Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Vorig ArtikelVorig artikel Volgend artikelVolgend Artikel

 01 apr 2021 09:24 

Jaarverslag 2019-2020 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen


Vraag om uitleg over het jaarverslag 2019-2020 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van Steven Coenegrachts aan minister Zuhal Demir

De voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Steven Coenegrachts (Open Vld)

Minister, ik wilde het hebben over de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) en het jaarverslag van 2019-2020. Dat jaarverslag biedt de gelegenheid om in alle transparantie en met alle cijfers een concreet beeld te schetsen van alle behandelingstermijnen en een stand van zaken te krijgen van de hangende zaken bij de RvVb.

Uit het jaarverslag konden we leren dat de gemiddelde doorlooptijd van een dossier, dat in 2018-2019 al verlaagd werd tot vijftien maanden, ook tijdens het werkjaar 2019-2020 tot vijftien maanden werd beperkt. Zo goed als alle nog hangende dossiers van de eerste negen van in totaal elf werkjaren zijn afgesloten.

Opmerkelijk is dat van de 722 ontvankelijke dossiers in het laatste werkjaar er in 468 dossiers een vernietiging is door de RvVb. Dat is meer dan twee derde van de dossiers. Zo’n 254 voorgelegde beslissingen zouden nog overeind blijven. Van de 468 vernietigingen hadden er 439 – dat is bijna 93 procent – betrekking op een vergunning of opname in het vergunningenregister. Amper 7 procent van de vernietigingen hebben dus betrekking op een weigering.

Hoe reageert u op het hoge aantal vernietigingen door de RvVb tijdens het afgelopen werkjaar? Hoe verhoudt dit aantal zich concreet tot dat van de voorgaande jaren? Is hier een evolutie merkbaar?

Op welke manier denkt u de kwaliteit van de vergunningsbeslissingen van de vergunningverlenende overheden te verbeteren?

Hebt u zicht op de 254 dossiers die wel overeind blijven? Hoeveel van die dossiers hadden betrekking op een vordering tot vernietiging van een weigering en hoeveel op een vordering tegen een positieve beslissing?

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Als we kijken naar het aantal dossiers waarin de Raad voor Vergunningsbetwistingen in het werkjaar 2019-20 een inhoudelijk oordeel heeft geveld, zien we inderdaad een hoge vernietigingsgraad. In 722 dossiers werd een uitspraak ten gronde gedaan, waarvan in 468 dossiers een beslissing werd vernietigd en in 254 dossiers het beroep werd verworpen. De RvVb leidt hieruit af dat in 65 procent van de zaken een beslissing werd vernietigd.

Dit cijfer verschilt niet van de vernietigingsgraad van de voorbije zeven werkjaren, die steeds rond de 60 procent schommelde.

Misschien wel goed om te onthouden, is dat de vernietigde vergunningen voor 85 procent werden verleend door de deputaties en voor 15 procent werden verleend op het niveau van het Vlaamse Gewest. Het is echt van groot belang om te weten welk niveau bevoegd is om een vergunning te verlenen, zodat die zo goed mogelijk gemotiveerd is. Als het niet gaat, dan gaat het niet. Zo biedt men ook rechtszekerheid. Ik vind het toch van belang dat ik daarop wijs.

Zoals ik vorige week al in de commissie heb gezegd, is elke vergunningsbeslissing een complexe afweging van diverse factoren. De kwaliteit van een vergunningsbeslissing hangt voor mij af van drie factoren: is de beslissing ten eerste inhoudelijk correct, met bijvoorbeeld een toetsing aan de voorschriften en de goede ruimtelijke ordening? Is de beslissing ten tweede juridisch correct? Werd de beslissing ten derde goed en afdoende gemotiveerd?

Als we kijken naar de arresten, zien we dat een vernietiging meestal gebaseerd is op een gebrekkige motivatie. Hoe gaat men bijvoorbeeld om met bezwaren en adviezen? Ik zie soms beslissingen waarbij het omstandig gemotiveerd negatief advies van de provinciale ambtenaar door de deputatie wordt weerlegd met één enkel zinnetje. Sta mij toe om te zeggen dat dat niet zo verstandig is. Als je een heel gemotiveerd en omstandig negatief advies van de ambtenaar krijgt en je wilt daarvan afwijken, dan kun je dat niet doen met één zin. Als zoiets dan op de tafel van de RvVb komt, dan moet je ook niet verbaasd zijn dat dat achteraf vernietigd wordt.

U weet dat via het Atrium Lerend Netwerk interpretaties en goede advies- en vergunningspraktijken worden uitgewisseld. De Gewestelijke Omgevingsvergunningencommissie (GOVC) organiseert regelmatig overleg met haar provinciale tegenhangers, waarbij men afstemt rond concrete toepassingen. Ik ga ervan uit dat een vergunningverlenende overheid de vergunningen ook op een deftige manier motiveert. Aangezien de meeste vernietigingen gebaseerd zijn op een motivatiegebrek, is het belangrijk om hier de nodige aandacht aan te schenken in het advies van de ambtenaar of de omgevingscommissie, maar zeker ook in de beslissing van het college, de deputatie of de minister zelf natuurlijk.

