen nemen, want die zijn gigantisch duur. Ik denk dat we ondertussen wel al initiatieven moeten nemen inzake rasters. Die rasters zijn later sowieso nodig om de dieren naar het ecoduct of wat het dan ook is toe te leiden, maar die beschermen vandaag al de weg. Ik wil geen schade aan landbouwgewassen of aan tuintjes of aan wat dan ook minimaliseren, maar op dit moment is de grootste bedreiging die van onze verkeersveiligheid.

Als wij vinden dat landbouwers op een vrij eenvoudige manier hun gewassen kunnen beschermen tegen everzwijnen, dan moeten we er ook in slagen om onze wegen te beschermen tegen die everzwijnen. Ik blijf mijn vraag dus herhalen om minstens in dit gebied, de Antwerpse en Limburgse Kempen, de gewestwegen die door een bosrijk gebied lopen en waar een autobestuurder ongeveer kansloos is, als er een everzwijn uit het bos komt lopen, te inventariseren en effectief af te rasteren.

De voorzitter

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Mieke Schauvliege (Groen)

Minister, ik ben blij dat u het tweesporenbeleid verdedigt. Ik wil bijkomend pleiten om echt in te zetten op de afscherming van de voedselbronnen voor everzwijnen. Je kunt natuurlijk een uitgebreid afschotplan maken, maar zolang de voedselbronnen vrij beschikbaar zijn en niet echt afgeschermd zijn, blijven die dieren kweken. U kunt het afschotplan verhogen, maar de verkeersonveilige situaties blijven. We moeten er werk van maken om burgers en gemeentebesturen aan te zetten tot het afschermen van de bronnen die zich vooral in de tuinen en landbouwgebied bevinden en strategieën ontwikkelen om dat te doen. Je kunt erover discussiëren of het individuele afschermingen moeten zijn. Lokale besturen kunnen hierin een grote rol spelen om mensen te ondersteunen en te helpen. Ik zou zeker dit spoor verder uitbouwen en bewandelen. Als je dat niet doet, moet je voortdurend meer dieren afschieten.

De voorzitter

De heer Pieters heeft het woord.

Leo Pieters (Vlaams Belang)

Minister, collega's, dit is inderdaad een probleem. Ik wil even terugkomen op wat de heer Ceyssens zei, namelijk natuurgebieden afrasteren. Dat is mooi, maar als je wegen afscheidt van natuurgebieden, is het extra gevaarlijk als de dieren aan de wegkant van de omheining zitten. Ze kunnen niet meer terug. Daar moet dus aandacht voor zijn, net als voor toerisme. U zegt dat het jachtseizoen misschien wordt uitgebreid om de dieren te bejagen. Die dieren komen wel naar plaatsen waar ze lekker eten hebben, maar toeristen komen meestal naar diezelfde plaatsen, niet om te eten, maar wel voor het zicht en de natuur. Misschien kan preventie helpen, want als men voor zo'n kudde staat, voelen mensen zich toch niet echt veilig. Enige preventie is dus welkom.

Veel fietspaden zijn aangelegd in natuurgebieden of door natuurgebieden. Zowel 's morgens als 's avonds is er ook woon-werkverkeer. We willen stimuleren dat mensen meer de fiets gebruiken, maar in de winterperiode gaan mensen in het schemer of in het donker naar huis, net wanneer die dieren het meest actief zijn. Wat doen we daarmee? U zult die vraag niet onmiddellijk kunnen beantwoorden maar het is wel een vraag waarop we in de toekomst misschien een antwoord moeten geven.

De voorzitter

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Steven Coenegrachts (Open Vld)

Ik sluit me graag aan bij collega Ceyssens, als hij zegt dat hij niet de indruk heeft dat het probleem onder controle is of raakt. Ik kan me wel voorstellen dat er minder meldingen van schade zijn, al was het maar omdat de administratieve rompslomp nogal groot is en de terugbetaling eerder beperkt of onbestaand is. Dit zou dus wel een invloed kunnen hebben op de meldingen van schade. Als ik de getuigenissen van de ongevallen bij mij in Zuid-Limburg hoor, kan ik me niet voorstellen dat het probleem onder controle zou zijn.

Ik geef toe dat we ook moeten denken aan het toerisme, maar ik stel vast dat er in Wallonië ook veel gejaagd wordt en dat er daar toch ook veel toeristen en wandelaars rondlopen in de bossen. Qua preventie en aanduidingen zijn er dus wel zaken mogelijk.

Ik wil uw tweesporenbeleid verdedigen, maar leg toch ook de nadruk op het bestrijden en dus bejagen van everzwijnen, om die populatie onder controle te krijgen. Volgens cijfers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) zou 150 procent van de voorjaarsstand moeten worden bestreden om ervoor te zorgen dat de populatie weer onder controle komt. Ik heb nog nergens gevonden dat we die cijfers halen, dus we moeten daar in de bestrijding echt verder op inzetten, in het bijzonder voor de zwakke weggebruiker en ook voor de automobilist, die die everzwijnen op de slechts mogelijke plaatsen tegenkomen.

