Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 16 jan 2020 08:06 

Parlementaire vraag over het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Ventilus


Vraag om uitleg over het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Ventilus van Jeremie Vaneeckhout aan minister Zuhal Demir

De voorzitter

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Jeremie Vaneeckhout (Groen)

Voorzitter, minister, collega's, ik heb een vraag over een dossier dat wel heel belangrijk is voor de toekomst van het klimaatbeleid en energiebeleid in Vlaanderen, vooral wat betreft de energieproductie op zee en het potentieel ervan.

Op 20 december 2019 keurde de Vlaamse Regering de procesnota goed over het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Ventilus. De realisatie van deze aansluiting op het elektriciteitsnet op land kan een mogelijk grote impact hebben op de provincie West-Vlaanderen. Ik zal niet onder stoelen of banken steken dat het in de provincie West-Vlaanderen geen evident dossier is. Waarschijnlijk bent u daarvan intussen ook op de hoogte.

In de voorgaande fases van het proces werden bij inspraakmomenten over de voorliggende plannen een aantal grote bezorgdheden geuit vanuit bevolking, middenveld, natuur, landbouw en lokale besturen. Deze gaan zowel over de ruimtelijke als over de gezondheidsimpact op mens, dier en omgeving. Uiteraard zijn wij voorstander van die aansluiting van windenergie op het land en denken wij dat het een goede zaak is. Aan de andere kant zijn wij het verplicht aan alle bezorgde inwoners, bedrijven en organisaties van West-Vlaanderen om ernstig om te gaan met die opmerkingen die al zijn geuit in de eerdere trajecten.

In de procesnota wordt duidelijk dat er nieuwe afweging zal gebeuren omtrent de mogelijkheden voor een ondergrondse oplossing.

In de eerdere fase werd echter geargumenteerd dat dit niet mogelijk zou zijn. Nu zouden er toch een aantal buitenlandse voorbeelden zijn die tonen dat er toch mogelijkheden zijn, die eventueel een antwoord zouden kunnen zijn op de bezorgdheden van de vele betrokkenen.

Minister, daarom toch een aantal vragen. Waarom werd een ondergrondse oplossing in de eerdere voorstellen niet in aanmerking genomen? Welke elementen maken dat een ondergrondse oplossing nu opnieuw wordt onderzocht? Zijn er technologische of andere evoluties die maken dat een ondergrondse oplossing nu toch een alternatief zou kunnen zijn? Op welke termijn zal deze informatie beschikbaar zijn om de alternatieven af te wegen? Welke informatie is daar specifiek voor nodig?

Er werd gezegd dat die keuze pas zal worden gemaakt nadat wordt bekeken of dat een redelijk alternatief is. Welke criteria zullen worden gehanteerd bij de inschatting of een ondergrondse aanleg een redelijk alternatief kan zijn? Zijn die criteria veranderd ten opzichte van eerdere fases? Verwacht u zelf een ander resultaat? Waarom wel of niet? Hoe ver wenst u te gaan om een ondergrondse oplossing – een duidelijke vraag van vele actoren – mogelijk te maken?

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Mijnheer Vaneeckhout, bedankt voor uw zeer complexe vraag. (Opmerkingen van Jeremie Vaneeckhout)

Dit leeft ook wel enorm, denk ik, in uw provincie. Ik zal dus proberen daar nauwkeurig op te antwoorden.

De eerdere voorstellen waarnaar u verwijst, zijn opgenomen in de startnota die eind maart 2019 door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd. In die startnota kon u nalezen dat de keuze voor een referentietechnologie wordt onderschreven op basis van verschillende studies: niet alleen een studie van Elia, maar ook een advies van de Belgische universiteiten, die de conclusies van die studie onderschreven, een internationale benchmark en een studie van een extern internationaal bureau. De studies zijn ook voor iedereen raadpleegbaar op de website van ons departement.

In deze startnota is dus opgenomen dat er wordt gekozen voor een referentietechnologie. Die referentietechnologie is een luchtlijn in wisselstroom met een gedeeltelijk ondergronds traject, omdat uit de studies blijkt dat met een volledig ondergrondse verbinding geen betrouwbare veilige exploitatie mogelijk is.