Dan is er uw vraag over de verdeling van die 254 dossiers. Ik heb deze cijfers opgevraagd bij de Dienst van de Bestuursrechtscolleges (DBRC). 51 procent van deze 254 dossiers heeft betrekking op een positieve beslissing, terwijl 49 procent ervan een weigeringsbeslissing als voorwerp heeft.

De voorzitter

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Steven Coenegrachts (Open Vld)

Bedankt, minister, voor het antwoord.

Ik ben het natuurlijk met u eens dat burgers recht hebben op een correcte beslissing, en dan vooral ook op een goed gemotiveerde beslissing, zodat ze weten waar ze aan toe zijn en wat er bijvoorbeeld is gebeurd met de bezwaren die worden ingediend. Ik denk echter dat uit de cijfers duidelijk is dat niet alle vergunningverlenende overheden daar voldoende aandacht aan besteden. Zeggen we dan gewoon dat ze maar moeten zorgen dat het beter wordt of kunnen we vanuit Vlaanderen iets doen om hen daarin te ondersteunen en dat te verbeteren? We kunnen hen eventueel met zachte hand stimuleren om toch iets meer aandacht te besteden aan de kwaliteit van hun beslissingen, aan de weigeringen of aan de vergunningen die worden uitgereikt.

Daarom is dit mijn concrete bijkomende vraag, minister: wat kunnen wij als Vlaanderen doen om onze lokale besturen daarin te ondersteunen?

De voorzitter

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Mieke Schauvliege (Groen)

Dank u wel, mijnheer Coenegrachts, voor de interessante vraag. In de vorige commissievergadering zijn we hier tijdens het verslag van de ombudsman ook al op ingegaan. Wat me in heel het verhaal opvalt – en de minister heeft dat net nog eens herhaald –, is dat 85 procent van de beslissingen die foutlopen, genomen zijn door de deputaties en 15 procent door het Vlaamse Gewest. Minister Demir zei daarnet dat de vernietiging vooral door een slechte motivatie gebeurt. Met andere woorden: een advies doet er echt toe. Dat is heel belangrijk.

Minister, in juni heb ik u gevraagd in welke mate de Vlaamse overheid de provinciale overheid adviseert. Wat blijkt daaruit? Ik was toch ook wel geschrokken van de cijfers. Van de 1395 vragen over advies op het vlak van ruimtelijke ordening heeft de Vlaamse overheid er 244 geadviseerd. Al de rest is stilzwijgend gunstig geadviseerd. Met andere woorden: slechts 17,5 procent van de vragen over dossiers wordt geadviseerd door de Vlaamse overheid. Voor de rest moeten die provinciale ambtenaren het stellen zonder een advies van de Vlaamse overheid. We zien ook dat sinds 2017 het personeel met 25 procent is afgenomen. Ik begrijp dat het grootste probleem bij de deputatie zit als we deze vraag lezen en uw antwoord horen, maar ik begrijp ook dat de Vlaamse overheid haar adviesfunctie niet altijd voldoende vervult en, als ze dat kan, die adviezen ook niet verleent. Ik denk dat de Vlaamse overheid toch wel een belangrijke rol te vervullen heeft om die provinciale ambtenaren, die al die adviezen moeten schrijven, te ondersteunen, zodat die kwalitatief zijn, en om ervoor te zorgen dat er ook een deftige motivatie komt als de adviezen niet gevolgd worden. Natuurlijk moet er dan ook wel een advies van de Vlaamse overheid zijn.

Minister, hoe komt het dat de Vlaamse overheid afziet van het verlenen van advies bij die provinciale dossiers? Ligt daar niet precies de knoop? Bent u bereid om daarvoor meer inspanningen te doen, zodat die kwaliteit omhooggaat?

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Lode Ceyssens (CD&V)

Dank u, minister, voor uw antwoord. Toen ik pas binnenkwam in dit Vlaams Parlement, zei men dat we het in Vlaanderen beter en sneller zouden doen met de invoering van de RvVb. Daaropvolgend zaten we drie jaar met een historische achterstand. Er kwamen meer beroepsdossiers binnen dan verwacht. Op dat moment waren er ook te weinig rechters aangesteld. De RvVb was nog niet eens goed gestart of hij keek al tegen een achterstand van jewelste aan. Ik heb het nog eens nagekeken, omdat ik daar in die tijd tien vragen over gesteld heb in het parlement. Vandaag stellen we gelukkig alleen nog een vraag als het jaarverslag verschijnt. Toen was er zo’n grote achterstand, dat daar toen redelijk wat rond te doen was. Dat is vandaag minder het geval. Die achterstand is, voor alle duidelijkheid, weggewerkt. Op dit moment is er nog een behandelingstermijn van vijftien maanden. Persoonlijk vind ik dat wel nog redelijk lang.