De voorzitter

De heer De Bruyn heeft het woord.

Piet De Bruyn (N-VA)

Minister, als ik het Vlaamse regeerakkoord lees – en ik kan het iedereen van harte aanbevelen – vind ik daarin de verwijzing dat we de everproblematiek rationeel en wetenschappelijk onderbouwd gaan aanpakken. Dat is voor mij cruciaal: een stukje weg bewegen van het soms wat te eenzijdig benaderen van een element van de oplossing, namelijk de jacht, en soms ook het schetsen van een wat dogmatisch beeld van de manier waarop de everzwijnen voor onheil en rampspoed zorgen –, zonder dat we evenwel de impact van everzwijnen moeten minimaliseren, laat dat duidelijk zijn. De gevaren zijn reëel. Het overtal aan everzwijnen is in sommige regio’s ook onomstotelijk aangetoond.

Laat ons nu ook die logica van een rationele en wetenschappelijke aanpak hanteren. Maar laat ons niet vergeten – we hebben het daar ook vaak over gehad bij discussies over de vos – dat populatiedynamiek iets bijzonder complex is. Overdreven verwachtingen laten uitgaan van één bestrijding of één methodiek, is de waarheid geweld aandoen.

Waar ik bijzonder veel van verwacht – en ik weet dat dat niet morgen gerealiseerd zal zijn, maar ook dat is opgenomen in het Vlaamse regeerakkoord – is het opstellen van een ontsnipperingsplan en de daaraan gekoppelde budgetten om dat plan te kunnen uitvoeren. Dat lijkt mij zonder meer ook nog stof voor verdere discussie.

Ik roep op om wat in ons regeerakkoord staat, in de praktijk te brengen en weg te bewegen van een wat te dogmatische aanpak, die ik bij sommigen toch wel voel.

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik zal over dit probleem eerstdaags ook samenzitten met de gouverneurs. Ik besef dat het probleem er is en dat het niet vanzelf zal verdwijnen. Ik heb daarstraks verwezen naar het onder controle houden van de populatie, naar schadepreventie en naar de werking via faunabeheerzones. Ik wil dat nog eens in zijn geheel evalueren en bekijken.

Wat de jachtdruk betreft, wil ik toch voorzichtig zijn. Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) heeft de jachtdruk in 2018 verhoogd, en het is niet dat we er daardoor nu minder last van hebben. Ik ben dus niet geneigd om die jachtdruk opnieuw te verhogen.

We moeten echt werk maken van een doordacht ontsnipperingsplan. Dat is cruciaal in deze thematiek. Ik zal daarvoor in overleg moeten gaan met collega Lydia Peeters, omdat Mobiliteit haar bevoegdheid is.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Lode Ceyssens (CD&V)

Bedankt, minister, voor uw initiatieven en voor het volgen van een tweesporenbeleid. Ik wil erop aandringen dat we snel werk maken van die wegen.

Collega De Bruyn, ik weet dat u geen voorstander bent van de jacht, maar in dit geval hebben we de jacht gewoon nodig. De cijfers die collega Coenegrachts heeft aangehaald, zijn heel duidelijk. Doordat de everzwijnen hier bovendien een habitat vinden waar heel veel voedsel aanwezig is, planten ze zich nog sneller voort dan in andere regio’s. Het gaat hier dus echt niet over het uitroeien van het everzwijn, maar over het onder controle houden van een groot zoogdier dat zich in onze contreien is komen vestigen en dat daar op dit moment geen enkele predator heeft, behalve die ene wolf die daar rondloopt. Ik ben ervan overtuigd dat als er morgen drie of vier wolven zijn, dat die onze everzwijnenpopulatie ook niet gaan terugdringen. Daar moeten we eerlijk in zijn.

Zolang het everzwijn zich aan dit tempo blijft voortplanten, is er geen andere mogelijkheid. Om de groei te remmen, zullen we ons tot de jacht moeten wenden om de populatie onder controle te houden, of we dat nu graag hebben of niet.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Agribex 2019 - Landbouwparlement: landbouwers en natuurbelangengroepenLees meer
 
 
Berengeur in vleesproducten vermijdenLees meer
 
 
Boer ruimt veldLees meer
 
 
Bestrijding van voor planten/plantaardige producten schadelijke organismenLees meer
 
 
Het waait harder dan vroegerLees meer
 
 
Pormotie campagne Belgische friet in AziŽLees meer
 
 
PCA-notering onveranderdLees meer
 
 
Intrekking van de toelatingen van producten op basis van methiocarb Lees meer
 
 
Nieuw tweesterrenrestaurant in de MICHELIN Gids BelgiŽ en Luxemburg 2020 Lees meer
 
 
Pachtprijs daalt voor het eerst in jarenLees meer
 
 
Beleidsnota van vice minister-president Hilde CrevitsLees meer
 
 
Francesco Vanderjeugd wil Šlle Open VLD-leden toekomst van partij mee laten bepalen Lees meer
 
 
Agribex 2019: VLIF verhoogt steun voor klimaatslimme landbouw Lees meer