U vroeg welke elementen maken dat een ondergrondse oplossing nu opnieuw moet worden onderzocht. Ik verwijs naar de mededeling van december 2019 aan de Vlaamse Regering. Ik heb toen aan de regering verslag uitgebracht over de vele inspraakreacties naar aanleiding van de participatietrajecten daar. U hebt waarschijnlijk het verloop van die participatietrajecten en infomarkten ook kunnen volgen in de media, of zelfs in de buurt. In veel inspraakreacties werd de mogelijkheid van een volledig ondergrondse verbinding voorgesteld. Daarbij werd verwezen naar voorbeelden uit het buitenland, vooral Nederland. Sommige adviesinstanties bevelen ook extra studies aan om die kwestie op te helderen. Er wordt ook benadrukt dat de eerder toegevoegde rapporten voor niet-deskundigen moeilijk te begrijpen zijn. Zoals u in de mededeling kunt lezen, blijkt uit een analyse van de participatie, het overleg en de inspraak over de startnota dat een tussenstap met betrekking tot de technologiekeuze noodzakelijk is. Dat is ook hetgeen ik van het veld hoor, dat daar toch een tussenstap over de technologiekeuze moet komen, dat dat nodig is. Ik vind dat ook goed, omdat daarover ook volledige duidelijkheid moet worden gegeven. Omdat de keuze voor de technologie ook bepalend is voor de beoordeling van de mogelijke redelijke tracés, is het goed dat dat nu wordt onderzocht.

De huidige omstandigheden vergen een brede samenwerkingsstrategie om bepaalde feitelijkheden te verhelderen. Een helder en gedeeld begrip van de feiten is ook wenselijk. Daarom zal de oefening over de technologie opnieuw worden gemaakt, samen met vertegenwoordigers van de gemeenten, actiecomités, Elia, en met onafhankelijke experten die wij als overheid zelf zullen aanduiden. Op die manier garanderen we ook de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van het onderzoek.

Ik wil nu nog niet vooruitlopen op de conclusies. Ik ga nog wachten om daar een antwoord op te geven. Het zou anders een beetje raar zijn.

In de procesnota die bij de mededeling hoort, zijn de verschillende studies opgesomd. U kunt de inhoud ervan ook lezen. De studies, die zich niet enkel beperken tot het thema ‘ondergronds’ vergen tijd. Omdat ik, in samenspraak met het planteam, kies voor een samenwerkingsstrategie voor het uitklaren van de alternatieven rond technologie, zal de manier waarop de samenwerking met de brede omgeving verloopt, bepalend zijn voor de timing. Ik kan er op dit moment dus nog geen inschatting voor maken. Ik wil wel benadrukken dat de oefening in alle onafhankelijkheid zal moeten gebeuren.

De technische haalbaarheid betekent dat de nieuwe hoogspanningslijn gebouwd en veilig geëxploiteerd kan worden. De invulling van het begrip ‘veilige exploitatie’ maakt wat mij betreft ook deel uit van de oefening.

Ik verwacht van alle deelnemende partijen een open en constructieve houding. Verder wil en kan ik op dit moment op geen enkele wijze vooruitlopen op de resultaten van de oefening.

Ik wil eerst weten wat de technologische mogelijkheden zijn. De technisch mogelijke, redelijke en dus haalbare oplossingen moeten ook minstens bekeken worden in het plan-MER. Dat is zo bepaald in de regelgeving. Daarna kan de regering een keuze maken.

De voorzitter

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Jeremie Vaneeckhout (Groen)

Minister, dank u wel voor het antwoord. Ik ben het volledig met u eens dat het een zeer complex dossier is. Het is een dossier dat heel gevoelig ligt, maar dat ook technisch heel complex is. Die twee zaken komen samen, waardoor het zeer moeilijk is om naar een kennisniveau bij alle actoren te gaan dat maakt dat we daar een grondige en goede beslissing over nemen, met het nodige draagvlak. Wij zullen alleszins een bondgenoot zijn om dat traject op een goede manier te doen, vandaar dat ik het ook apprecieer dat u benadrukt dat het een onafhankelijk onderzoek zal zijn. Het is heel belangrijk om dat inderdaad met de nodige afstand te laten gebeuren. En uiteraard speelt ook veiligheid daarin een belangrijke rol. Gezondheid, veiligheid, ruimtelijke impact en een oplossing voor onze energie-uitdagingen: dat is een belangrijke combinatie in heel dit dossier.

Ik wil nog eens benadrukken dat deze oefening heel ernstig moet worden gedaan. Ik begrijp dat ook zo uit uw antwoord, voor alle duidelijkheid. Nu lijkt het misschien een vertraging van het dossier, maar op lange termijn denk ik dat het een winst kan zijn. Als we dit niet op een ernstige manier doen, en we denken op een bepaald moment dat we definitief een gewestelijk RUP hebben vastgesteld, dan zou het wel eens kunnen zijn dat er bekeken wordt, door eventuele andere klachten die nadien komen, of de oefening wel ernstig gebeurd is. Het is dus goed dat die oefening tijdig in het proces nog eens opnieuw gedaan wordt. Dat is ook uitdrukkelijk de vraag van heel wat actoren die daarin betrokken zijn. Ik ben ook blij te horen dat die mee betrokken gaan worden in die oefening. Alleen dat kan de manier zijn om samen het kennisniveau en het inzichtniveau in de problematiek en de uitdaging naar boven te trekken.