In uw beleidsnota hebt u als strategische doelstelling een vereenvoudiging van procedures opgenomen. Kunt u al zeggen in welk opzicht u dat ook voor de RvVb zult proberen waar te maken?

Ik heb nog twee informatieve vragen. De Vlaamse Regering heeft op 3 juli beslist om twee functies van bestuursrechter bij de RvVb vacant te verklaren en een wervingsreserve aan te leggen. Zijn die functies al ingevuld? U onderzoekt daarnaast de integratie van andere bestuursrechtspraak inzake het Vlaams bestuursrecht. U hebt hiervoor een overheidsopdracht gegeven naar het verder professionaliseren van de Vlaamse bestuursrechtspraak en naar de mogelijkheid om te evolueren naar een Vlaams bestuursrechtscollege. Is het resultaat van die studie al bekend? Wat is daaruit gebleken?

Het is interessant dat 85 procent van de vernietigingen betrekking heeft op vergunningen verleend door de deputaties. Ik geef de heer Coenegrachts gelijk dat dat een hoog vernietigingspercentage is, maar goed, als wetgevende macht moeten wij ons niet uitspreken over de arresten van de rechterlijke macht. De cijfers van 85 procent van vernietigingen van beslissingen die afgeleverd zijn door de deputatie ten aanzien van 15 procent door het Vlaamse Gewest zeggen nog veel meer als we een zicht hebben op het totaal aantal afgeleverde vergunningen door enerzijds deputaties en anderzijds de gewestelijke entiteit. Ik neem aan dat u daar niet onmiddellijk op kunt antwoorden, minister, maar daar zal ik dan een schriftelijke vraag over stellen.

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Bruno Tobback (Vooruit)

Dit zijn inderdaad cijfers die minstens tot nadenken stemmen. Men moet kijken hoe dit kan worden vermeden. Wanneer een vergunningsdossier het hele proces moet doorlopen en dan wordt vernietigd door de Raad voor Vergunningsbetwistingen, is dat uiteindelijk een ongelooflijke verspilling van tijd, middelen en geld, zowel van het bestuur als van de aanvragers. De enigen die daar goed bij varen, zijn advocaten, mijn eigen beroepscategorie – maar ik ben niet langer actief, dus ik hoef hen op dit ogenblik niet meer te verdedigen. Het is natuurlijk een verspilling, en dat komt voor een stuk omdat een aantal politieke overheden het verlenen van een vergunning zeer prettig vinden en het weigeren van een vergunning te allen prijze proberen te vermijden. Ze gaan daarvoor zelfs met elkaar in concurrentie. Ik herinner me dat er een paar geleden in de provincie Vlaams-Brabant een paginagrote advertentie van de twee deputés van respectievelijk CD&V en Open Vld verscheen. Het had een gigantische grote titel en er stond: ‘Is uw vergunning geweigerd door de gemeente, kom dan vooral naar ons, want we kunnen er iets aan doen.’ Met dat soort systemen hoef je niet verbaasd te zijn dat uiteindelijk al de lastige beslissingen worden uitbesteed aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen en dat men al de moeilijke dossiers overlaat aan de rechterlijke macht, ondanks het feit dat je daardoor jaren tijd en jaren geld verspilt, zowel van de aanvragers, die uiteindelijk toch geen vergunning zullen krijgen als dat niet terecht is, als van de overheid, die er al die procedures en werk moet in steken.

Ik wil mij voor een stuk aansluiten. Toevalligerwijze heb ik vorige week precies dezelfde schriftelijke vraag gesteld die mevrouw Schauvliege maanden geleden al had gesteld. Ik vroeg naar het aantal adviesverleningen. Het is blijkbaar toch echt zo dat het Vlaamse Gewest, dat in principe decretaal de rol van adviesverlener heeft, in heel veel gevallen die adviesvraag niet beantwoordt. Terwijl het er van in het begin wel voor zou kunnen zorgen om een correct advies te geven als de deputaties daarnaar vragen, en dus ook een correcte motivatie voor een weigering. Daardoor zal het bestuur niet anders meer kunnen dan de aanvragen correct te behandelen. Dat zou heel veel tijd en moeite besparen. Ik sluit mij dus aan bij die vraag. Hoever staan we daarmee? Ik zou graag de concrete cijfers kennen op basis van mijn schriftelijke vraag. Ik denk dat er toch nog echt werk aan de winkel is om dat voor iedereen van in het begin en bij de eerste stap correct te doen.