Ik zou ook willen vragen om niet te vervallen in scenario's waarbij alleen onderzocht wordt of alles ondergronds kan. Er zijn misschien ook mogelijkheden om gewoon meer ondergronds te krijgen dan wat er op dit moment voorligt. Misschien zijn er nog tussenvormen mogelijk. Dat kan ook het draagvlak in bepaalde regio's in West-Vlaanderen al versterken, waardoor je natuurlijk het maximale kunt doen. Tegelijk moeten ook de buitenlandse voorbeelden goed bekeken worden. Ik ben ook geen echte expert ter zake, maar er is al verwezen naar de Nederlandse voorbeelden. De vraag is dan of dat helemaal vergelijkbaar is of niet. Ik begrijp dat daar ook nog wat zaken verduidelijkt moeten worden.

Mijn laatste punt gaat over het redelijk alternatief. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de financiële kant van de zaak. Hoe sterk zal dat criterium meespelen? Daarmee wou ik polsen hoe ver u wenst te gaan voor een ondergrondse oplossing. In principe kan waarschijnlijk alles, maar het moet ergens betaald worden. Hoe ver ziet u die spreidstand mogelijk?

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Andries Gryffroy (N-VA)

Wel, ik vind de vraag, zoals die gesteld is door de collega van Groen, zeer gematigd. Dat is positief, want ik had eigenlijk een ietwat andere insteek verwacht. (Opmerkingen van Jeremie Vaneeckhout)

Neen, maar we zijn ook nog maar aan het begin van de legislatuur.

Ik vind het een zeer gematigde vraag, ook omdat het technisch een heel moeilijke kwestie is, zoals u zelf zegt. Je zou ook van een ander type luchtlijnen (hij zegt ‘luchtlijnen’, maar ondergrondse lijnen, zoals in Nederland, zijn geen luchtlijnen, maar gewoon een bepaald type leiding) kunnen spreken, zoals in Nederland, waar er inderdaad meer ondergronds gewerkt wordt, al spreken we daar ook van grotere afstanden.

Wat ik hier zou willen vragen aan u, minister, is om bij die studies zeker aandacht te besteden aan twee aspecten. Enerzijds heeft Ventilus als doelstelling om de West-Vlaamse industrie meer te kunnen aansluiten op de globale netten in België. Er is momenteel te weinig redundantie. Het gaat er niet enkel over dat de windmolens op zee aangesloten moeten worden, want dan was het evengoed mogelijk geweest om een ander traject te kiezen dan het huidige, dat tot Henegouwen loopt. Dat speelt ook mee en dat is heel belangrijk, want je zult met verschillende dichte knooppunten zitten, waardoor het misschien moeilijk zal zijn om ondergronds te werken, al loop ik dan misschien wat te veel vooruit op de studies.

Anderzijds is er de spreidstand waarover u spreekt. De kost moet zeker mee opgenomen worden, want die zal gesolidariseerd worden over heel Vlaanderen, aangezien het om een investering van Elia gaat. Dan moet het ook zinvolle kost zijn.

De voorzitter

De heer Schiltz heeft het woord.

Willem-Frederik Schiltz (Open Vld)

Het hoeft geen betoog dat Ventilus cruciaal is voor ons toekomstige energiebeleid en zeker ook om een verdere doorbraak van hernieuwbare energie in onze regio mogelijk te maken. Ik sluit mij aan bij een aantal technische opmerkingen van collega Gryffroy. Het betreft hier geen keuze tussen twee opties, waarbij de ene verschrikkelijk en de andere zaligmakend is. Het is complexe materie. Belangen moeten worden afgewogen. Er zijn ook lokale belangen. Ik begrijp dat mensen het niet fijn vinden als er dichtbij hun huis grote hoogspanningslijnen lopen, maar door informatie te objectiveren en duidelijk te communiceren over de verschillende voor- en nadelen van verschillende opties, denk ik wel dat we er meer burgers van kunnen overtuigen dat het nuttig kan zijn om een esthetisch nadeel toch maar te aanvaarden, als het alternatief tot tien keer meer zou kunnen kosten. Met het geld dat we zo besparen, kunnen we dan weer meer strijden tegen energiearmoede, om maar een voorbeeld te geven. Ik wil maar zeggen: objectieve en eerlijke informatie en burgers betrekken bij de inschatting en de weging van verschillende belangen zijn cruciaal om dit al even cruciale project tot een goed einde te brengen. Uiteraard hebben wij er het volste vertrouwen dat u dat naar godsvrucht en vermogen zult invullen, minister.