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Dank u wel. Ik onthoud dat alle collega’s die zijn tussengekomen, vinden dat de deputaties moeten vergunnen. Ik denk dat ik dat als besluit uit de verschillende tussenkomsten moet opmaken. Ik heb daar een andere mening over, maar die houd ik best voor mezelf.

Nog even over die adviezen: het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) en andere geven nog adviezen. Het is inderdaad zo dat de milieuadviezen van het Departement Omgeving zijn verminderd, of beter: er wordt zelfs geen advies gegeven. Dat heeft te maken met de declassering van de milieudossiers, zoals jullie weten. De provincies hebben toen bij de discussie over wie bevoegd moet worden voor welke vergunning, aangegeven dat ze die expertise bezitten. Bij de invoering van de omgevingsvergunning werd beslist om de vergunningverlenende overheden te wijzigen, en de gemeenten en de provincies meer te laten beslissen. Vlaanderen zou dus minder beslissen. Zij hebben heel duidelijk gezegd dat ze over de expertise beschikken en dat zij dat zouden doen. Ik zeg op twee dingen neen. Ik zal niet de schoonmoeder van de lokale besturen en deputaties spelen. Ik denk dat ze dat ook niet zouden appreciëren. Het ANB en de VMM geven dus nog advies. Dat het departement dat niet doet, heeft vooral te maken met het feit dat de provincies hebben gezegd dat zij dat wel allemaal zullen doen. Ik stel samen met jullie vast wat daarvan het resultaat is.

Wat de DBRC betreft, weten jullie dat we een decreet tot wijziging hebben opgesteld. Dat is ook al verschillende keren in het parlement gekomen. Er worden ook verschillende rechters aangeworven voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Dat zijn er een viertal, als ik mij niet vergis. De procedure loopt, en de een zal al sneller worden aangeworven dan de ander. Maar daar heb ik ook aan de DBRC gevraagd om echt breed te solliciteren. Want bij de eerste fase heeft men dat eigenlijk niet breed gebracht. Ik wil echt wel rechters benoemen die voldoende kennis hebben, en die echt mee op hetzelfde niveau staan als de rechters bij de Raad van State. Ik denk dat dat ook nodig is om het niveau op dezelfde hoogte te brengen. Dat is een hele zoektocht, maar we blijven zoeken naar die vier rechters die ervoor zullen moeten zorgen dat de plantijd die vandaag de dag heerst, wordt gereduceerd. Ik heb dat ook niet veroorzaakt, collega Ceyssens, ik word gewoon geconfronteerd met immens veel problemen, het is het een na het ander. Ik kreeg hier trouwens weer een slecht arrest binnen. Maar we werken verder, zoals u weet. Het is de bedoeling dat die vier rechters ervoor zorgen dat we die termijn van vijftien maanden terugbrengen naar negen maanden.

Wat de vergunningen van de provincies betreft: ik denk dat dat debat in 2024 toch wel ten gronde zal moeten worden gevoerd. Daar zal elke politieke partij wel eens goed moeten naar kijken.

De voorzitter

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Steven Coenegrachts (Open Vld)

Het was niet mijn bedoeling om het debat over de toekomst van de provincies hier op te starten, maar zolang ze bestaan en zolang ze vergunningverlenende bevoegdheden hebben, vind ik dat ze dat op een kwaliteitsvolle manier moeten uitvoeren. Dat was ook mijn punt.

Ik denk dat het collega Schauvliege was die zei dat adviezen ertoe doen. Die doen er natuurlijk toe, net als bezwaren. Het is de politiek die daarna een uitspraak doet en die de plicht heeft om dat ook duidelijk te motiveren, en te kaderen waar men wel of niet ingaat op zo’n bezwaar. Daar kunnen we vanuit Vlaanderen helpen door duidelijke beleidskaders te scheppen, een regelgevend en decreetgevend kader te scheppen. Maar we moeten ook – niet als een schoonmoeder, maar toch – de deputaties en die zestien tot twintig ambtenaren op de provincie duidelijk maken wat het belang is van een goede motivering van beslissingen. Ik dank u.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Droogte(stress) volgens de wetenschappers: de plant tweet hoe ze zich voeltLees meer
 
 
Uiterste indieningsdatum verzamelaanvraag 2021 Lees meer
 
 
B3W aanwezig op het terrein Lees meer
 
 
De toekomst van onze landbouw : jong, duurzaam en innovatief Lees meer
 
 
Een duurzaamheidspremie voor een duurzaam inkomen in een duurzame vleesveehouderij Lees meer
 
 
Corona nog niet voelbaar in verkoop landbouwmachinesLees meer
 
 
Advies Brede Weersverzekering 2021 en vlasverzekering op maatLees meer
 
 
Plannen voor een maïsdoolhof? Lees meer
 
 
KB betreffende natuurlijk mineraal water en bronwaterLees meer