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik denk dat de neuzen in dezelfde richting staan. Ik beaam dat het een moeilijke en ernstige oefening is en dat dit een complex dossier is. Ik denk dat we er goed aan hebben gedaan om bijkomend onderzoek te bestellen, zodat we uitsluitsel kunnen geven over de technische vraagstukken, gezondheidsrisico’s en veiligheidaspecten. Vandaar kan ik vandaag ook nog geen overhaaste beslissingen nemen of definitieve uitspraken doen; we moeten het onderzoek afwachten. Ik wil wel benadrukken dat dit project, Ventilus, essentieel is voor de energiezekerheid in West-Vlaanderen. Geen Ventilus betekent ook dat we een kruis maken over onze klimaatdoelstellingen en onze doelstellingen wat hernieuwbare energie betreft. Tijdens mijn gesprek met Elia heb ik daarom heel duidelijk gezegd dat het de bewoners goed moet informeren en dat daar de nodige aandacht aan besteed moet worden. Elia ging daarmee akkoord en zal dat dus ook wel doen. Het zou echt niet goed zijn als we een kruis moeten maken over Ventilus. Vandaar is het goed dat er bijkomend onderzoek komt. Ik hoop dat we nadien een positieve beslissing kunnen nemen, rekening houdend met alle factoren.

De voorzitter

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Jeremie Vaneeckhout (Groen)

Het verwondert de collega blijkbaar dat wij daarin redelijk gematigd zijn. Maar ik denk dat iedereen in deze commissie zich bewust is van de complexiteit van het dossier en dat het te gemakkelijk zou zijn om daar heel duidelijk deze of gene kant in te kiezen. Wij willen op een heel ernstige manier met dit dossier omgaan, zelfs al ligt het in mijn provincie zeer moeilijk en blijft het een uitdaging voor heel wat mensen. Ik denk dat iedereen tegelijkertijd beseft wat er op het gebied van energie- en klimaatbeleid op het spel staat als we hier onzorgvuldig mee aan de slag gaan. Daarom vond ik het ook belangrijk om de vraag te stellen.

Ik denk dat het een slimme keuze is om tussentijds dat onderzoek te doen. Dat zal ons op lange termijn tijd besparen en mogelijk maken dat er een meer gedragen en betere oplossing kan komen, wanneer we het traject ernstig volgen en zorgen dat het met een draagvlak gebeurt. Gezondheid is niets om mee te lachen. Er worden wel degelijk terechte vragen gesteld. De ruimtelijke impact is een andere zaak. Maar laat ons die zaken goed doen en laat ons na dat onderzoek en volop rekening houdend met wat daar uitkomt, die afweging verder maken. Daar zullen we hier vermoedelijk weer over van gedachten wisselen. Ik ben alvast blij dat zowel de diensten als de politici rond de tafel de nodige verantwoordelijkheid aan de dag leggen om het traject ernstig bij te sturen want oorspronkelijk was dit niet gepland. Veel succes daarmee. Wij rekenen op uw achtzaamheid.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Daling van het aantal slachtingen in 2019 Lees meer
 
 
Mestdecreet: Equivalente maatregel voor inzaaien vanggewassen Lees meer
 
 
GLB post-2020: “De begroting goedkeuren zoals zij nu voorligt, zou een ramp zijn voor onze landbouw"Lees meer
 
 
Gunstig erfbelastingsregime door inbreng 'familiebedrijfLees meer
 
 
Verzamelaanvraag 2020 op e-loket vanaf 21/2Lees meer
 
 
Het Europese landbouwbeleid en biodiversiteitLees meer
 
 
Afbouw landfbouwfinanciering via het GLBLees meer
 
 
“Aardappelseizoen 2020/2021 wordt uitdaging”Lees meer
 
 
PCA: "Uur in de schuur" Lees meer
 
 
'Groentenprecies'Lees meer
 
 
Proposed EU budget unacceptable Lees meer
 
 
Erosie voorkomen in groenten en maïsLees meer
 
 
Sojaproductie in VlaanderenLees meer
 
 
Buffelhouderij in Vlaanderen Lees meer
 
 
Innovatieve teeltenLees meer
 
 
Ministerieel besluit betreffende de landinrichtingLees meer
 
 
AB Register vzw stelt Renaat Debergh aan als nieuwe voorzitter Lees meer
 
 
Beheerovereenkomsten voor soortenbescherming in de liftLees meer
 
 
Omzetting van de erkenningen Fokkerijbesluit Lees meer
 
 
Impact van het zesde mestactieplan (MAP 6) op de Pachtwet Lees meer
 
 
Tweede prognose van de landbouweconomische rekeningen Lees meer
 
 
Subsidie brede weersverzekering - hoe vraag je de premiesubsidie aan via je verzamelaanvraag? Lees meer
 
 
Nieuwe bewoners van boerderijen die geen landbouwactiviteiten uitoefenenLees meer